Dossier Stikstofcrisis

Zet stikstof Vlaanderen
op slot?

scroll
 

Vlaanderen is de Europese koploper in stikstofvervuiling op natuurgebieden. Voor jarenlang schuldig verzuim betalen we nu de prijs. Een belangrijk stikstofarrest kan onze economie op slot zetten. Hoe zit dat precies? Welke regio’s komen in de problemen? Een simulatie van de impact laat weinig illusies: overal in Vlaanderen komen woningbouw, infrastructuurwerken, industrie- en stallenbouw op losse schroeven.

zaterdag 6 maart 2021

Hier ziet u het Bellevuebos, een prachtig natuurgebied in Haspengouw, op de grens tussen Kortessem en Borgloon. Er komen oude bosbiotopen in voor. Door de vallei kronkelt de Winterbeek. Er zitten dassen, reeën en haviken.

Maar het bos staat onder druk. Al jaren krijgt het te veel stikstof te slikken, afkomstig van veeteeltbedrijven, en deels ook van verkeer, huishoudens en industrie. Daardoor gaat het langzaam kapot, vertelt Jos Ramaekers van Natuurpunt. ‘De schrale graslanden en kwetsbare bomen en planten deemsteren weg. Voorjaarsplanten worden verdrukt door bramen en netels. Hier zitten zeldzame vleermuizen die insecten zoeken op de graslanden. Ook die komen in de verdrukking.’

Dit Haspengouwse bos is de eerste dominosteen die viel in de stikstofcrisis, die zich in alle hevigheid ontvouwt. De Raad voor Vergunningsbetwistingen oordeelde dat de uitbater van een kippenstal uit Kortessem, die fors wil uitbreiden, niet kan bewijzen dat zijn bedrijf de draagkracht van het bos niet nog verder aantast. De vervuilruimte is op. Er kan geen stikstof meer bij.

Dat is problematisch. Want overál in Vlaanderen is de vervuilruimte op. Het Bellevuebos is maar een van de vele overbelaste Natura 2000-gebieden, die verspreid liggen over Vlaanderen. De Europese Habitatrichtlijn gebiedt ons die te beschermen en indien nodig te herstellen. Dat gebeurt niet.

De kaart hieronder toont alle Vlaamse Natura 2000-gebieden. De licht- en donkerrode vlakken zijn de gebieden die meer stikstof slikken dan ze aankunnen. Tachtig procent van de beschermde natuurgebieden zit onder te hoge stikstofdruk. Sommige krijgen drie tot vijf keer meer stikstof te verwerken dan hun kritische drempel. Als niet wordt ingegrepen, gaan ze onherroepelijk kapot.

Hoe moet je deze kaart lezen?

De kaart toont voor alle Natura 2000-gebieden of er al of niet te veel stikstof zit. We werkten met drie vereenvoudigde categorieën: groen toont de gebieden zonder overschrijding, lichtrood zijn de gebieden met een overschrijding tussen 0 en 10 kg (per hectare per jaar), donkerrood de gebieden met een overschrijding tussen 10 en 50 kg (ha/jaar). De nulgrens wordt bepaald door de drempelwaarde van wat een gebied aankan. Een overschrijding met 10 kg, betekent dus 10 kg stikstof boven op de kritische drempel van dat gebied. Die laatste varieert van biotoop tot biotoop en schommelt tussen 6 en 34 kg (ha/jaar).

 
 
