KV Mechelen wil rechtszaak met hoofdaandeelhouder Dieter Penninckx vermijden: ‘Hopen te onderhandelen’
Foto: BELGAIMAGE

De Raad van Bestuur van KV Mechelen bespreekt dinsdag de situatie rond hoofdaandeelhouder Dieter Penninckx. KVM beëindigde twee weken geleden zijn bestuursmandaat, maar Penninckx vecht dat aan via een ingebrekestelling. Malinwa hoopt evenwel dat het niet tot een rechtszaak komt.

In december vorig jaar liet Penninckx al weten zijn mandaat bij de club tijdelijk niet uit te oefenen. Op officiële vergaderingen van KV Mechelen nam een waarnemer nadien zijn honneurs waar. Maar eind februari beëindigde de algemene vergadering van KV Mechelen zijn bestuursmandaat definitief. De topman van FNG, vooral bekend van schoenenwinkels Brantano, bezit twee derde van de aandelen, maar mag dus niet meer deelnemen aan het dagelijkse bestuur. Penninckx werd twee jaar geleden hoofdaandeelhouder van Malinwa, nadat hij Olivier Somers had uitgekocht. Die laatste moest het AFAS-stadion verlaten wegens zijn betrokkenheid in ‘Operatie Propere Handen’.

Raad van Bestuur behandelt zaak vandaag

Maar Penninckx laat het daar niet bij. Hij betwist de geldigheid van zijn ontslag en vindt dat hij als hoofdaandeelhouder controle moet kunnen uitoefenen op KV, wat nu niet meer mogelijk is, omdat hij geen beslissingsrecht meer heeft. Volgens Penninckx is dat geen goeie zaak voor de club. Hij wil naar eigen zeggen immers voor ‘corporate governance’ zorgen, met een strikte scheiding tussen het directiecomité en de raad van bestuur.

KV Mechelen bevestigt dinsdag dat de club van de raadslieden van Penninckx een mail gekregen heeft met een ingebrekestelling. Daaruit zou volgens Malinwa wel blijken dat Penninckx de zaak niet simpelweg voor de rechtbank wil brengen. ‘De zaak rond Penninckx komt dinsdag voor op de Raad van Bestuur’, reageert advocaat van de club Thierry Lammar aan Belga. ‘Daar zullen we een gemeenschappelijk standpunt innemen, waar het belang van KV Mechelen voorop staat. We hopen met Penninckx te kunnen onderhandelen. Een rechtszaak geniet ook niet onze voorkeur.’