Berekening pensioen zelfstandige voortaan zoals dat van werknemer: ‘Historisch’
De plenaire Kamer keurde het wetsvoorstel van minister David Clarinval (MR) goed. Foto: Belga

De plenaire Kamer heeft donderdag unaniem het licht op groen gezet voor de afschaffing van de correctiecoëfficiënt voor de berekening van het zelfstandigenpensioen. Vanaf volgend jaar worden de pensioenen van de zelfstandigen berekend op de volle 100 procent van hun beroepsinkomsten. Dat vertaalt zich snel in ruim 100 euro extra.

De federale regering heeft een nieuwe berekeningsmethode uitgetekend voor de pensioenen van zelfstandigen. Sinds 1984 worden die berekend op basis van 69 procent van het beroepsinkomen van de zelfstandige. Die zogenaamde correctiecoëfficiënt wordt afgeschaft. De afschaffing geldt voor elk loopbaanjaar na 31 december 2020.

Omdat de sociale bijdragen intussen ongeveer gelijk getrokken zijn, besliste de regering om komaf te maken met de berekeningswijze. De Kamer heeft donderdagavond een wetsontwerp van minister van Zelfstandigen David Clarinval (MR) in die zin goedgekeurd.

Concreet wordt vanaf loopbaanjaar 2021 100 procent van het inkomen van zelfstandigen in rekening gebracht voor het rustpensioen, het overlevingspensioen en de overgangsuitkeringen die ingaan vanaf 1 januari 2022. Op een volledige loopbaan kan dat enkele honderden euro’s per maand extra betekenen, aldus Clarinval.

Het wetsontwerp verhoogt daarnaast ook nog het maximumbedrag aan inkomsten dat in aanmerking kan worden genomen voor de berekening van het zelfstandigenpensioen met 2,38 procent. Dat zal ook in de volgende jaren van de legislatuur gebeuren tot het plafond in 2024 9,86 procent hoger ligt dan vandaag. Die stijging komt bovenop de index.

127 euro per maand extra

Voor een zelfstandige met een jaarlijks inkomen van 30.000 euro komt er per loopbaanjaar 127 euro aan pensioenrechten bij. Voor een volledige carrière (van 45 jaar) loopt de pensioen­bonus op tot 5.730 euro, of omgerekend 477 euro pensioen extra per maand. Dat is veel, want het gemiddelde pensioen van een zelfstandige bedraagt nu amper 911 euro per maand.

Opgelet, dit scenario is alleen haalbaar voor wie vanaf volgend jaar als zelfstandige van start gaat en dat dan 45 jaar volhoudt. Wie nu al een zelfstandig statuut heeft en dat nog tien jaar volhoudt, zal alleen voor die laatste tien jaar van de voordeligere berekeningswijze kunnen genieten.

Unizo: ‘Historisch moment’

Ondernemersorganisatie Unizo reageert opgetogen. ‘Dit is een ronduit historisch moment. Een mijlpaal!’, zegt Danny Van Assche, gedelegeerd bestuurder. ‘Dit maakt een groot verschil voor de vele zelfstandigen die wakker lagen van hun toekomstig pensioen’, benadrukt Van Assche. ‘In eerdere Unizo-bevragingen over het sociaal statuut van zelfstandigen stond een verbetering van het zelfstandigenpensioen steevast op nummer één. Dat hebben we nu ook daadwerkelijk gerealiseerd.’

‘Aanfluiting van de ­solidariteit’

Pensioenexperte Ria Janvier, hoogleraar aan Universiteit Antwerpen, noemde het idee dat de zelfstandigenpensioenen voortaan op dezelfde manier zouden worden berekend als die van werknemers begin oktober al ‘een aanfluiting vanuit het oogpunt van de ­solidariteit’. Ze voerde aan dat de gecorrigeerde berekening immers het gevolg is van het feit ‘dat zelfstandigen lagere sociale bijdragen betalen dan werknemers’.

Dat klopt. Zelfstandigen betalen een sociale bijdrage van 20,5 procent op hun inkomen, terwijl voor een werknemer een werkgeversbijdrage van 25 procent en een persoonlijke bijdrage van 13,07 procent worden betaald. Die percentages blijven onveranderd.

Werknemers hebben uitgebreider stelsel sociale zekerheid

Toch vindt de regering de opheffing terecht. Volgens haar dienen de bijdragen bij de werknemers om een veel uitgebreider stelsel van sociale zekerheid te financieren, met bijvoorbeeld werkloosheidsuitkeringen, een opvangnet dat niet bestaat voor zelfstandigen.

Ze meent ook dat er voor werknemers verschillende vormen van bijdrageverminderingen bestaan, terwijl zelfstandigen met een laag inkomen vaak meer dan 20,5 procent bijdrage betalen omdat hun bijdragen berekend worden op een minimuminkomen.

Ten slotte ziet de regering een argument in het verschil in gelijkgestelde periodes tussen werknemers en zelfstandigen: bij die laatsten ligt het aandeel van de pensioenloopbaan waarin ze niet werken en dus geen bijdragen betalen veel lager.