Parlementsleden en levensbeschouwingen veroordelen discriminatie van holebi’s en transgenders
Naar aanleiding van de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie was het zebrapad tussen het Paleis der Natie en het Warandepark in regenboogkleuren geverfd. Foto: belga

De Vlaamse meerderheidspartijen en oppositiepartijen Vooruit en Groen hebben maandagmiddag, op de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie, samen met vertegenwoordigers van alle grote levensbeschouwingen in ons land een gezamenlijke verklaring ondertekend tegen intimidatie, geweld en discriminatie op basis van seksuele oriëntatie en genderidentiteit.

‘In Vlaanderen krijgt een op de twee lgbtqi+’ers te maken met intimidatie en bijna een op de vijf met fysiek geweld. Dat is onaanvaardbaar’, luidt het in de verklaring. De tekst benadrukt ook dat elke mens gelijkwaardig is en discriminatie op basis van seksuele geaardheid en genderidentiteit niet kan. De levensbeschouwingen wordt tot slot gevraagd om het thema onder de aandacht te brengen en om zich te engageren om een veilige haven te zijn voor mensen van de lgbtqi+-gemeenschap en voor zoekende jongeren.

De verklaring werd maandagmiddag ondertekend in het Vlaams Parlement door bisschop Johan Bonny en vertegenwoordigers van onder meer de Moslimexecutieve, de protestantse kerk, de Israëlische eredienst, de boeddhistische unie, de orthodoxe kerk, de anglicaanse kerk en de vrijzinnige koepel demens.nu. Ook Vlaams Parlementsleden Lorin Parys, Paul Van Miert, Piet De Bruyn en Freya Perdaens voor N-VA, Tom Ongena (Open VLD), Stephanie D’Hose (Open VLD), Brecht Warnez (CD&V), Maxim Veys (Vooruit) en An Moerenhout (Groen) ondertekenden de verklaring.

Initiatiefnemer Lorin Parys is tevreden dat alle grote levensbeschouwingen zich achter de tekst konden scharen. ‘Gelijkheid is voor ons meer dan de wetten die we hier maken. Die hebben we, maar de harten en hoofden nog niet helemaal.’ Parys is tevreden met het engagement van de religies en levensbeschouwingen om hun schouders te zetten onder het thema, ‘en om duidelijk te zeggen dat discriminatie op basis van seksuele oriëntatie niet kan, zeker niet in naam van religie’.