Terugkeer naar Goma: ‘We bidden dat we hier kunnen blijven leven’
Foto: EPA-EFE

400.000 Congolezen moesten vluchten voor een vulkaanuitbarsting in het Congolese Goma. Een gasbel zou kunnen ontploffen. Toch zijn velen gebleven en keren de eerste vluchters zelfs terug. ‘De situatie is niet onder controle, maar we kunnen niet anders dan het risico trotseren’, vertelt vrouwenrechtenactiviste Passy Mubalama, die is gebleven.

Goma, Noord-Kivu, Congo. Toen de vulkaan op zaterdag 22 mei de eerste keer tot uitbarsting kwam, was Passy Mubalama niet in de stad. Ze hoorde het aan de telefoon van een broer. Hij vertelde dat de lucht rood kleurde en de aarde trilde. ‘Ik was in Masisi, tachtig kilometer verderop, om een workshop te geven en raakte in paniek. Ik heb die nacht geen oog dichtgedaan’, zegt de Congolese vrouwenrechtenactivist aan de telefoon.

Moeder niet achterlaten

Terwijl tienduizenden mensen tegelijk zo snel mogelijk de stad probeerden te verlaten, keerde Mubalama juist terug naar Goma. ‘Mijn moeder is oud, ze weigerde om haar huis te verlaten. Ze zei: “God zal mij bewaren”, maar ik was doodsbang dat ze zou worden opgeslokt door de lava.’

• Tienduizenden Oost-Congolezen op de vlucht voor dreigende vulkaanramp

Uiteindelijk lukte het Mubalama om haar moeder te overtuigen om toch te vluchten. Vlak bij haar huis hadden magmastromen talloze huizen verwoest. ‘We leven nu met twaalf samen bij mijn broer, in een buitenwijk die iets minder bedreigd wordt. Maar veilig zijn we natuurlijk niet.’

Nauwelijks opvangmogelijkheden

Onder het meer van Goma zit een gasbel. Als die ontploft, zijn de gevolgen niet te overzien. Ondertussen borrelen lavastromen onrustig verder onder het oppervlakte. Ze kunnen op meerdere plaatsen tot uitbarsting komen en bedreigen de stad vanuit verschillende hoeken. Er zijn zes vulkanen in het gebied.

Terugkeer naar Goma: ‘We bidden dat we hier kunnen blijven leven’
Vrouwenrechtenactiviste Passy Mubalama is gebleven om de dreiging van de vulkaan te trotseren. Foto: Kasper Goethals

400.000 bewoners zijn de afgelopen week op de vlucht geslagen. Ze kwamen terecht in het plaatsje Sake, waar nauwelijks opvangmogelijkheden zijn. Maar Mubalama besliste net als veel anderen om te blijven en het risico te trotseren. ‘Ons gezin is te groot, de wegen zaten verstopt en de hotelkamers in Sake zijn volgeboekt tegen woekerprijzen. Een matrasje dat begin deze maand 10 dollar kostte, kost nu 30 dollar. Ik weet dat we hier niet veilig zijn, maar als we vertrekken, waar moeten we dan slapen en leven? Wat moeten we dan eten?’

‘President had meteen moeten reageren’

Gisteren liet president Felix Tshisekedi in een perscommuniqué weten dat de situatie ‘bijzonder ernstig, maar onder controle’ is. ‘De ontheemden zijn vertrokken na een onuitgegeven situatie: de uitbarsting was door geen enkel observatorium ter wereld voorzien.’

• Vulkanoloog: ‘We beleven nu pas het hoogtepunt van de uitbarsting’

Het zijn woorden die Mubalama en veel van haar medebewoners in Goma als bijzonder wereldvreemd ervaren. ‘De president had meteen moeten reageren, maar hij heeft een week lang gezwegen. Nu zegt hij dat alles onder controle is, maar op terrein zien we een humanitaire ramp. Enkele ngo’s doen hun best om eten te voorzien, maar de overheid is nergens te bespeuren. Wij hebben proviand verzameld voor een week, maar weten nog niet wat de toekomst zal brengen.’

‘Goma vervloekt’

Duizenden kinderen zijn van hun ouders gescheiden. Er dreigt een cholera-uitbraak. Drinkbaar water is schaars in de geïmproviseerde vluchtelingenkampen. Stilaan beginnen veel gevluchten zelfs terug te keren naar de stad, om net als Mubalama en haar familie de dreiging te trotseren.

‘Tshisekedi zegt polé (rustig, red.), maar van “controle” kan je absoluut niet spreken’, zegt de vrouwenrechtenactiviste. Ze zucht. ‘Soms zeggen we hier dat Goma vervloekt is. We worden geteisterd door oorlog, door gewapende milities, door vulkanen en door economische uitbuiting. Sommigen denken dat de stad zelfs gedoemd is om te verdwijnen, omdat ze niet leefbaar is. Maar het is een mooie stad. En we bidden dat we hier kunnen blijven leven.’