Nederland versnelt vaccinatiecampagne: maar één prik voor wie recent besmet was
Foto: BELGAIMAGE

Wie minder dan een halfjaar geleden het coronavirus heeft opgelopen, heeft maar één vaccinatie nodig in plaats van twee. Tot die vaststelling komt de Nederlandse Gezondheidsraad. Door de betrokkene maar één dosis van een vaccin toe te dienen, zou de vaccinatiecampagne sneller uitgevoerd kunnen worden.

Dat staat in een rapport dat de Gezondheidsraad heeft opgesteld in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. De in Nederland al goedgekeurde vaccins, van Pfizer, Moderna en AstraZeneca, schrijven allemaal het gebruik van twee doses voor. Maar dat is volgens de Gezondheidsraad dus niet noodzakelijk.

‘Mensen die al besmet zijn geweest met het coronavirus komen met één dosis toe’, staat in het rapport. ‘Uit onderzoek blijkt dat de immuniteit die zij hebben opgebouwd ten minste een halfjaar aanhoudt. Ook blijkt dat één dosis van het vaccin bij hen binnen die zes maanden tot een flinke verhoging van de opgebouwde antistofniveaus leidt.’

Iedereen voorlopig maar één prik geven is volgens de Gezondheidsraad echter geen goed idee. ‘Dat kan namelijk leiden tot onvoldoende bescherming en daardoor tot ziekte en het ontstaan en verspreiden van virusvarianten.’ Het zou ook de verspreiding van mutaties kunnen vergemakkelijken. Voor wie nog niet besmet is, blijft de tweede prik noodzakelijk, is de conclusie.

Momenteel wordt in Nederland de tweede dosis van het BioNTech/Pfizer-vaccin toegediend na ongeveer 6 weken, van het Moderna-vaccin na ongeveer 4 weken en van het AstraZeneca-vaccin na ongeveer 12 weken. Dat blijft ook zo.

65-plussers

In hetzelfde rapport geeft de Gezondheidsraad ook een herzien advies over het toedienen van het AstraZeneca-vaccin aan personen van boven de 65 jaar. In een eerdere aanbeveling klonk het nog dat door gebrek aan bewijzen over de werkzaamheid niet aangewezen was om dit aan ouderen toe te dienen. Net als ons land komt ook Nederland daar nu van terug, en zal het dit vaccin ook aan bejaarden toedienen.