Het Bellevuebos is niet eens het ergste voorbeeld. Het ligt in een regio die nog vrij gespaard is gebleven. Wat meer naar het noorden van Limburg liggen veel meer overbelaste Natura 2000-gebieden. Overal bots je op gebieden die het zwaar te verduren hebben.
Ook de provincie Antwerpen heeft veel kwetsbare natuur die onder druk staat. Vooral de Kempen vallen op, met veel kleine en grotere natuurgebieden in ademnood. Dichter tegen de stad Antwerpen zien we onder meer de Kalmthoutse Heide, die kreunt onder de stikstof.
In Oost-Vlaanderen zien we een snoer van probleemgebieden, van het Waasland tot diep in de Vlaamse Ardennen. Vooral het Meetjesland valt op, met veel rode vlekken in de driehoek Aalter – Maldegem – Eeklo. Nergens in de provincie zijn regio’s waar géén overbelaste Natura 2000-gebieden zijn.
Dat is ook het beeld in Vlaams-Brabant: de provincie is bezaaid met natuurgebieden in slechte staat van instandhouding. Opvallend zijn het Zoniënwoud bij Brussel en het Meerdaalwoud bij Leuven.
West-Vlaanderen is een atypische provincie: er zijn minder waardevolle natuurgebieden, maar de gebieden rond Houthulst, Torhout en het zuiden van Brugge gaan diep in het rood. Ook langs de kuststrook staan duinengebieden onder druk.
Het beeld is confronterend. Ons land spant de kroon als Europese stikstofhotspot. De 47 beschermde habitattypes die hier voorkomen (zoals heide of schraal grasland), moeten van Europa tegen 2050 in goede staat van instandhouding zijn. Vandaag staat de teller op drie. Uit cijfers van het Europees Milieuagentschap blijkt dat geen Europees land het slechter doet. Milieuorganisaties spreken van een ‘ecologische ramp’.
 

Wat zegt het stikstofarrest?

Vlaanderen mag dit stikstofprobleem niet zomaar laten voortwoekeren. Europa verplicht ons orde op zaken te stellen. Op termijn mag de kritische stikstofdrempel in geen enkel natuurgebied nog worden overschreden. De deadline daarvoor ligt in 2050. Maar intussen mogen de Natura 2000-gebieden er niet verder op achteruitgaan.

In een regio waar intensief gereden, geboerd en geproduceerd wordt, is dat niet evident. Om economie en natuur met elkaar te verzoenen, werkt Vlaanderen sinds 2014 aan een Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). De PAS is een boekhoudsysteem voor de uitstoot van stikstof, dat bepaalt hoeveel vervuilruimte er nog is. Al jaren wordt gebakkeleid over de verdeling van de reductie-inspanningen over landbouw, industrie, woningbouw en transport. Daarom laat een definitieve PAS op zich wachten.

Waarom is Vlaanderen een hotspot van stikstof?
lees meer

Stikstof (N2) is een geur- en kleurloos gas dat overal om ons heen zit. Ongeveer 78 procent van onze lucht bestaat uit stikstof, die niet schadelijk is voor mens of milieu. Maar stikstof komt ook voor in reactieve (of schadelijke) verbindingen, waarvan ammoniak en stikstofoxiden de belangrijkste zijn. Het eerste wordt uitgestoten door de landbouw, met name door de veeteelt, het tweede komt vrij bij verbrandingsprocessen in het verkeer, de industrie of gebouwenverwarming. In onze volgebouwde regio met een hoge concentratie aan wegen, industrie en veehouderijen hebben we dus reactieve stikstof bij hopen.

Wanneer stikstof neerslaat, verrijkt het de bodem en werkt het als een groeiversneller. Zeldzame planten die weinig stikstof nodig hebben, zoals orchideeën of heide, worden verdrongen door planten die net hard groeien door stikstof, zoals bramen of netels. Daarmee komen kwetsbare ecosystemen in het gedrang en verdwijnen ook de dieren die van zeldzame planten leven.

Landbouw, verkeer, industrie en huishoudens dragen in verschillende mate bij tot het stikstofprobleem in de natuurgebieden. De grootste impact komt van de landbouw. Stallen stoten veel ammoniak uit, en ammoniak valt sneller neer bij de bron dan NOx. Bovendien liggen veehouderijen in landelijk gebied, vaak dicht bij natuurgebieden.

Niet alle stikstof we die produceren in Vlaanderen, valt hier neer. Van de 73.000 ton reactief stikstof die we in Vlaanderen uitstoten, valt 30.000 ton neer op Vlaams grondgebied. Het grootste deel voeren we uit, waarmee we bijdragen aan de stikstofcrisis in onze buurlanden en -regio’s (inclusief Brussel en Wallonië). Omgekeerd komt iets meer dan de helft van de stikstof die hier neervalt, uit het buitenland.

Samen geeft dat het volgende plaatje: het aandeel stikstofdepositie waarvoor we zelf verantwoordelijk zijn, komt voor twee derde van de landbouw. De rest komt van het verkeer (22%), de huishoudens (5%), de industrie (5%) en de energiesector (0,9%). Ook in het deel dat we invoeren, heeft landbouw een belangrijk aandeel.

