Veelgestelde vragen over luchtkwaliteit

Waarom meten we NO2? Wat is NO2 precies, en hoe schadelijk is het? Zijn alleen dieselwagens vervuilend? En kun je luchtverontreiniging ruiken? Hier vind je een antwoord op enkele veelgestelde vragen.

Wat is NO2?

NO2 of stikstofdioxide is een gas dat in de atmosfeer terechtkomt bij allerlei verbrandings­processen, zoals bijvoorbeeld in de motor van een auto, in verwarmingsketels, in de industrie of in elektriciteitscentrales. Bij zeer hoge temperaturen ontstaan chemische reacties tussen stikstof (N2) en zuurstof (O2) uit de lucht. Daarbij ontstaat eerst stikstofmonoxide (NO) en door verdere reactie met zuurstof ook stikstofdioxide (NO2). Die twee gassen zijn de meest voorkomende stikstofoxiden en worden samen NOx genoemd.

Behalve NOx zijn er nog andere reactieve stikstofverbindingen, zoals ammoniak (NH3, een verbinding van stikstof en waterstof). Dat schadelijke gas wordt vooral uitgestoten door de landbouw.

Wat is de grootste bron van NO2 in Brussel?

Wegverkeer is verantwoordelijk voor 63% van de NOx-uitstoot in het Brussels Gewest. Het is daarmee met voorsprong de belangrijkste bron van NOx in Brussel, op ruime afstand gevolgd door de verwarming van huishoudens (14%), kantoorgebouwen (10%) en energieproductie (6%). Binnen het wegverkeer hebben personenwagens (34%) en bedrijfstransport (29%) ongeveer een gelijk aandeel. NO2 is dus een goede indicator voor luchtverontreiniging door verkeer.

Is wegverkeer de grootste bron van luchtvervuiling in Brussel?

Dat hangt af van welke vervuilende stof je bekijkt. Verkeer is met voorsprong de belangrijkste bron van NOx (NO2), en is daardoor een grote oorzaak van luchtverontreiniging. Maar voor fijn stof is de verwarming van gebouwen, vooral door huishoudens, de belangrijkste bron (33%). Ook wegverkeer produceert fijn stof (29%), voornamelijk door de wrijving tussen de banden en het wegdek en tijdens het remmen. Fijn stof door het verkeer wordt dus in mindere mate veroorzaakt door de verbranding zelf. De industrie en het gebruik van producten zijn goed voor 22% van het fijn stof in Brussel, waarvan 20% toe te schrijven is aan tabak.

Voor vluchtige organische stoffen (VOS) zijn de industrie en het huiselijke gebruik van bijvoorbeeld schoonmaakproducten of cosmetica de grootste bron in Brussel (65%). Ook het verkeer draagt er in mindere mate toe bij (15%). Ze komen onder meer vrij door de verbranding uit de tank (de typische benzinestationgeur).

Is er een verschil tussen uitstoot en blootstelling?

Uitstoot is niet hetzelfde als blootstelling. Onze blootstelling stijgt naarmate we ons dichter bij de bron bevinden. Verkeer leidt tot een hoge blootstelling aan vervuiling, omdat de uitstoot ‘dicht bij de mensen’ plaatsvindt. Dat is een gevolg van ons uitgebreide wegennet en het feit dat veel mensen dicht bij verkeer wonen of werken. Bovendien blijft luchtvervuiling langer hangen in smalle straten met aaneengesloten bebouwing, de zogenaamde ‘street canyons’. In combinatie met veel verkeer kan dat leiden tot lokaal sterk verhoogde concentraties.

Zijn alleen dieselwagens vervuilend?

