Onweer en sneeuw samen, hoe zeldzaam is dat?
Sneeuw in de lente Foto: Karel Hemerijckx

Gisteren kon je er zien in de provincie Antwerpen, bij de grens met Nederland, en in Oost-Vlaanderen in het Waasland: thundersnow. Simpel uitgelegd: onweer terwijl het sneeuwt. Maar hoe zeldzaam is dat?

Er is een aantal specifieke weersomstandigheden nodig om thundersnow te krijgen. Dat maakt het een zeldzaam fenomeen.

‘Voor onweer heb je ‘onstabiele’ lucht nodig: warme lucht die botst met koude lucht. Bij thundersnow moet die lucht ook nog eens koud genoeg zijn om sneeuw te bevatten’, stelt Luc Debontridder, operationeel wetenschapper en klimatoloog bij het KMI. Onweer komt sowieso vaker voor naarmate het warmer wordt. In België heb je in januari gemiddeld 3 dagen onweer, in april zijn dat gemiddeld 7 à 8 dagen en tegen augustus zijn dat 12 dagen. Voor thundersnow moet de lucht juist koud genoeg zijn. ‘De kans op lucht die koud genoeg is voor sneeuw komt meer voor tijdens de maanden maart en april, de overgangsmaanden tijdens de lente’, legt Debontridder uit.

Koude niet zo uitzonderlijk, warm weer wel

Sneeuw in deze tijd van het jaar is eigenlijk niet zo uitzonderlijk, de maximumtemperaturen van afgelopen week waren dat wel. Dat die koude temperaturen zo opvallen komt door de klimaatopwarming. Door dat extreme temperatuurverschil krijgen we nu onweer met sneeuwbuien: de veel warmere lucht die nog boven ons land hing, botste met de lucht die nu opeens uit het noorden en noordwesten kwam.

‘Erg koude lucht is van de Noordpool over de Noordzee tot bij ons gekomen. Deze polaire onstabiele lucht werd gevolgd door een koufront dat botste met warmere lucht boven onze streken. Daardoor zie je – heel plaatselijk – onweersverschijnselen met sneeuwbuien: thundersnow’, legt Debontridder uit.

De kans om er nog te zien wordt wel kleiner: vandaag en morgen is er nog een kleine kans, maar het temperatuurverschil tussen de verschillende luchtlagen wordt minder groot, en dus daalt de kans. ‘Echt uitzonderlijk kan je het vanuit klimatologisch standpunt niet noemen, daar spreken we pas over wanneer iets meer dan 30 jaar niet voorkomt’, stelt Debontridder. Thundersnow kun je elke 10 jaar waarnemen.