De bijdrage van de landbouw wordt in verhouding groter. Terwijl de NOx-uitstoot van het verkeer en de energiesector sinds 2000 gevoelig daalde, en die van de industrie op een laag niveau zit, blijven de stikstofemissies van de landbouw al tien jaar stabiel. Emissiearme stallen en luchtwassers konden niet op tegen het effect van meer dieren in grotere stallen. Ook de stikstofdepositiekaart van Vlaanderen schetst het probleem. Gemiddeld valt in Vlaanderen jaarlijks 23,4?kilogram stikstof neer per hectare. De hotspots liggen in West-Vlaanderen en de Noorderkempen, waar de depositie oploopt tot meer dan 40?kilogram.

In afwachting van een finale regeling voerde de voormalige minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) een voorlopig systeem in met drempels. Een activiteit die minder dan 5 procent van de kritische drempel van een gebied bijdraagt, kan worden vergund. Die drempel ligt, afhankelijk van de biotoop, tussen 6 en 34 kg per hectare per jaar. Kan een biotoop 20 kg stikstof (ha/jaar) aan, dan mag een stal tot 1 kg stikstof over dat gebied uitstoten. De stal ernaast ook. Op die manier werden de voorbije jaren stallen, fabrieken, nieuwe wegen of woonwijken gebouwd in de nabijheid van natuurgebieden, ook al gaat de totale stikstofdruk er diep in het rood.

Die aanpak verklaart de rechter nu onwettig. In het arrest over de kippenstal in Kortessem maakt de Raad voor Vergunningsbetwistingen brandhout van de 5-procentdrempel. Hij verwijst omstandig naar een uitspraak van het Europese Hof van Justitie van eind 2018, naar aanleiding van de Nederlandse stikstofkwestie. Op basis van die uitspraak haalde de Nederlandse Raad van State in mei 2019 de Nederlandse PAS onderuit, die uitging van een creatieve stikstofboekhouding waardoor Nederland op de pof kon vervuilen. Na het wegvallen van dat kader lag de hele vergunningsverlening stil.

De Europese, de Nederlandse en nu ook de Belgische rechter volgen dezelfde redenering: elke bijdrage van stikstof op een overbelast natuurgebied telt, hoe weinig ook. Wie een vergunning wil voor een woonwijk, een stal of een fabriek, moet bewijzen dat er nergens impact zal zijn. Gegoochel met drempels of toekomstige herstelmaatregelen wordt niet langer getolereerd.

 

Het is moeilijk te bewijzen dat een project waarbij stikstof vrijkomt, géén impact heeft.

Wat betekent dat voor onze economie?

Een blik op de kaart van de overbelaste Natura 2000-gebieden zegt genoeg: op weinig plaatsen valt aan de gevolgen van dit arrest te ontsnappen. Dat betekent dat onze economie voor onbepaalde tijd wordt gegijzeld. Zo verging het Nederland. Net als bij ons liggen de natuurgebieden er verspreid over het land, dicht bij de plekken waar we leven en ondernemen. Het is moeilijk te bewijzen dat een project waarbij stikstof vrijkomt, géén impact heeft.

Stikstof reist immers ver. De depositie is het grootst in de eerste honderden meters van de bron, daarna verdunnen ammoniak en NOx in de lucht, waar ze grote afstanden afleggen. Op 20 kilometer van een bron is slechts 30 procent van de ammoniak en 10 procent van de stikstofoxiden neergeslagen. Een deel kan tot honderden kilometers ver komen. Daar draagt het bij tot de achtergrondconcentratie.

Wie in Nederland een vergunning wil, moet via de online rekentool Aerius bewijzen dat het project geen bijkomende stikstofdruk oplevert. De bovengrens ligt op 0,01 mol per hectare per jaar, wat neerkomt op 0,14 gram stikstof (1 mol = 14 gram stikstof). Dat is zoveel als niets. ‘Een ganzendrol’, zegt de Nederlandse stikstofexpert Jan Willem Erisman (Universiteit van Leiden) laconiek. ‘In de buurt van een natuurgebied kunnen enkele huizen met een gasketel daar al boven gaan.’ Ter vergelijking: in Vlaanderen was het tot nu toe mogelijk dat projecten door de 5-procent-drempel tot 1,6 kilo over een gebied konden uitstoten.

