Scholen zijn vooral een spiegel van de virusverspreiding in de samenleving, en geen broeihaard. Dat bevestigt een studie die viroloog Steven Van Gucht heeft voorgesteld.

Een steekproef van 1.285 leerlingen en 818 schoolmedewerkers in 44 lagere scholen en 40 middelbare scholen (de eerste graad) werd op antistoffen getest tussen 3 december en 28 januari, na de tweede golf dus.

Uit de studie blijkt dat 12,4 procent van de leerlingen en 14,8 procent van het schoolpersoneel antistoffen tegen het coronavirus had. De antistoffen wijzen op een eerdere besmetting. De verschillen tussen leerlingen van de lagere en de middelbare school en het schoolpersoneel zijn klein en niet statistisch significant, klinkt het.

Bij kinderen werd de besmetting wel minder vaak vastgesteld dan bij het personeel. ‘Slechts twee procent van de leerlingen had in de periode voordien een bewezen coronabesmetting met een positieve test’, zei Steven Van Gucht tijdens de persconferentie van het Crisiscentrum. ‘Bij de meeste kinderen werd de besmetting dus niet vastgesteld. Bij het personeel was dit een stuk hoger. Tien procent testte voor de studie positief.’

Regionale verschillen

Er zijn opvallende regionale verschillen. In Vlaanderen lagen de percentages lager dan in Brussel en Wallonië. ‘In Vlaanderen had 8,7 procent van de leerlingen antistoffen en 13,2 procent van het schoolpersoneel. In Wallonië was dat 15,4 procent en 17,7 procent, in Brussel 24 procent en 10,5 procent.’

Tijdens de tweede golf werden vooral Brussel en Wallonië zwaar getroffen. Dat vertaalt zich ook in de resultaten van de studie. Omdat de cijfers voor Brussel op een klein aantal leerlingen en personeelsleden betrekking hebben, vertonen ze een grotere statistische onzekerheid.

Spiegel

De percentages zijn vergelijkbaar met de percentages die in dezelfde periode gevonden zijn bij de algemene bevolking, zo concludeert Sciensano.

‘Bij bloedgevers bedroeg in die periode het percentage van mensen met antistoffen zo’n 16 procent, in Brussel was dat 26 procent’, legt Van Gucht uit. ‘Onze studie vindt dus geen aanwijzingen dat het virus zich in scholen meer verspreidt dan elders in de gemeenschap. Het bevestigt dat scholen vooral een spiegel zijn van virusverspreiding in de samenleving en geen broeihaard.’

De studie van Sciensano in samenwerking met de KU Leuven was niet eenmalig. Dezelfde groep leerlingen en personeelsleden werd in maart een tweede keer getest, van half mei tot half juni volgt een derde testmoment.