Pro-Koerdische partij HDP op rand van opheffing
Protest in Istanbul tegen de mogelijke opheffing van de HDP. Foto: REUTERS

De Pro-Koerdische partij HDP riskeert illegaal te worden verklaard. Voor mandatarissen en leden van de pro-Koerdische en progressieve HDP-partij is het een déjà vu dat ze al wekenlang zagen aankomen.

Eerst kwamen de hardnekkige oproepen van de Turkse ultranationalistische partij om de ‘verraderlijke’ HDP te verbieden. Vervolgens was het enkele weken wachten wat de partij van president Recep Tayyip Erdogan, die een coalitie vormt met de ultra­nationalisten, zou doen. Woensdag werd de parlementaire immuniteit van een bekende HDP-politicus al geschrapt vanwege een nieuwsbericht dat hij via Twitter deelde. En gisteren diende aanklager Bekir Sahin ten slotte een aanklacht in bij het Grondwettelijk Hof van Turkije.

Dat zal nu beslissen of de HDP straks illegaal wordt verklaard. Daarmee dreigt voor de HDP het traject van haar zes voorgangers die sinds 1990 ofwel volledig verboden werden, ofwel via rechts­zaken werden aangeklaagd tot ze leegliepen.

Het is nog niet bekend wanneer het vonnis valt. Heel wat ­leden van de partij werden individueel al aangeklaagd, maar dreigen nu collectief monddood gemaakt te worden.

Schaduw van de PKK

De HDP is de derde grootste partij in het Turkse parlement en goed voor zo’n 6 miljoen stemmen. ‘HDP is meer dan een partij en wat gebouwen: wij zullen blijven ijveren voor een democratische transformatie van Turkije’, reageerde ze in een open brief.

De belangrijkste beschuldiging van Sahin is dat de partij ‘de integriteit van de staat ondermijnt’ en nauwe banden heeft met de PKK. Met die linksgeoriënteerde gewapende militie voert het Turkse leger al decennia oorlog. Aanvankelijk gebeurde dat vooral in het Koerdische zuidoosten van Turkije, maar Turkije zet die strijd ook voort over zijn grenzen, in Koerdisch Syrië en Koerdisch Irak. Conflicten tussen de PKK en Turkije kostten volgens de International Crisis Group sinds 2015 5.285 mensen het leven.

Het is zeker niet zo dat het politiek bestuur van de HDP geen ­enkele invloed ondervond van de PKK, zoals een ex-lid getuigde. Maar in tegenstelling tot de PKK, die regelmatig terreur inzette, hield de HDP zich altijd aan ­democratische principes en volgde ze een bredere progressieve agenda die ook niet-Koerden overtuigde.

Bovendien zou een zoveelste verbod geen oplossing vormen voor de steeds grotere frustratie bij Koerdische burgers in Turkije. Zij blijven snakken naar meer taalrechten en een volwaardige ­erkenning als minderheid. Voor de extreemrechtse nationalisten onder leiding van Devlet Bahçeli is dat conflict niet anders op te lossen dan via totale repressie.

Als Sahin zijn zin krijgt, zouden bijna 700 mensen nooit meer aan politiek mogen doen. Zijn aanklacht zou overigens geschreven zijn op basis van eerdere aanklachten, waarvoor sommige HDP’ers al zijn vrijgesproken. Dat gaat in tegen het juridische principe dat men niet twee maal voor hetzelfde feit vervolgd kan worden.