‘Marshallplan nodig voor geestelijke gezondheid kinderen en jongeren’
‘Veel bedrijven zijn nu milder voor hun werkgevers dan de scholen voor hun leerlingen’ Foto: DBA

Minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) maakt 20 miljoen vrij voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Welkom, maar lang niet genoeg, zegt de sector.

‘We hebben het de artsen op covid-afdelingen zo vaak horen zeggen: dat ze hopen dat ze nooit zullen moeten kiezen welke patiënt geholpen wordt en welke niet. De kinder- en jeugdpsychiaters moeten dat nu elke dag doen’, zegt psychiater Eva Kestens. ‘Een Waalse collega moest gisteren nog kiezen tussen het behandelen van een 15-jarige met een ernstige eetproblematiek en een 17-jarige met ­suïcidaal gedrag. Dat is óók een probleem van leven of dood.’

De Vlaamse Vereniging van Kinder- en Jeugdpsychiaters (VVK) slaat alarm door de hoge nood bij kinderen en vooral jongeren. Uit een rondvraag bij 607 pediaters, huisartsen, CLB-artsen en anderen blijkt dat veruit de meesten onder hen jongeren met een psychische nood niet ­direct kunnen helpen. Pakweg 23.700 jongeren in dit land zijn de voorbije maand op een wachtlijst terechtgekomen. Als je die allemaal in een bus laat stappen, krijg je een rij van 475 bussen – zeven kilometer lang. Het probleem ­bestaat al jaren, zegt de VVK, maar corona heeft het versterkt en aan de oppervlakte gebracht.

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) beseft dat de nood hoog is, en maakt nu 20 miljoen euro vrij voor de kinder- en jeugdpsychiatrie. Het geld gaat zowel naar meer opvangplaatsen als naar meer personeel.

Lat ligt te hoog

‘Het geld is welkom, maar het is te weinig’, zegt Kestens. ‘We nodigen deze regering uit om samen met ons een marshallplan te ontwikkelen voor de kinder- en jongerenpsychiatrie. Politici beseffen dat er een probleem is, maar ze zien nog niet hoe groot het werkelijk is.’

‘Ook jongeren die we anders niet zien, raken nu in de problemen. Hun leven heeft elke structuur verloren en de schooldruk is enorm. We vinden het erg jammer dat de scholen niet voltijds opengaan. Op school zijn alle leuke dingen weggevallen en thuis moeten ze voortdurend taken maken. Veel bedrijven zijn nu milder voor hun werkgevers dan de scholen voor hun leerlingen. De lat ligt voor veel jongeren echt te hoog.’