‘Als horeca weer start, is avondklok niet langer houdbaar’
Het ziet ernaar uit dat de straten, op enkele politiecombi’s na, nog een paar maanden leeg zullen blijven na middernacht. Foto: BELGA

‘De avondklok moet zo snel mogelijk op de schop’, dat zegt MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez. Momenteel is er nog geen zicht op een datum waarop de avondklok niet meer zal luiden en dat vindt Bouchez onaanvaardbaar. Ook Vlaams minister-president Jan Jambon toont zich een koele minnaar van de vrijheidsbeperking na middernacht.

‘De horeca mag op 1 mei weer van start, het is noodzakelijk dat dan ook een einde komt aan de avondklok’, liet Bouchez weten in De zevende dag. Als restaurants en cafés weer de deuren openen, is het volgens hem praktisch onhaalbaar om mensen na middernacht, en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest na 22 uur, uit de straten te weren. Bovendien zou de horeca te zwaar lijden onder die strenge beperking.

Wat hem betreft mag het overigens nog sneller. ‘Het lijkt ons wel redelijk om de avondklok op te heffen in april.’ Ook Jan Jambon (N-VA) staat te popelen: ‘De avondklok is een heel ernstige inbreuk op onze vrijheid. Ik hoop dat de federale regering ons wat dat betreft wat vrijheid geeft. De dag dat het op tafel ligt om de avondklok af te schaffen, sta ik aan die zijde.’

Ondertussen lieten zijn partijgenoten Theo Francken en fractieleider Peter De Roover via Twitter weten dat N-VA van plan is een wetsvoorstel in te dienen om een einde te maken aan de avondklok.

Eerder lieten minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) en minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (SP.A) al weten dat de avondklok wél moet blijven gelden, omdat die het makkelijker maakt voor de ordediensten om te controleren of mensen niet stiekem feestjes houden.

Noodzaak

In een reactie op de eis van Bouchez wil minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) benadrukken dat de avondklok het niet enkel makkelijker maakt om de bevolking te controleren, maar er in eerste instantie is gekomen om het aantal contacten te beperken en zo de bevolking te beschermen. ‘Er zijn nog altijd veel ziekenhuisopnames. We moeten bijzonder voorzichtig blijven, de cijfers tonen dat de avondklok nog altijd noodzakelijk is. Op het volgende Overlegcomité van 26 maart zullen we opnieuw evalueren op basis van de concrete situatie op dat moment. Als het mogelijk is om het afschaffen van de avondklok te vervroegen naar 1 april, zullen we dat zeker doen. Maar niets in de voorspellende modellen wijst erop dat het die richting uitgaat.’

Verlinden kijkt ook naar onze buurlanden, die eveneens vasthouden aan de avondklok. ‘We zijn geen eiland.’ Ze erkent dat het om een inperking van onze fundamentele vrijheid gaat, maar daar springt ze niet licht mee om. ‘Het is misschien de meest verregaande maatregel die ik ooit in mijn carrière zal uitvaardigen. Maar de openbare veiligheid en volksgezondheid staan op het spel.’