Wouter Beke: ‘Door bufferstock af te bouwen winnen we één tot twee weken’
Foto: BELGA

Het interval tussen twee prikken van het Pfizer-vaccin kan gerekt worden tot 35 dagen. De regering maakt hiervan gebruik om vaccins uit de bufferstock te halen om meer mensen hun eerste prik toe te kunnen dienen. Dat zegt Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) op ‘Het Journaal’.

De beslissingen op de interministeriële conferentie volgen de adviezen van de Hoge Gezondheidsraad. Het AstraZeneca-vaccin zal dus worden toegediend bij mensen die ouder zijn dan 55. Daardoor kan men al op 15 maart beginnen met 85-plussers in te enten, twee weken vroeger gepland.

De ministers beslisten ook om de aanbevolen twee prikken te behouden. Er is te weinig bewijs dat je met één prik voldoende beschermd bent, klinkt het. Maar op het interval tussen de twee prikken van het Pfizer-vaccin zit wel speling. Officieel liggen daar 21 dagen (3 weken) tussen, maar onderzoek toont aan dat dit gerekt worden tot 35 dagen (5 weken).

Op Het Journaal op Eén bevestigt Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) dat de regering hiervan gebruik zal maken om de bufferstock af te bouwen. ‘De voorbije weken hielden we de vaccins in om na drie weken te leveren’, zegt Beke. ‘Maar omdat er toch wat speling op zit zonder dat dit grote risico’s oplevert, zullen we die bufferstock afbouwen tot een week.’ Volgens de minister kan de vaccinatiecampagne op die manier een tot twee weken winnen.

Over het rekken van dat interval tot 35 dagen en de implicaties daarvan, wordt nog verder advies van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) ingewonnen. Ook andere landen hebben hier vragen over. Volgende week verwacht Beke daar meer over te weten. ‘Maar we wachten daar wel niet op’, aldus Beke.

Vertraging bij AstraZeneca

Door het AstraZeneca-vaccin breder in te zetten, kan de doelgroep van 65-plussers twee weken vroeger dan voorzien uitgenodigd worden voor hun eerste prik. In Vlaanderen kunnen zo 18.900 mensen uit die doelgroep gevaccineerd worden in de week van 15 maart. De oudsten komen eerst aan bod. In heel België zullen de vaccinatiecentra deze week nog 95.600 mensen kunnen uitnodigen voor vaccinatie in de week van 15 maart.

Daarmee is de onvoorspelbaarheid van AstraZeneca niet opgelost. Het farmabedrijf zal maar 95.600 doses kunnen leveren. Dat is 13.900 minder dan verwacht. Deze vermindering is ingecalculeerd in de bovenstaande planning. Oorspronkelijk plande Vlaanderen 32.000 uitnodigingen uit te sturen in plaats van 18.900. Het Agentschap Zorg en Gezondheid heeft het in een persbericht over een ‘zeer late onaangekondigde melding van AstraZeneca’. Vorige week toonde de minister zich al bijzonder misnoegd over die onvoorspelbaarheid.

De vaccinaties in de zorgvoorzieningen gaan intussen ook verder. De Pfizer-vaccins die deze en komende weken vrijkomen, gaan naar de ziekenhuizen en gehandicaptenzorg. Het Agentschap Zorg en Gezondheid bevestigt dat het afbouwen van de stock tot één week vooruit, ervoor zorgt dat we in de week van 29 al vaccinaties kunnen toedienen, die anders gepland waren voor de week van 5 april. Doordat de vaccinleveringen van Pfizer minder grillig verlopen, is dit een risico dat we ons kunnen veroorloven, meent Beke.