‘In de buurt van een natuurgebied kunnen enkele huizen met een gasketel al te veel negatieve impact veroorzaken’
Jan Willem Erisman stikstofexpert (Universiteit van Leiden)

Met die strenge grens als maatstaf is nog weinig mogelijk. ‘Het komt erop neer dat zowat heel Nederland op slot ging’, zegt Erisman. ‘Provincies durfden geen vergunningen meer af te leveren, uit schrik dat ze aangevochten zouden worden in de rechtbank.’ In eerste instantie werden 18.000 projecten on hold gezet. Woonwijken, staluitbreidingen, snelwegverbredingen, projecten in de haven, de ingebruikname van Lelystad Airport: het ging allemaal niet door. Activiteiten met gevoelige stikstofuitstoot krijgen alleen groen licht als elders in het gebied de uitstoot wordt afgebouwd, en de totale druk aanwijsbaar daalt.

‘Er is geen reden om aan te nemen dat het bij ons anders loopt’, zegt professor Milieurecht Luc Lavrysen (UGent). ‘De Europese regels zijn dezelfde, de toestand in Vlaanderen gelijkaardig. Ik verwacht dat vergunningen voor projecten met een negatieve impact op Natura 2000-gebieden overal in Vlaanderen moeilijk worden.’

‘Ik verwacht dat vergunningen voor projecten met een negatieve impact op Natura 2000-gebieden overal in Vlaanderen moeilijk worden.’ Luc Lavrysen, professor Milieurecht (UGent)

Concrete voorbeelden

Enkele willekeurige voorbeelden tonen wat dat betekent. We simuleerden de impact van enkele hangende projecten aan de hand van reële uitstootcijfers en afstanden tot natuurgebieden.

Hoe maakten we de simulaties?

In Nederland kan de exacte impact van projecten worden berekend via de openbare rekentool Aerius. Vergelijkbare tools in Vlaanderen zijn ofwel niet publiek toegankelijk, ofwel gaan ze uit van de 5-procentdrempel, waardoor ze voor deze oefening niet bruikbaar zijn.
lees meer

Om de impact toch te simuleren, werkten we met de Nederlandse tool. Die kun je, mits het manueel invoeren van rekenpunten, toepassen in op grote delen van Vlaanderen.

Waar exacte uitstootcijfers ontbreken, maakten we gebruik van impactberekeningen die terug te vinden zijn in de MER-rapporten. We maken daarbij een abstractie van de 5-procentdrempel, waardoor auteurs van het rapport de impact als ‘niet significant’ bestempelen.

In het geval er geen uitstootcijfers of impactberekeningen voorhanden zijn, omdat er (nog) geen MER bestaat van het project, simuleren we de impact door de afstand tot natuurgebieden te bekijken, en te vergelijken met gelijkaardige situaties in Nederland.

Deze werkwijze werd gevalideerd door medewerkers van Aerius en experts in impactmodellering. Het blijven simulaties, die geen exacte uitkomst genereren, maar met een zekere foutenmarge wel een idee geven van de impact.

Het Saeftinghedok in de Antwerpse haven ligt al jaren op de tekentafel. Het is essentieel als Antwerpen wil meedraaien als een van ’s werelds grootste containerhavens. Behalve de spanningen over het voortbestaan van het dorpje Doel, hangt nu ook het stikstofarrest als een zwaard van Damocles boven het dok. Uit berekeningen van het Milieueffectenrapport (MER) blijkt dat het gekozen scenario een impact heeft op de Kalmthoutse Heide van 170 gram per hectare per jaar. De depositie op het Klein en Groot Schietveld in Wuustwezel bedraagt 80 gram (ha/jaar), die op een bos- en heidegebied in Brasschaat 70 gram.

 

Legende:
Overbelaste Natura 2000-gebieden
Meetpunt met stikstofdepositie per hectare per jaar

 

Het transportbedrijf Essers zit al jaren in een saga verwikkeld om zijn logistieke hub ten noorden van Genk uit te breiden. Onlangs sloot het een akkoord met natuurvereniging Bos+, dat zich in ruil voor boscompensaties niet langer verzet tegen de kap van 9 hectare bos op de Hörmannsite aan de Woudlaan. Essers wil in Genk-Noord vooral zijn farma-activiteiten fors uitbreiden.

