Duitsland noemt clubs voortaan cultuur
Daar mag op gedanst worden. Foto: Getty Images/iStockphoto

Huizen van plezier? De Bundestag vraagt om clubs gelijk te behandelen met musea en operagebouwen. Het gaat om een kleine aanpassing in stedenbouw, maar wel met mogelijk grote gevolgen.

Terwijl de deuren van de Duitse discotheken meer dan een jaar gesloten zijn, heeft de Bundestag een voorstel gestemd om clubs en concertzalen voortaan te beschouwen als cultuurinstellingen. Alle partijen behalve de AfD schaarden zich achter de resolutie, die wel nog moet bekrachtigd worden door de federale regering.

Het gaat niet om de vraag of techno voortaan geldt als hoge cultuur, maar wel om een kwestie van stadsplanning. In België worden discotheken en feestzalen gerekend onder de term ‘café’, maar in Duitsland worden ze vooralsnog gecategoriseerd als ‘entertainmentzalen’, net als gokkantoren, speelzalen en bordelen. Dat betekent dat ze slechts beperkt toegelaten worden en dat uitbaters weinig weerwerk hebben wanneer investeerders nieuwe plannen hebben voor een wijk.

Net als in België namen Duitse clubs vaak verlaten fabriekspanden in. Wanneer door de nieuwe activiteit de buurt aan aantrekkingskracht wint, worden de clubs gedwongen tot sluiting door investeerders of door buren die klagen over nachtlawaai. De clubs hebben weinig mogelijkheden om uit te wijken: zowat alle fabriekspanden zijn intussen omgeturnd. De de-industrialisatie is voltrokken, schrijft Der Spiegel. Die evolutie zag je ook in België met de sluiting van de Leuvense club Silo en Kompass Klub in Gent.

Ondertussen leiden webshops tot leegstand van winkelpanden in de stadscentra. Die evolutie zou nog versnellen door de coronapandemie. Daar komt bij dat door het thuiswerken kantoren leeg zouden komen te staan. Met de aanpassing van de stedenbouwkundige categorie zouden Duitse clubs nu in aanmerking komen als nieuwe invulling.