camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Geneesmiddelenonderzoek

De race naar de pil tegen covid verloopt in slow motion

Het farmabedrijf Merck onderzoekt of ­molnupiravir kan voorkomen dat de eerste symptomen ont­sporen tot ernstige covid-19. Het is een van de weinige medicijnen in de pijplijn om ziekenhuis­opnames te vermijden.

maandag 19 april 2021 om 3.25 uur

April 2020: een ziekenwagen haalt een mogelijke covidpatiënt op in de buurt van Luik. Of de pil werkelijk een verschil maakt – en het risico op ziekenhuisopname dus daalt – zal in september of ­oktober bekend zijn. afp

Dát zou pas een gamechanger zijn: een pil tegen covid-19. Te koop in de apotheek, niet te duur, met ­weinig bijwerkingen. Twee keer per dag in te nemen, gedurende vijf ­dagen. Te beginnen zodra de sars-CoV-2-infectie met een test is bevestigd, of zo snel mogelijk na ­contact met een besmette persoon. Het risico op lange weken met koorts en een ziekenhuisopname zou dalen, net als het risico dat huisgenoten aangestoken worden. Enkele farmabedrijven werken aan zo’n pil, maar het is een moeizame zoektocht met geen handvol beloftevolle moleculen in de pijplijn. Al is er nu een sprankeltje hoop.

Het farmabedrijf Merck en het biotechbedrijf Ridgeback Biotherapeutics hebben samen bekendgemaakt dat uit de tussentijdse ­resultaten van een klinische studie blijkt dat het zinvol is om het ­onderzoek naar hun antivirale middel molnupiravir voort te zetten. Voor covid-19-patiënten die in het ziekenhuis zijn opgenomen, maakt het experimentele geneesmiddel volgens hen geen verschil.

Niet superkrachtig

Maar ze zien wel een positieve trend bij covid-19-patiënten die niet in het ziekenhuis opgenomen zijn en bij wie de behandeling gestart is binnen de vijf dagen na het begin van de symptomen. Naar­mate de patiënten een hogere dosis van het middel kregen, raakten ze sneller van het virus af.

Favipiravir is oorspronkelijk ontwikkeld tegen griep­virussen. belga

De studie (fase 3) spitst zich voortaan toe op patiënten met een verhoogd risico op een ernstig verloop van covid-19, bijvoorbeeld ­wegens diabetes, obesitas of ­ouderdom. Of de pil werkelijk een verschil maakt – en het risico op ziekenhuisopname en overlijden dus daalt – zal in september of ­oktober van dit jaar bekend zijn.

Daarnaast plant Merck met hetzelfde middel in de tweede helft van dit jaar een klinische studie bij patiënten die blootgesteld waren aan het virus. Dat onderzoek moet uitwijzen of zo’n post-exposure ­profylaxis het risico op een infectie doet afnemen.

Het is ook een kwestie van priori­teiten. Het genees­middelenonderzoek richtte zich eerst op het verhogen van de overlevings­kans

Zit verder in de farmapijplijn: een antiviraal middel van het ­farmabedrijf Pfizer dat eveneens oraal, en dus ook thuis, kan worden ingenomen. In ons land en in de Verenigde Staten begint een ­fase-1-studie om na te gaan of het middel veilig is en goed ver­dragen wordt door gezonde volwassenen. Een derde oraal, anti­viraal middel op het lijstje van beloftevolle kandidaten, ten slotte, is favipiravir.

Hoeveel hoop mogen we hebben dat die drie, of een van die drie, hun steentje bijdragen tot het einde van de pandemie? Johan Neyts, professor virologie aan het Rega-Instituut (KU Leuven), zegt dat molnupiravir in poleposition staat. ‘Dat is het beste middel, al is het niet ­superkrachtig. Het is een bestaande stof waarvan onder­zoekers hebben ontdekt dat ze toevallig ook de vermenigvuldiging van het nieuwe coronavirus afremt. Maar die werkzaamheid is niet vergelijkbaar met de gerichte en zeer potente antivirale middelen die we hebben voor patiënten met hiv of met hepatitis C.’

Slimme combinaties

Ook Neyts en zijn collega’s hebben bestaande stoffen gescreend op hun werkzaamheid tegen sars-CoV-2, in opdracht van de Bill and Melinda Gates Foundation. Daarbij kwamen de Rega-onderzoekers eveneens uit bij favipiravir en molnupiravir, die allebei oorspronkelijk zijn ontwikkeld tegen griep­virussen. ‘In studies met hamsters bleek dat door de toediening van een combinatie van favipiravir en molnupiravir de hoeveelheid virus in de longen van de dieren tot een bijna ondetecteerbaar niveau kon worden teruggebracht. Als de combinatie wordt toegediend aan niet-geïnfecteerde hamsters die samen in een kooi zitten met een besmet dier, beschermt ze dat ook tegen ­infectie. Wij zoeken voort naar slimme combinaties van middelen om de werkzaamheid van bestaande stoffen te verhogen.’

Daarnaast werken Neyts en zijn collega’s aan specifieke en zeer potente coronaremmers. Hij noemt het ‘een drama’ dat er niet eerder, in vredestijd, zulke krachtige virusremmers voor de verschillende ­virusfamilies zijn ontworpen. ‘Met een gerichte virusremmer voor coronavirussen hadden we de brand in Wuhan mogelijk in de kiem kunnen smoren, of de verspreiding toch serieus kunnen vertragen.’

Noodvergunning in het najaar?

De ontwikkeling daarvan kost tijd, veel meer dan één jaar tijd. Maar dat we nog altijd helemaal geen medicatie hebben die ziekenhuisopnames voorkomt, is ook een kwestie van prioriteiten, zegt Neyts. ‘Het geneesmiddelen­onderzoek richtte zich, begrijpelijk, in eerste instantie op patiënten die opgenomen zijn in het ­ziekenhuis. Er werden meerdere middelen getest om hun over­levingskans te verhogen. Het bekendste voorbeeld is het oude ­malariamiddel hydroxychloroquine. Daarvan weten we intussen dat het niets doet.’

‘Met een gerichte virusremmer voor coronavirussen hadden we de brand in Wuhan moge­lijk in de kiem kunnen smoren’ Johan Neyts  Professor virologie ­Rega-Instituut (KU Leuven)

‘Al snel hebben we begrepen dat covid-19 een ziekte is met meerdere fasen en dat de antivirale middelen niet op eender welk moment helpen. Bij een ernstig verloop van covid-19 volgt op de virale fase een zware ontstekingsfase. In die tweede fase halen antivirale middelen niet meer veel uit. Er is veel energie gekropen in de pogingen om ­gehospitaliseerde patiënten toch met middelen te behandelen die de vermenigvuldiging van het ­virus moesten afremmen.’

‘Nu is het idee om de antivirale therapie zo snel mogelijk na de besmetting op te starten. Als het antivirale middel in het begin de vermenigvuldiging van het virus afremt, wint het immuunsysteem tijd om het virus zelf te kunnen bestrijden. Je mag het vel van de beer niet verkopen voordat die ge­schoten is, maar ik hoop echt dat er in het najaar een noodvergunning komt voor een oraal antiviraal middel dat én massaal geproduceerd én via apotheken verdeeld kan ­worden.’

Niet te missen

LEES OOK

De podcasts van De Standaard

Niet te missen