Maar misschien is dat akkoord achterhaald door het arrest. Exacte uitstootcijfers ontbreken, omdat Essers met een deel van het project uitweek naar de Hörmannsite, terwijl er alleen een MER werd opgemaakt voor de oorspronkelijke plannen die integraal aan de nabijgelegen Transportlaan zouden worden uitgevoerd. Ook geeft Essers enkel uitstootcijfers vrij over gebouwenverbranding, terwijl voor verkeer alle doorgaand verkeer in de nabije omgeving wordt meegeteld. Uit het MER voor de Transportlaan blijkt wel dat er volgens de interpretatie van het stikstofarrest een significante impact is op natuurgebied. De vraag is wat dat betekent voor het nieuwe project, als de uitbreiding wordt gesplitst over twee sites. Beide zijn omgeven door Natura-2000-gebieden, waarvan één op een steenworp.

In Zonhoven wil drankenfabriek Konings uitbreiden. De procedure loopt bij de provincie. Uit het MER blijkt een impact op het zwaar overbelaste Natura 2000-gebied Platwijers van minstens 20 tot 30 gram (ha/jaar). Naar de huidige Nederlandse normen is dat minstens 125 keer te veel. De impact op iets verder gelegen gebieden wordt niet berekend.

In Ravels heeft kippenhouder Bart Bax een aanvraag lopen voor een uitbreiding tot 212.450 mestkippen. Hij plant een nieuwe stal, en wil twee oude stallen ombouwen tot emissiearme stallen. Toch lijkt dat weinig te baten. Met een verwachte uitstoot van 6,5 ton ammoniak, heeft de nieuwe stal op minstens een van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden een impact van 103 gram (ha/jaar).

Ook woonprojecten komen in het vizier. Zo plant een ontwikkelaar in Aalter een grote verkaveling met 319 wooneenheden. Het project is gecontesteerd, en veroorzaakt een politieke en maatschappelijke splijtzwam in de gemeente. Er is geen MER, emissiecijfers ontbreken. Maar de site ligt op minder dan 3 kilometer van een kwetsbaar natuurgebied. In Nederland werden gelijkaardige projecten opgeschort. Vermoedelijk zal ook initiatiefnemer Belinvest van dit project de stikstofimpact in kaart moeten brengen.

Een gelijkaardig verhaal voor Broeklin, wat het Uplace-project in Machelen vervangt. Het MER belooft een ‘circulaire’ werkwinkelwijk. Maar het studiegebied voor de impactberekening wordt beperkt tot een perimeter van 1 kilometer. Op 2,7 kilometer ligt het overbelaste Natura 2000-gebied Floordambos. In Nederland gaan grote werven als deze voorlopig niet door. De kans is groot dat ook Broeklin zijn huiswerk opnieuw moet doen.

Ook infrastructuurwerken delen in de brokken. Twee grote zijn gepland aan de oostkust: de nieuwe havensluis met snelweg Nx in Zeebrugge, en het sluitstuk van de omvorming van de N49 tot snelweg. Daar staat het deel tussen Sint-Rita en Westkapelle op stapel. Beide snelwegen komen tot op minder dan 5 kilometer van een overbelast natuurgebied in Knokke. In Nederland staan grote infrastructuurprojecten op gelijkaardige afstand van Natura 2000-gebieden on hold – zoals de doortrekking van de A15 bij Arnhem en de verbreding van de A27 bij Utrecht.

 

Het zijn maar enkele voorbeelden. Op dezelfde manier komen honderden, misschien duizenden projecten in het gedrang. Grote verkavelingen, nieuwe stallen, fabrieken of wegenwerken: telkens is een impactstudie nodig.

