Berlijn mag huurprijzen niet bevriezen
Foto: REUTERS

De controversiële wet die de huurprijzen in Berlijn bevroor, is door het grondwettelijk hof nietig verklaard. Die wet kwam er om de te snel stijgende woningprijzen in de hoofdstad tegen te gaan.

De wet trad vorig jaar in werking maar is ‘niet verenigbaar met de Grondwet en is daarom nietig verklaard’, verklaarde het hooggerechtshof van Karlsruhe.

De huurwetgeving is een federale bevoegdheid. De Berlijnse overheid is bijgevolg zijn boekje te buiten gegaan toen het deze wet uitvaardigde, verduidelijkte het hooggerechtshof zijn beslissing. Het gaf de conservatieve en liberale oppositiepartijen die in beroep gingen gelijk. De vastgoedsector verzette zich ook tegen de wet.

De wet die van kracht ging in februari 2020, was aangenomen met 85 van de 150 stemmen in het Berlijns parlement, waar de linkse en de groene partijen de meerderheid hebben. Die legde een bevriezing van de huurprijzen voor twee jaar vast en daarna werd een limiet gezet op hun stijging .

Dit symbooldossier ging over alle oude woningen op de privémarkt. Dat zijn er zo’n 1,5 miljoen volgens de stad. De wet die tot 2025 van kracht zou blijven, voorzag bovendien dat huurprijzen die bovenmatig gestegen waren, terug moesten dalen.

Het doel was om de strijd aan te gaan met de sterke stijging van de huurprijzen in Berlijn de laatste jaren. Ook al is Berlijn een van de meest uitgestrekte hoofdsteden van Europa, toch kampt de stad met een tekort aan woningen.

Vroeger was Berlijn ‘arm maar sexy’, vandaag is de metropool met 3,6 miljoen inwoners een dynamisch, economisch centrum, vooral voor start-ups. Die dynamiek trok de laatste tien jaar jonge, hoogopgeleide arbeidskrachten aan, ook al heeft de pandemie deze trend sterk afgeremd.

Berlijners geven gemiddeld een kwart van hun salaris uit aan hun woning, blijkt uit de laatste cijfers van immobiliënsite Immowelt. Slechts 18,4 procent van hen zijn eigenaar van hun woning. Dat is een van de laagste percentages van Europa.