Amnesty International vraagt om dringend ingrijpen na nieuwe aanvallen door Boko Haram
Een vluchtelingenkamp in het noordoosten van Nigeria. Foto: EPA-EFE

Strijders van de jihadistische beweging Boko Haram hebben zich in het noordoosten van Nigeria schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden: ze hebben vrouwen verkracht en onderworpen aan ander seksueel geweld. Dat meldt mensenrechtenorganisatie Amnesty International donderdag.

In februari en maart interviewde Amnesty International 22 mensen in dorpen in het noorden van de staat Borno, in het noordoosten van Nigeria. Zij spraken over gewelddadige aanvallen met seksueel geweld, ontvoeringen, plunderingen en moorden door de strijders van Boko Haram.

‘Boko Haram zet zijn meedogenloze cyclus van moorden, ontvoeringen en plunderingen voort’, zegt Osai Ojigho, directeur van Amnesty International Nigeria. ‘Tijdens hun aanvallen onderwerpen de strijders vrouwen en meisjes aan verkrachting en ander seksueel geweld. De wreedheden die ze begaan, zijn oorlogsmisdaden.’ Verkrachtingen en andere vormen van seksueel geweld tijdens gewapende conflicten worden volgens het Statuut van Rome uit 1998, dat leidde tot de oprichting van het Internationaal Strafhof, bestraft als oorlogsmisdaden.

Amnesty International sprak met verschillende getuigen die dezelfde aanval beschreven. ‘Zij hadden vrouwen horen schreeuwen en gemerkt dat ze totaal overstuur waren na het vertrek van Boko Haram. Een traditionele genezeres zei dat ze na de aanval verschillende vrouwen had verzorgd die verkracht waren’, aldus de mensenrechtenorganisatie. ‘Sommige getuigen vertelden ook dat Boko Haram tijdens aanvallen vrouwen kidnapte en ze wegvoerde op motorfietsen. De vrouwen werden enkele dagen later teruggebracht naar hun dorp, duidelijk getraumatiseerd.’

De strijders arriveerden op motorfietsen en gingen van huis tot huis om vee te vangen en waardevolle bezittingen, zoals geld, telefoons, juwelen en kleren, te stelen. Hoewel sommigen Nigeriaanse legeruniformen droegen en anderen traditionele kledij van de streek, was de plaatselijke bevolking er toch van overtuigd dat het om strijders van Boko Haram ging: de strijders beschikten niet over militaire voertuigen, ze droegen een allegaar van kleren, ze spraken talen die gangbaar zijn bij Boko Haram en onder hen bevonden zich naast twintigers ook tieners.

Vol vluchtelingenkamp

Gevluchte dorpsbewoners streken neer nabij een kamp voor binnenlandse ontheemden. Ze kregen te horen dat het vluchtelingenkamp vol was. Amnesty International hekelt dat de slachtoffers vooralsnog geen hulp, in de vorm van voedsel, onderdak en gezondheidszorg, kregen. ‘De geviseerde gemeenschappen zijn aan hun lot overgelaten door de troepen die verondersteld worden hen te beschermen. Ze kunnen nauwelijks op begrip rekenen, en reactie op de gruwelen die ze hebben ondergaan, blijft uit. De Nigeriaanse autoriteiten moeten deze kwestie dringend aanpakken’, zegt Ojigho.

‘Dit is een humanitaire crisis, die met de dag erger wordt’, aldus Ojigho. De Nigeriaanse autoriteiten en hun partners moeten nu in actie komen om de meest behoeftigen te helpen. Ze moeten er ook voor zorgen dat deze verschrikkelijke toestand niet verder uit de hand loopt.? Ojigho vraagt tevens om een onderzoek van het Internationaal Strafhof naar de wreedheden.