Genk klopt Standard in spannende bekerfinale
Bongonda (rechts) juicht met zijn ploegmaats. Hij scoorde de 0-2. Foto: JEFFREY GAENS

Dankzij een dynamischere tweede helft heeft KRC Genk zijn vijfde Beker van België gewonnen. Vleugelaanvallers Ito en Bongonda zetten Standard op achterstand, één tegendoelpunt volstond niet om het Genkse feestje te vergallen.

Het blijft onwezenlijk. Vorig jaar werd de bekerfinale eind maart uitgesteld vanwege de prominente aanwezigheid van Het Virus, dat ons bestaan gedurende ­enkele maanden zou teisteren, zo dachten we toen. Uiteindelijk speelden landskampioen Club Brugge en Antwerp hun finale pas begin augustus, een week voor de nieuwe competitie begon. Het Virus leek op dat ogenblik redelijk onder bedwang, toch werd de finale veiligheidshalve in een leeg Koning Boudewijn­stadion afgewerkt. Ook deze keer bleef dat ­stadion even leeg, op bondsleden, journalisten, bestuurders van beide finalisten en ­wisselspelers na. En Het Virus is intussen aan een derde offensief bezig.

Supporters vormen de levensbron van een voetbalclub. Alleen eigenaars met dollartekens in de ogen, het soort lieden dat in de Super League hoopt actief te zijn, beseffen dat nauwelijks. Wees maar zeker dat KRC Genk en Standard gisteravond veel liever voor veertigduizend ­vurige toeschouwers hadden gevoetbald. Dan zouden de supporters gejubeld hebben bij een vroege poging van Thorstvedt tegen de paal. Ook ­Heynen was er dicht bij met een Genks afstandsschot. Standard zette er enkel een paar onschuldige pogingen tegenover. Voor de rest veel ­lijf-aan-lijfgevechten in de eerste helft.

Genk begon na de pauze met meer ­initiatief en druk naar voor, weg was de afwachtende houding. Dat bracht Standard onmiddellijk aan het twijfelen. Bongonda trapte eerst nog naast, maar zette twee minuten later Ito alleen voor ­Bodart. De Japanner schoof keurig de 0–1 binnen. Het duurde een kwartier voor het einde tot de ingevallen Muleka eindelijk Luiks gevaar creëerde. Aan de overzijde konden Heynen en Thorstvedt net niet scoren in een veel aangenamere tweede helft. De vinnige Bongonda maakte er voor de ogen van de bondscoach op de tegenaanval 0–2 van. Muleka scoorde in de slot­fase nog tegen, maar het luidde geen slotoffensief van Standard in. De rode kaart voor een frustratietackle van Sissako nam de laatste Luikse hoop weg.

Seizoen geslaagd

Voor KRC Genk is het de vijfde bekerwinst. Dat is opmerkelijk voor deze fusieclub die pas in 1988 boven de doopvont werd gehouden. Eerder had Waterschei begin jaren 80 ook al twee keer gezegevierd op de Heizel. Het bemoedigende voor de Limburgers is dat ze meestal kort na de beker ook de landstitel behalen. Dat was het geval een jaar na de eerste bekerwinst, in 1998, en twee jaar na hun winst in 2000 en 2009. Alleen tussen 2013 (beker) en 2019 (kampioen) lag een langere periode.

Genk is nochtans aan een bijzonder vreemd seizoen toe. Slecht gestart, wat leidde tot het ontslag van trainer Hannes Wolf. Zich daarna herpakt onder de Deen Jess Thorup, die zelf eerder was doorgestuurd door het bestuur van AA Gent en die al na vijf weken Genk verliet voor een lucratiever aanbod van FC Kopenhagen, in zijn vaderland. Opvolger John van den Brom trok de goede lijn aanvankelijk door, wat de club de symbolische eretitel van herfstkampioen opleverde. Maar daarna volgde een terugval, waardoor Genk in de terugronde pas tiende werd, met een ­magere 22 punten op 51. Van den Brom leek even met ontslag te ­flirten, maar de Nederlander kreeg zijn team met veel moeite opnieuw op de rails. De bekerwinst is een flinke kers op een taart die nog niet af is.

Ook tegenstander Standard beleeft trouwens een kwakkelseizoen. Goed gestart onder de nieuwe trainer Philippe Montanier, die rust uitstraalde op de bank, een verademing na de molen­wiekende Michel Preud’homme. Toen de resultaten begonnen tegen te vallen sloeg de rust van Montanier echter om in berusting, ontslag werd na een poos onafwendbaar. Mbaye Leye, vorig seizoen nog assistent, mocht het dan toch als hoofdcoach proberen, nadat hij vorige zomer geen kans had gekregen van het bestuur om Preud’homme op te volgen. Ook onder Leye werd furieus gestart, waarna een ­stevige terugval volgde, om finaal toch nog behoorlijk te eindigen. Meer dan een plek in de Europe Play-offs, zeg maar Play-off 2, zat er nooit in voor de Rouches. Dat is niet goed genoeg.

Tussendoortje

Het blijft jammer dat de bekerfinale in dit land al enkele jaren een intermezzo vormt tussen het einde van de reguliere competitie en de start van de play-offs. Een tussendoortje. Dat is handig voor de kalendermaker, maar het geeft ook aan dat de ­beker niet meer is dan een nevencompetitie en niet de apotheose van het seizoen die het bijvoorbeeld in Engeland altijd is gebleven. Nog een geluk dat de finale in een weekend wordt betwist, of de aandacht zou nog geringer zijn. De Croky Cup leeft pas vanaf de halve finales, dat is ­zonde.

Wat wel handig is aan deze timing, is dat de deelnemers aan de Champions’ Play-off nu al weten dat ze volgend seizoen alle vier Europees zullen spelen. Club Brugge waarschijnlijk in de Champions League, KRC Genk in de ­laatste voorronde van de Europa League, tenzij het alsnog tweede wordt, dan kiest het uiteraard voor de Champions League-voorronde. Ook Antwerp en Anderlecht zijn nu al zeker van Europees voetbal, alleen welke competitie het wordt (Champions League, Europa League of Conference League) blijft nog een vraag­teken. De winnaar van de Europe Play-off – KV Oostende, Standard, AA Gent of KV ­Mechelen – hoeft geen extra wedstrijd te ­spelen eind mei, die club mag in juli een Europese voorronde in de nieuwe Conference League in de agenda noteren.