Acht jaar na de grootste ramp in de textielindustrie, is er nog steeds weinig veranderd
Naaisters aan het werk in Dhaka, Bangladesh. Foto: EPA

Vandaag acht jaar geleden stortte de textielfabriek Rana Plaza in Bangladesh in, de grootste ramp in de textielindustrie. De meer dan duizend slachtoffers worden jaarlijks herdacht tijdens Fashion Revolution Week.

1.138 doden en verschillende duizenden gewonden. Dat was de kostprijs van Rana Plaza. Eentje die jammer genoeg vermeden had kunnen worden. De structuur van de kledingfabriek - waar ook internationale merken zoals Zara, H&M, Nike en Primark kleding lieten produceren - bleek al langer instabiel en er was zonder veel voorbereiding een extra verdieping toegevoegd aan het gebouw. Die achtste verdieping kwam uiteindelijk naar beneden, met alle gevolgen van dien.

De ramp legde de erbarmelijke condities bloot waarin de arbeiders moesten werken. Om die werkomstandigheden in vraag te stellen werd Fashion Revolution Week in het leven geroepen. Elk jaar worden er acties georganiseerd en herinneren hashtags als #whomademyclothes en #whatsinmyclothes ons aan de gezichten achter onze kleding. En dat zijn er wel wat.

Geen werk door covid-19

‘4,1 miljoen mensen werken bij ons de kledingindustrie’, stelt Amirul Haque Amin, voorzitter van de National Garment Workers Federation (NGWF) in Bangladesh. De industrie heeft erg geleden onder de pandemie. Verschillende merken annuleerden hun bestellingen of stelden die uit (DS 2 april 2020).

In de eerste drie maanden van de pandemie zouden alleen al in Bangladesh een een miljoen textielarbeiders ontslagen zijn. Uit een bevraging blijkt dat 77 procent van de textielarbeiders de voorbije maanden honger heeft geleden, 80 procent van de vrouwelijke arbeiders heeft maaltijden overgeslagen om hun kinderen te kunnen voeden. Ook de ontslagpremies worden vaak niet of slechts gedeeltelijk uitbetaald. Textielarbeiders zouden zo al een half miljard aan premies zijn misgelopen.

Wettelijke zorgplicht

‘Daarom pleiten we voor wettelijk afdwingbare kaders met zogenaamde wettelijke zorgplicht’, stelt Sara Ceustermans van de Schone Kleren Campagne. ‘Na de ramp in Rana Plaza zeiden veel bedrijven in eerste instantie dat ze niet wisten dat ze daar produceerden, en al helemaal niet op de hoogte waren van de slechte condities. Dat moet anders.’

Die zorgplicht dwingt bedrijven om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen productieproces in elk stadium, en zelf preventief te gaan zoeken waar het misloopt.

Afgelopen woensdag werd er een voorstel voor een wettelijk kader voor zorgplicht ingediend bij de Europese Commissie. Nu is het afwachten wat Europees commissaris Didier Reynders (MR), die zelf aan een voorstel werkt, ermee doet. Ook in België ligt een wetsvoorstel op tafel (DS 22 april). Verschillende merken tekenden op internationaal en Belgisch niveau in op brieven om zorgplicht wettelijk door te voeren. ‘Voor bedrijven kan dat kader helpen’, stelt Ceustermans. ‘Ook zij willen eerlijke concurrentie, nu zijn er bedrijven die de kantjes er af lopen.’