Niet alleen dieselwagens produceren luchtvervuiling, ook benzinewagens en alle andere types wagens met een verbrandingsmotor (CNG, ...) vervuilen de lucht. De NOx-uitstoot is bij dieselwagens (ook de modernste) onder realistische rijomstandigheden wel een stuk hoger dan bij benzinewagens. Dieselmotoren gebruiken een ander verbrandingsproces, waarbij de verbranding gebeurt bij hogere temperatuur en druk en bij een overmaat aan zuurstof, waardoor meer stikstofoxiden ontstaan. De huidige katalysatoren in dieselwagens verhogen bovendien het relatief aandeel NO2 in de totale uitstoot van NOx. De officiële Europese uitstootgrens voor NOx is voor dieselwagens ook minder streng (80 mg/km) dan voor benzinewagens (60 mg/km).

Dieselwagens domineren met 53% de Brusselse vloot, gevolgd door benzinewagens (44%). De alternatieven, waaronder elektrische wagens, halen samen net geen 3%. Elektrische wagens veroorzaken veel minder (lokale) luchtvervuiling. Ze hebben geen uitlaat en stoten geen NOx of andere gassen uit. Toch zijn het geen ‘zero emission’- of emissievrije voertuigen: ook elektrische wagens veroorzaken fijn stof door ‘niet-uitlaat’-emissies, zoals slijtage van de banden, remmen en het wegdek.

Wat is het verschil tussen NO2 en andere vormen van luchtverontreiniging, zoals fijn stof?

Verschillende vormen van luchtverontreiniging, zoals NO2, ozon en fijn stof, worden vaak door elkaar gebruikt. Toch is het belangrijk een onderscheid te maken.

Luchtverontreiniging is in veel gevallen het gevolg van verbrandingsprocessen (bijvoorbeeld bij verwarming thuis, in industriële installaties en in het verkeer). Tijdens de verbranding ontstaat een complex mengsel van zowel gassen als zwevende deeltjes. Afhankelijk van de specifieke verbrandingsomstandigheden ontstaat er een andere mix van gassen en deeltjes.

Verkeer is de belangrijkste bron van het gas NO2, en is ook een belangrijke bron van ultrafijn stof (PM0,1) en roetdeeltjes. Fijn stof is een mengsel van verschillende soorten deeltjes met verschillende groottes. Bij deeltjes kleiner dan 10 micrometer spreekt men van PM10, zijn ze kleiner dan 2,5 micrometer dan spreken we van PM2,5. Voor fijn stof (PM2,5 en PM10) is de uitstoot door huishoudens, voornamelijk door houtverbranding, belangrijker dan de uitstoot door verkeer.

Draagt NO2 bij tot de vorming van andere polluenten?

NO2 is een van de voorlopers van ozon, een zeer reactief gas dat bestaat uit drie zuurstofatomen (O3). Ozon wordt niet rechtstreeks uitgestoten, maar ontstaat op zonnige en warme dagen onder invloed van temperatuur en zonlicht uit andere gassen. Het klinkt eigenaardig, maar in de steden en op plaatsen met de hoogste NOx-uitstoot zijn de ozon­concentraties meestal het laagst. Dat wordt ook wel de ‘ozonparadox’ genoemd. Stikstofoxiden (NOx) bestaan voor een belangrijk deel uit stikstofmonoxide (NO). Dat NO breekt ozon (O3) weer af tot zuurstof (O2) en NO2. De mate van ozonvorming en -afbraak bepaalt de ozonconcentraties. In steden is er door vers uitgestoten NO relatief meer afbraak dan op het platteland. Vandaar dat er in landelijkere gebieden met lagere NO2-concentraties meestal hogere ozonpieken zijn.

NOx spelen ook een rol bij de vorming van fijn stof. Een belangrijk deel (30 tot 40%) van het fijn stof in de lucht wordt gevormd door reacties tussen gassen. Door reacties tussen NOx en ammoniak (NH3), dat vooral afkomstig is van de landbouw, ontstaan deeltjes ammonium­nitraat. Omdat die deeltjes niet rechtstreeks zijn uitgestoten, spreken we van ‘secundair’ fijn stof.

NO2 is dus niet alleen als afzonderlijk molecule een probleem, het kan ook bijdragen tot de vorming van andere stoffen die ook nadelige gezondheidseffecten hebben.

Hoe beïnvloedt NO2 de menselijke gezondheid?

