Zorg- of hulpverlener mag radicalisering signaleren
Minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD). Foto: BELGA

Ondanks verzet van de kinderrechtencommissaris steunt een brede meerderheid in het Vlaams Parlement het opheffen van het beroepsgeheim, als radicalisering wordt vermoed.

Drie jaar geleden keurde de Kamer een regeling goed die de gemeenten verplichtte om een zogenaamde Lokale Integrale Veiligheidscel op te richten. Daarin komen burgemeester, politie en allerlei preventie- of sociale diensten samen om personen op te volgen bij wie radicalisering en een gevaar tot terrorisme wordt vermoed. Informatie die onder hun beroepsgeheim valt, kunnen ze er met elkaar delen.

Die veiligheidscellen zijn intussen actief, maar sommige Vlaamse diensten en voorzieningen of organisaties die door de Vlaamse overheid worden gesubsidieerd, zijn ­juridisch niet beschermd als ze in een dergelijke situatie hun beroepsgeheim schenden. Mensen van de Centra Algemeen Welzijn, de CLB’s of pakweg buurtwerkers zitten in een vagevuur.

Een decreet, dat in de commissie Radicalisering van het Vlaams Parlement is goedgekeurd, lost dat op, en dat ondanks protest van kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens. Die waarschuwt dat het decreet de kinderrechten ‘onder spanning’ zet en vindt dat het delen van het beroepsgeheim alleen in uitzonderlijke omstandigheden te verantwoorden is. Op haar vraag om de stemming uit te stellen en eerst nog hoorzittingen te houden, is het Parlement niet ­ingegaan. Er leeft wrevel over het late protest van Vrijens. ‘We hebben haar advies in de krant moeten lezen’, zegt Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir (N-VA).

Het decreet bevat wel voorzorgsmaatregelen: niemand is verplicht om aan het overleg mee te doen, wie niet deelneemt moet dat wel motiveren bij de burgemeester. Deelnemers beslissen zelf welke informatie ze delen en ze kunnen zich laten vertegenwoordigen door bijvoorbeeld hun leidinggevende.

Op vraag van de kinderrechtencommissaris is op het laatste nippertje ook in het decreet opgenomen dat een weigering tot deelname aan het overleg geen negatieve gevolgen mag hebben.

Minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD) ­beseft dat het spanningsveld waarin vele zorg- en hulpverleners werken, zal blijven bestaan: ‘Moeten zij hun beroepsgeheim delen als ze informatie hebben die op radicalisering kan wijzen, met het risico dat ze het vertrouwen verliezen en hun informatiestroom opdroogt? Of moeten ze zwijgen, met het risico dat een gevaarlijke situatie ontstaat? Het zal erop neer komen ­deze mensen te overtuigen om toch mee aan tafel te komen zitten.’