Alweer een dag vol geweld in Israël en Palestina, met raketten als spelbreker
Agenten in burger helpen bij de arrestatie van een Palestijnse man in de buurt van de Damascuspoort in Jeruzalem. Foto: REUTERS

Jeruzalem was de hele dag in de greep van clashes tussen Palestijnse betogers en de Israëlische politie. Toen ook Hamas raketten afschoot vanuit Gaza, werd de situatie plots nog onvoorspelbaarder.

Anders dan in de voorbije week ­begonnen de rellen in Jeruzalem deze keer al ’s ochtends. Protesterende Palestijnen en de Israëlische politie raakten slaags rond de Al-Aqsa-moskee boven op de Tempelberg, Haram al-Sharif in het Arabisch. Daarbij werden al snel ruim driehonderd Palestijnse gewonden geteld, van wie er 250 naar het ziekenhuis moesten. Israëlische rubberkogels, traangas- en schokgranaten vlogen in het rond, van de overkant kwamen stenen.

Dat de protesten vroeg waren begonnen, had alles te ­maken met de Israëlische ‘Jeru­zalemdag’. De Israëliërs vieren op die dag de militaire verovering van Palestijns Oost-Jeruzalem in 1967, in hun ogen de ‘hereniging van Jeru­zalem’. Traditioneel marcheert een vlaggenparade van vooral Is­raëlische nationalisten en kolonisten dan dwars door de Palestijnse Oude Stad.

De Palestijnen van Jeruzalem maakten dinsdagochtend duidelijk dat ze daar dit jaar nog minder zin in hadden dan anders. Pas laat in de namiddag, een uurtje voor de parade moest beginnen, trok de ­Israëlische politie de stekker eruit. De traditionele route van de ­Damascuspoort tot de Klaagmuur was te onveilig, aldus de politie, en alleen een minder provocerend traject mocht nog worden afgewandeld.

Ultimatum

Terwijl Jeruzalem voor die late ­aankondiging al een halve dag in brand had gestaan, kwam daarna het volgende bedrijf in de gebeurtenissen. Een woordvoerder van de islamistische Hamas in Gaza stelde dat de militante organisatie aan Israël ‘een ultimatum had gesteld tot 18 uur om zijn troepen ­terug te trekken van de Al Aqsa-moskee en de wijk Sheikh Jarrah’. Daarop schoten Hamas en andere radicale groepen ­raketten af. Rond Jeruzalem weerklonk het luchtalarm.

Alweer een dag vol geweld in Israël en Palestina, met raketten als spelbreker
Foto: rr

Het was dinsdagavond nog onduidelijk hoeveel raketten vlak over de Israëlische grens met Gaza terecht waren gekomen, en hoeveel in de buurt van Jeruzalem. Sommige ­Israëlische media meldden er ‘dozijnen’, het Israëlische leger stelde in een vroege mededeling dat er ‘zeven ­raketten vanuit Gaza werden afgeschoten naar Israëlisch grondgebied, waarvan er één door het Iron Dome-luchtafweersysteem werd neergehaald’. Twee ­raketten veroorzaakten materiële schade.

Het Israëlische leger, allang bedreven in de geregelde confrontaties met Hamas, voerde onmiddellijk luchtaanvallen uit op Gaza. Daarbij vielen negen doden, van wie er drie Hamas-militanten zouden zijn en drie kinderen.

Voor de betogers in Jeruzalem is de Hamas-interventie slecht nieuws. Ze stonden er eerder op dat hun protestacties gericht waren ­tegen de voortdurende Israëlische kolonisatiepolitiek van Palestijns Oost-Jeruzalem. Een deel van hen richtte hun afkeer daarbij evenzeer tegen de traditionele politieke krachten als Hamas en de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoud Abbas. De vraag is welke strijd nu de boventoon zal voeren.

Voor de Israëlische politiek is een confrontatie met de ‘terroristen van Hamas’ dan weer beter hanteerbaar dan die tegen de ­onvoorspelbare, stenengooiende jongeren in Jeruzalem.

Veelzeggend waren ook analyses in de Israëlische media. In de ­Jerusalem Post luidde het tot de namiddag dat ‘Jeruzalem een kruitvat is dat in brand dreigt te vliegen’. Maar gelukkig waren er nog geen doden gevallen in Jeruzalem, klonk het, en als Israël ‘smart’ zou reageren, was de brand nog te blussen. Zodra de Hamas-raketten in de lucht hingen, veranderde de ­titel van de analyse in: ‘Het kruitvat Jeruzalem is in brand gevlogen.’

DS VIDEO - Israëlische bestuurder bekogeld met stenen, rijdt in op Palestijnen. Video: De Standaard

Internationale druk

Dat laatste hangt nochtans vooral af van hoe de betogers in Jeruzalem hun protesten willen voortzetten – en hoe de Israëlische politie en het leger daarop reageren.

Israël voelde in de laatste dagen de internationale druk toenemen, niet alleen van de Europese Unie, maar ook van Rusland en zelfs de Verenigde Staten. Ook de Arabische Golfstaten waarmee premier Benjamin Netanyahu vorig jaar met veel vertoon de ‘Abraham-akkoorden’ had afgesloten – de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein – konden door de Israëlische uitzettingspolitiek en het geweld in Jeruzalem niet kritiekloos blijven toekijken.

Intussen hebben de Europese Unie en de Verenigde Staten de recente raketaanvallen op Israël veroordeeld. Ze eisen dat het geweld op de bezette Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook ophoudt. Het lanceren van raketten vanuit de Gazastrook op de burgerbevolking in Israël is compleet onaanvaardbaar en leidt tot escalatie, zei een woordvoerder van de hoge vertegenwoordiger van het Europese buitenlandse beleid, Joseph Borrell, maandagavond. Alle leiders hebben nu de verantwoordelijkheid om op te treden tegen extremisten. Het moet prioriteit zijn om burgerslachtoffers te vermijden, klinkt het.

De Amerikaanse buitenlandminister Antony Blinken zegt ‘diep bezorgd’ te zijn over de gewelddadige situatie. ‘Ook al moeten alle partijen maatregelen nemen voor de-escalatie, heeft Israël natuurlijk het recht om zijn volk en grondgebied tegen aanvallen te beschermen’, aldus Blinken. Uiteindelijk moeten zowel Palestijnen als Israëli’s ertoe bijdragen om de spanningen te verminderen.

Rond negen uur gisteravond werd het opnieuw even kalm in Jeruzalem, en brak het wachten aan op het volgende bedrijf.