De Stemming

REEKS DE STEMMING

Waarom de meest succesvolle partijen het verst van hun kiezers staan

zaterdag 23 mei 2021

De Vlaamse kiezer kampeert in het politieke centrum. En toch wordt hij vooral aangetrokken door partijen die daar niet zitten. Een raadsel dat zich laat kraken.

Hoe links is de PVDA en hoe rechts Vlaams Belang? En hoe links of rechts ben ik zelf? Voer voor een pittige discussie, maar de vraag valt ook wetenschappelijk te benaderen. En dat deden onderzoekers Stefaan Walgrave van de Universiteit Antwerpen en Jonas Lefevere van de VUB voor het tweede jaar op rij in De Stemming, een onderzoeksproject in samenwerking met De Standaard en VRT NWS.

Zij schotelden een panel van 1.908 Vlaamse 18-plussers en de verschillende politieke partijen vijftien sociaal-economische en vijftien sociaal-culturele stellingen uit De Stemtest van 2019 voor, gaande van ‘werklozen moeten hun uitkering na een tijd verliezen’ tot ‘de Vlaamse overheid mag geen nieuwe moskeeën meer erkennen’. De antwoorden op al die vragen laten toe om partijen en hun kiezers te plaatsen in een zogenaamd links-rechts ideologisch kwadrant. Hieronder overlopen we wat we daaruit leren.

 

De partijen kiezen kant

Laten we beginnen met de partijen. Hiernaast ziet u zo’n ideologisch kwadrant. De horizontale as gaat van sociaal-economisch links aan de, jawel, linkerkant naar sociaal-economisch rechts. Zeg maar van radicale staatsinterventie en herverdeling tot complete laisser-faire. De verticale as gaat van sociaal-cultureel links onderaan naar sociaal-cultureel rechts bovenaan. Zeg maar van zeer progressief (bijvoorbeeld open grenzen) tot erg conservatief (totale migratiestop).

Als we de verschillende partijen op basis van hun beleidsvoorstellen plaatsen in dat kwadrant, zien we een herkenbaar profiel. Zo is de PVDA uitgesproken socio-economisch links, het Vlaams Belang uitgesproken socio-cultureel rechts. Maar tegelijk blijkt Groen net iets linkser dan de PVDA, tenminste op de sociaal-culturele as. En zowel de N-VA als de Open VLD is socio-economisch een pak rechtser dan het Vlaams Belang. Er zijn nog zekerheden: van alle partijen zit CD&V het dichtst bij het centrum.

En dan… de kiezers!

Zetten we al onze bevraagde kiezers in het kwadrant, dan krijgen we een zoemende bijenkorf. Je vindt kiezers in alle uithoeken van het kwadrant, van links-conservatief (linksboven) over rechts-conservatief (rechtsboven), tot rechts-progressief (rechtsonder) en links-progressief (linksonder). Distilleren we uit al die profielen de gemiddelde kiezer, dan zit die dicht bij het centrum, zij het een klein beetje links op de socio-economische as.

Nu kunnen we puzzelen

Het wordt pas echt interessant wanneer we de partijposities confronteren met de posities van de mensen die aangeven op die partij te stemmen. De afstand tussen sommige CD&V-kiezers en de partijpositie van CD&V is soms indrukwekkend. Sommigen onder hen zitten dichter bij de partijposities van de PVDA of het Vlaams Belang.

Dat betekent niet dat kiezers ‘verkeerd’ zouden stemmen.Enerzijds hoeven burgers niet alle zaken uit een partijprogramma belangrijk te vinden, anderzijds hoeven ze niet zo ideologisch rechtlijnig te zijn als we van partijen verwachten. Misschien spreekt een bepaald politicus hen wel aan, eerder dan het programma. Er zijn tal van redenen waarom mensen uiteindelijk stemmen op een partij die inhoudelijk best ver staat.

En het omgekeerde is ook waar. Hoewel de partijpositie van CD&V erg dicht bij die van de gemiddelde Vlaamse kiezer zit, is volgens De Stemming slechts 1 op de 10 kiezers overtuigd van een stem op CD&V. Op basis van haar positie zou je een grotere wervingskracht veronderstellen. Het betekent dat er toch andere redenen spelen die maken dat de kiezer andere partijen opzoekt.

De strijd op links

Dat kiezers niet noodzakelijk dicht bij het ideologische profiel van hun partij zitten, valt ook op aan de linkerzijde. Op links zien we dat de kiezers van Groen en PVDA iets radicaler zijn dan de kiezers van Vooruit, maar het valt vooral op dat kiezers van linkse partijen ideologisch gemiddeld dichter bij het centrum aan schurken.

