Groepsimmuniteit neemt toe
Archiefbeeld Foto: David Van Hecke

Bij de algemene bevolking heeft ongeveer 20 procent antistoffen. Bij gezondheidsmedewerkers, die sinds half januari gevaccineerd werden, loopt dat op tot meer dan 80 procent.

In de periode van februari tot april trof het gezondheidsinstituut Sciensano bij de algemene bevolking, scholieren en het schoolpersoneel gelijkaardige percentages antistoffen aan. Het gaat om ongeveer een op de vier à vijf personen. ‘Maar vooral bij gezondheidsmedewerkers zien we het positieve effect van de vaccinatiecampagne’, zegt Els Duysburgh, epidemiologe bij Sciensano, in De Ochtend op Radio 1. Volgens de epidemiologe is dat het bewijs dat de vaccins werken.

Voor de algemene bevolking baseert Sciensano zich voor het eerst op de resultaten van een onderzoek op basis van speekselstalen van een willekeurig gekozen groep volwassenen (SalivaHIS-studie). Daaruit blijkt dat 28,9 procent begin april antistoffen had tegen het coronavirus. Bij de deelnemers die aangaven nog niet gevaccineerd te zijn, gaat het om 19,4 procent.

Daarnaast voert Sciensano samen met het Rode Kruis al geruime tijd analyses uit op het bloed van Belgische donoren. Uit de laatst beschikbare resultaten van begin februari blijkt dat 20,3 procent antistoffen had. ‘Bij de niet-gevaccineerde volwassen bevolking zien we een gelijklopend percentage personen met antistoffen in de studie bij de bloeddonoren en in de steekproef onder de algemene bevolking’, benadrukt Sciensano.

Om de situatie bij kinderen en schoolpersoneel op te volgen, organiseert het gezondheidsinstituut op regelmatige basis testmomenten. In maart had 17,5 procent van de leerlingen en 19 procent van het schoolpersoneel in de lagere school en in de eerste graad van het secundair onderwijs antistoffen. In vergelijking met de eerste testresultaten, tussen december en januari, komt dat voor beide groepen neer op een stijging met ongeveer 4 procent. ‘Deze stijging is mogelijk het effect van de derde golf en het opduiken van nieuwe virusvarianten’, luidt het. ‘De regionale verschillen in de aanwezigheid van antistoffen bij de leerlingen en het schoolpersoneel blijven duidelijk. Deze verschillen weerspiegelen de hogere doorgemaakte infectiegraad in Brussel en Wallonië in vergelijking met Vlaanderen.’

Vaccinatiecampagne

Terwijl ongeveer evenveel leerlingen in de lagere school (17,1 procent) antistoffen hebben als leerlingen in de middelbare school (18 procent), is er wel een significant verschil tussen schoolpersoneel in de lagere school enerzijds (22,5 procent) en in de middelbare school anderzijds (14,9 procent). Ook tussen het personeel in het lager onderwijs en lagereschoolkinderen is er een groot onderscheid.

Het grootste verschil is vooral merkbaar bij de gezondheidsmedewerkers, die sinds januari massaal gevaccineerd werden. Dat weerspiegelt zich dan ook in de resultaten. ‘Daar zie je de positieve gevolgen van de vaccinatiecampagne’, zegt Duysburgh. Eind april had 97 procent van het zorgpersoneel in de ziekenhuizen en 84,1 procent van de eerstelijnszorgverleners zoals huisartsen antistoffen. Tussen december en begin januari, net voor de vaccinatiecampagne, ging het om respectievelijk 20 en 15 procent.

Eind april had al 95 procent van de gezondheidswerkers in ziekenhuizen minstens één vaccindosis gekregen en was 91 procent volledig gevaccineerd. Voor eerstelijnsgezondheidsmedewerkers was dat respectievelijk 96,6 en 81,1 procent.

‘De groepsimmuniteit is nog veraf, maar deze resultaten stemmen ons positief’, zegt Duysbergh. Het moment dat we onder de algemene bevolking testten, was de vaccinatie nog miniem. We verwachten snel vooruitgang te zien nu de vaccinatiecampagne op snelheid zit’.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig