Curieuzeneuzen starten metingen droogte en hitte: hier gaan gazondolken in de grond
Foto: BART DEWAELE

CurieuzeNeuzen in de Tuin onderzoekt hoe we beter kunnen omgaan met de effecten van warmere en drogere zomers. Het grootschalige burgeronderzoek gaat dit weekend van start. Waar de meetpunten precies komen, ziet u op onderstaande kaart.

U kan inzoomen om de kaart met deelnemende meetpunten in detail te bekijken. Om de privacy van de curieuzeneuzen te verzekeren, is er een lichte afwijking in de locaties doorgevoerd.

De Antwerpse universiteit en De Standaard zochten 4.400 kandidaten om droogte en hitte in hun tuin, school, bedrijf of park te meten. We willen hitte en droogte gedetailleerd in kaart brengen, en uitzoeken hoe tuinen of parken een verkoelende plek kunnen zijn tijdens een hittegolf, of hoe we ze beter kunnen wapenen tegen de droogte.

Een burgeronderzoek van die omvang naar droogte en hitte is nooit gevoerd. Om tot voldoende spreiding te komen, waren veel kandidaten nodig. Uit bijna 52.000 inschrijvingen konden de onderzoekers van de Antwerpse universiteit 4.400 meetlocaties met een ideale verscheidenheid selecteren.

‘Die grote interesse gaf ons de gedroomde basis om te kiezen’, zegt onderzoeker Stijn Van de Vondel. ‘Voor de selectie stelden we een algoritme op dat een ideale set meetpunten bepaalde op basis van diverse kenmerken: geografische ligging, bodem, aandeel groen of verharding in de omgeving, grootte van de tuin, beplanting of maaibeleid. Onze selectie is statistisch relevant en representatief voor Vlaanderen. Alles wat we willen vatten, zit er in.’

Stedelijke koorts

Naast 3.535 privétuinen en 77 bedrijven of verenigingen, werden 362 gemeenten en 426 scholen geselecteerd. De besturen doen mee met openbaar groen – ook hier maakt een optimale variatie het mogelijk inzicht te verwerven in hoe parken kunnen werken als airco tegen stedelijke koorts. De scholen (ook wie niet deelneemt) kunnen aan de slag met een lespakket voor lager en secundair. Leerlingen leren met filmpjes, oefeningen en proeven wat het effect is van klimaatverandering op de natuur en hoe we die weerbaarder kunnen maken.

De overige 600 sensoren waren bestemd voor natuurgebieden en aardappelvelden – twee projecten die samen met respectievelijk Natuurpunt en het onderzoeksinstituut Vito worden uitgevoerd. Het onderzoeksproject in de natuurgebieden wordt onderdeel van het doctoraat van Stijn Van de Vondel. De onderzoekers plaatsten 200 sensoren in 50 natte natuurgebieden in de provincie Antwerpen. ‘We gaan de verkoelende impact van natte natuur bestuderen, op de gebieden zelf en op steden en gemeenten in de omgeving. Die kennis wordt erg relevant met het oog op het toenemende hitte-eilandeffect.’

‘Dat inzicht krijgen we door de data uit de natuurgebieden te koppelen aan die uit de tuinen. Stel dat we in de omgeving van natte natuurgebieden een patroon van koelere tuinen zien, dan kunnen we nagaan in hoeverre dat strookt met de metingen in de gebieden zelf, hoe groot de impact is en hoe ver die reikt. Wat is de invloed van een groot gebied op een kleine landelijke gemeente? Of van kleinere gebieden op een grote stad als Antwerpen? We kunnen linken zoeken met soorten ecosystemen en hun beheer, of met de mate van versnippering.’

Begin mei publiceert De Standaard de eerste stippenkaart met resultaten en bijhorende analyses van het burgeronderzoek in de tuinen, bedrijven, scholen en parken.

Lees meer over Curieuzeneuzen in de Tuin >