Linkse partijen zijn met andere woorden zelfs véél linkser dan hun kiezers en staan ver van hun gemiddelde kiezer - PVDA nog het meest. En toch zit PVDA in de lift. Opnieuw betekent dat niet dat al die kiezers zich vergist hebben. Een radicalere keuze is vaak een bewuste strategie waarbij kiezers anticiperen op het compromis dat gevonden moet worden in een democratie. Ze hopen dat ‘hun’ partij vanuit de oppositie de druk hoog zal houden, of ze vertrouwen erop dat bij regeringsdeelname de soep nooit zo heet zal worden opgediend. Bij PVDA verwachten de kiezers dat de partij de rest scherp houdt op vlak van sociale zekerheid en gezondheidszorg. De dynamiek speelt ook op rechts, waar kiezers daarom niet helemaal de gevoerde migratiepolitiek afwijzen, maar toch stemmen voor het Vlaams Belang, opdat er tenminste íets zou gebeuren.

Rechts

Sociaal-cultureel gezien verschillen de kiezers van de N-VA en het Vlaams Belang amper. Economisch is zowel het Vlaams Belang als haar kiezers wat linkser dan de N-VA. Ook bij Vlaams Belang en vooral bij N-VA valt de grote afstand van hun gemiddelde kiezer op. Ze vormen het spiegelbeeld van CD&V. Daar waar CD&V er maar moeilijk in slaagt om mensen te overtuigen die eigenlijk dicht bij de partij staan, kunnen N-VA en Vlaams Belang veel mensen rekruteren die soms ver van de partij staan. Samen vangen ze bijna 1 op de 2 Vlaamse stemmen. Ook dankzij verschillende bekende kopstukken, zoals de voorzitters Bart De Wever (N-VA) en Tom Van Grieken (VB).

Qua profilering houden N-VA en Vlaams Belang meer afstand van elkaar dan de linkse partijen onderling. Hoewel De Stemming toont dat kiezers vlot switchen tussen Vlaams Belang en de N-VA, switchen ze daarbij tussen wel erg verschillende partijprogramma’s. Het relativeert natuurlijk opnieuw het belang van die programma’s voor een deel van het electoraat. Zo vangt N-VA, maar zeker Vlaams Belang, vanuit de federale oppositie de frustratie op over het gevoerde beleid en de staatsstructuur. Deels proteststem, deels beleidssignaal dus.

Centrumkiezers

Komen we dan terug naar het centrum, dan zien we dat niet alleen de kiezers van de CD&V maar ook die van de Open VLD daarrond cirkelen. Maar daar waar CD&V dicht aanleunt bij haar gemiddelde kiezer, zit Open VLD socio-economisch een pak rechtser dan haar gemiddelde kiezer. Ook bijzonder: de liberale kiezers zijn over het algemeen het meest verspreid over alle kwadranten, maar de gemiddelde liberale kiezer zit het dichtst bij het centrum van alle kiezers.

Rounding up

Halen we tot slot de individuele stippen weg en houden we alleen de partijposities en de gemiddelde kiezers over, dan wordt duidelijk hoeveel afstand er soms zit tussen een partij en haar electoraat.

Onbeslist en malcontent

Een grote groep respondenten geeft aan nog niet te weten op welke partij ze zal stemmen bij de volgende verkiezing, of dat ze bewust blanco, ongeldig of niet zal stemmen. Die laatste groep 'misnoegden' bevindt zich eerder aan de linkerzijde van het spectrum. De onbesliste kiezers zitten verspreid over de verschillende kwadranten. Elke peiling moet met een korrel zout worden genomen.

Gezien de soms grote afstand tussen de partijprogramma’s en de kiezers hebben Walgrave en Lefevere berekend hoeveel kiezers dichter bij een andere partij staan dan die waarvoor ze stemmen. Wat blijkt, 73 procent hoort op basis van beleidsvoorstellen eigenlijk thuis bij een andere partij. Die mismatch is het kleinst bij Vooruit en het grootst bij CD&V.

 

 

Opnieuw, er kunnen veel redenen zijn om wel of niet op een partij te stemmen, maar het mandaat dat partijen van hun kiezers krijgen om te besturen, is gebaseerd op een onduidelijk signaal. Het is niet altijd duidelijk wat het eigen electoraat wil, en of die nu wel of niet mee is met een bepaalde maatregel. Daarom praten politici zo vaak over het draagvlak en kijken ze steeds achterom om te verifiëren of het er nog is. Ze hebben nog tot de volgende verkiezingen van 2024 om het signaal van de kiezer te decoderen, in de hoop om er ondertussen meer te verleiden. Zelfs al staan die op papier ver van hun af.

 

Tekst: Jan-Frederik Abbeloos; Datavisualisatie & development: Tina Boeykens & Andy Stevens; Bronnen: Stefaan Walgrave (UA) & Jonas Lefevere (VUB)