 

NO2 inademen is niet goed voor onze gezondheid. Stikstofmonoxide (NO) is minder gevaarlijk, maar wordt snel omgezet naar NO2 in onze atmosfeer. NO2 mag niet verward worden met CO2, dat een broeikasgas is, maar op zich geen gezondheidsrisico draagt. Het mag ook niet verward worden met stikstofgas (N2), dat het meest voorkomende gas is dat we dagelijks inademen en geheel ongevaarlijk is.

Inademen van NO2 kan irritaties van de luchtwegen veroorzaken. Langdurige blootstelling aan hoge concentraties van NO2 kan bijdragen tot de ontwikkeling van astma en infecties van de luchtwegen (piepende ademhaling, kortademigheid en hoesten). NO2 wordt gelinkt aan long­schade, hart- en vaatziekten en dus ook vroegtijdige sterfte. Zowel korte episodes van hoge concentraties als langdurige blootstelling aan lage concentraties zijn schadelijk voor de gezondheid. Via zijn rol in de vorming van ozon en fijn stof kan NO2 ook indirect schade berokkenen.

 

Het Europees Milieuagentschap (EEA) noemt NO2 als een van de drie polluenten met de grootste negatieve invloed op de volksgezondheid. De andere zijn fijn stof en ozon, waarvan in beide gevallen de concentratie ook wordt beïnvloed door NO2. Volgens het EEA sterven elk jaar 9.000 Belgen vroegtijdig door de gevolgen van luchtvervuiling.

Omdat NO2 en dieselroet vaak samen voorkomen, is het niet zo eenvoudig om de gezondheidseffecten van die twee stoffen van elkaar te onderscheiden. Maar waar men vroeger dacht dat NO2 alleen een maat of ‘proxy’ was voor het totale mengsel van verkeersgerelateerde luchtvervuiling, wijzen nieuwe studies wel degelijk op een afzonderlijk effect van NO2.

En de impact op planten en ecosystemen?

Net zoals mensen (en dieren) ondervinden ook planten negatieve effecten van NO2. Stikstofdioxide kan rechtstreeks schade toebrengen en hun groei vertragen. Ook kan het de planten gevoeliger maken voor ziekte en vorst. Hoge concentraties van NO2 leiden ook tot de vorming van ozon, waarvan geweten is dat het zeer schadelijk is voor planten. Het belangrijkste effect is het verminderen of stoppen van de fotosynthese.

NO2 geeft ook aanleiding tot verzuring (‘zure regen’) en vermesting, wat nefast is voor natuurlijke ecosystemen. Als gevolg daarvan vermindert de biodiversiteit in bos, heide en extensief beheerd grasland. Een overmaat aan stikstof doet veel plantensoorten namelijk verminderen of verdwijnen. Bovendien ontstaat ook watervervuiling door het uitspoelen van nitraat naar het grondwater.

Kun je luchtverontreiniging ruiken?

Soms kan dat inderdaad. Bepaalde stoffen die bijdragen tot luchtverontreiniging hebben een geur, zoals stikstofdioxide (NO2), ozon (O3) en uitstoot van houtverbranding. We kunnen deze stoffen ruiken als de concentraties in de buitenlucht hoog genoeg zijn. Zo ken je de geur van (natuurlijk gevormd) ozon wellicht als de typische geur na een onweer met veel bliksems. NO2 heeft een scherpe, indringende geur die wat aan bleekwater doet denken, en dit kun je ruiken wanneer de concentratie boven de 220 µg/m3 stijgt. Dat zijn concentraties die op piek­momenten gedurende korte tijd in straten met druk verkeer gehaald worden (denk aan de Wetstraat).

Maar onze reukzin went snel. De geur van luchtverontreiniging met NO2 zal je dus het beste waarnemen wanneer je uit een omgeving komt waar de concentratie laag is (bijvoorbeeld als je vanop het platteland met je fiets de stad inrijdt). Geur is dus geen goede indicator om aan te geven of er al dan niet luchtvervuiling is.