In de Antwerpse haven zijn grote investeringen gepland. Wat met de chemiefabriek Ineos? Die zal moeten aantonen dat er geen impact is op de natuurgebieden in de omgeving van Antwerpen. En de felbevochten Oosterweelverbinding? De vergunning is verleend, dus dat project is misschien safe. Al kan die volgens Hendrik Schoukens, expert milieurecht (UGent), altijd nog worden aangevochten voor de burgerlijke rechtbank. ‘Je kunt dat doen met het argument dat de vergunning op basis van onwettige kaders is verleend. Op die manier zou je ook andere bestaande vergunningen kunnen aanvechten, om piekvervuilers eruit te halen en zo weer ontwikkelingsruimte te creëren voor andere sectoren. Het is de weg die Nederlandse milieubewegingen nu lijken te bewandelen.’

De simulatie toont dat je zowat nergens aan de gevolgen van het arrest ontsnapt, zeker met projecten die veel uitstoten. Kleinere projecten, bijvoorbeeld woningbouw die verder af zit van natuurgebieden, kan vermoedelijk wel nog – hoe duurzamer, hoe groter de kans dat ze vergund raken.

Toch wil de ironie dat ook duurzame projecten in de knel komen. In de haven van Rotterdam zitten voor anderhalf miljard euro investeringen, onder meer in waterstoffabrieken en -netwerken, in de pijplijn. Die gaan, tot wanhoop van havendirecteur Illard Castelein, tot nader order niet door. Hij opperde dat de haven ‘delen van de vergunning (van stikstof, red.) van de agrarische sector zou kunnen overnemen zodat wij ruimte krijgen om te bouwen’. Ook bij ons kunnen waterstoffabrieken of windmolens – waarvan niet de werking maar het bouwproces vervuilend is – in de problemen komen.

‘De stikstofreducties zullen substantieel moeten zijn, of we komen er niet’ Luc Lavrysen

Hoe komen we hier uit?

De oproep van de Rotterdamse havendirecteur toont waar de oplossing zit: nieuwe ontwikkelruimte komt pas vrij als elders de druk wordt afgenomen. Zoals Hendrik Schoukens het verwoordde in een opinie in deze krant: Het stikstofbad zit vol en loopt over. Eerst moet de stop eruit, voor er opnieuw iets bij kan.

Dat leidt tot moeilijke keuzes. Opnieuw kunnen we in de Nederlandse spiegel kijken. Om de huizenbouw tijdelijk vlot te trekken, werd de maximumsnelheid op heel wat snelwegen verlaagd tot 100 kilometer per uur. Verder wordt ontwikkelruimte gecreëerd door een grootschalig opkoopprogramma van de meest vervuilende veehouderijen.

Er is ook een noodprocedure, die kan worden ingezet voor projecten van groot maatschappelijk belang, waar geen alternatief voor is en waar forse compensaties tegenover staan. In Nederland wordt die zogenaamde ADC-procedure zelden gebruikt – ook niet voor de grote snelwegprojecten of de Rotterdamse haven. Vlaanderen maakte er in het verleden onder meer gebruik van voor de bouw van het Deurganckdok. Het is een lastige procedure, waarbij Europa het fiat moet geven. ‘Ze zou misschien kunnen werken voor een project als Oosterweel, maar een stal of een ander bedrijf ga je er niet mee kunnen bouwen’, aldus Schoukens.

Beter is een wetenschappelijk robuust en juridisch waterdicht boekhoudsysteem, dat de Europese toets doorstaat en die rechtszekerheid biedt. Die PAS wil minister van Leefmilieu Zuhal Demir (N-VA) dit jaar nog rond hebben. Het vergt moeilijke keuzes, over hoe groot de inspanning van elke sector moet zijn om uit de stikstofcrisis te geraken. Dat debat moeten we de komende maanden voeren. ‘De stikstofreducties zullen substantieel moeten zijn, of we komen er niet’, zegt Luc Lavrysen. ‘Als de plannen niet volstaan, zal Europa ze niet aanvaarden en kunnen ze voor de rechter worden aangevochten. Al die tijd blijven nieuwe vergunningen onzeker.’

Credits

Tekst: Ine Renson
Foto & video: Jimmy Kets
Design & development: Tina Boeykens & Andy Stevens

Met dank aan: OpenStreetMap, Flickr ( Olivier D., Frank Geraedts, Martin Leveneur, Tobias Van Der Elst, Frank Wouters, Tobias Van Der Elst, Frans de Wit, Jan Buelinckx)