Vlaanderen ontwart spaghetti van intercommunales
Foto: BELGA

Lokale besturen krijgen tien jaar de tijd om hun samenwerkingsverbanden met andere gemeenten te stroomlijnen volgens een kaart met zeventien regio’s.

Het heeft enkele weken intens puzzelwerk gekost, en een heleboel politieke en regionale gevoeligheden moesten overwonnen worden, maar de Vlaamse regering is nu toch zo goed als klaar met een kaart die Vlaanderen opdeelt in zeventien regio’s. Daarbinnen moeten de gemeenten zo veel mogelijk met elkaar samenwerken.

Dat is een grote verandering. Vandaag zijn de samenwerkingsverbanden tussen gemeenten een ondoordringbaar kluwen. Een telling van enkele jaren geleden leverde 2.229 samenwerkingen op tussen gemeenten. Turnhout spande ooit de kroon met 152 samenwerkingsverbanden.

Minder versnippering, minder mandaten en meer lokale bestuurskracht, dat was de bedoeling. Dat moest gebeuren zonder een bijkomende bestuurslaag, met weer nieuwe mandatarissen, te scheppen. Nochtans is het aantal regio’s nog gestegen, vergeleken met het oorspronkelijke voorstel van minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD), dat slechts dertien regio’s bevatte.

In de uiteindelijke beslissing zijn er enkele regio’s in West-Vlaanderen bijgekomen en wordt Limburg in drie gedeeld, al is dat laatste nog niet helemaal beslist. De bedoeling is dat tegen de paasvakantie duidelijkheid bestaat over de verdeling.

Geen muur

Er zal ook geen echte strikte muur staan tussen de zeventien regio’s. Als daar goede redenen voor zijn, kunnen de gemeentes ook samenwerken met een gemeente aan de andere kant van het muurtje. En ook samenwerking tussen regio’s wordt aangemoedigd.

Die samenwerking was een gevoelig punt waardoor het enkele weken langer dan gedacht heeft geduurd om de regiovorming door te drukken. In West-Vlaanderen waren de burgemeesters er grotendeels voorstander van om de regio te laten samenvallen met de provinciegrenzen, net als in Limburg.

Maar dat lag gevoelig, een partij als N-VA is bijvoorbeeld geen voorstander van de provincies. De oplossing lag erin het begrip ‘provinciale regio’ te laten vallen en te vervangen door ‘supraregionale samenwerking’ en tegelijk ook toe te passen op Limburg, dat dan toch niet één provinciale regio zou vormen.

Het zal wel even duren voor de gemeenten binnen een regio ook effectief hoofdzakelijk met elkaar samenwerken. Ze krijgen tot 2031 om hun samenwerking af te stemmen op de regiokaart. Minister van Binnenlands Bestuur Bart Somers (Open VLD) zegt te beseffen dat de gemeenten rekening moeten houden met investeringen, afschrijvingstermijnen of lopende mandaten.

Hij rekent er wel op dat vele structuren sneller aanpassen. Ook de Vlaamse overheid zelf wil het goede voorbeeld geven door haar samenwerking met de gemeenten tegen 2025 al af te stemmen op de regio’s. Dan gaat het bijvoorbeeld om de vervoersregio’s, woonmaatschappijen of cultuurbeleid.

Trots op hervorming

De Vlaamse regering is best trots op de hervorming. Minister-president Jan Jambon (N-VA) noemde ze een ‘bestuurlijke reuzenstap’, minister Somers ‘een interne staatshervorming’. In de praktijk zullen sommige samenwerkingsverbanden over de hele provincie heen blijven bestaan. In Limburg bestaat er bijvoorbeeld één vervoersregio en één afvalintercommunale. Daar wordt niet van afgestapt. Ook in West-Vlaanderen zijn er intercommunales die over alle regio’s heen werken.

Maar de voorbije weken borrelde er links en rechts kritiek op, onder meer bij een aantal provinciegouverneurs en burgemeesters. Ook in de Vlaamse regering waren er meningsverschillen over het politiek gevoelige dossier. Zo verzette coalitiepartner CD&V zich tegen de opdeling van West-Vlaanderen in drie regio’s. Ook de opdeling van Limburg lag erg moeilijk, en botste deze week nog op een njet van de sociale partners.