Beke: ‘Begrijp niet dat Maron enkel volgens leeftijd wil vaccineren’
Foto: BELGA

Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) begrijpt niet dat zijn Brusselse collega Alain Maron (Ecolo) de voorrang in de vaccinatie voor personen met onderliggende aandoeningen wil laten vallen. Dat zei hij in het Vlaams Parlement.

Aan Franstalig en aan Brusselse kant groeit het verzet tegen de volgorde in de vaccinatiestrategie. De Brusselse gezondheidsminister Alain Maron wil de campagne uitsluitend op volgorde van leeftijd organiseren. Nu krijgen ook mensen jonger dan 65 met onderliggende aandoeningen voorrang.

Aan Vlaamse kant is er weinig animo om nu nog aan de strategie te morrelen. Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) zegt in het Vlaams Parlement niet te snappen ‘dat Maron zegt: “Ik geef die oorlog al op”’ Hij wijst erop dat de ziekenhuisopnames de belangrijkste parameter zullen zijn bij het overwegen van versoepelingen. En het zijn net de mensen met chronische aandoeningen die op dit moment steeds vaker de bedden op intensieve innemen, nu de bewoners van de woonzorgcentra zijn gevaccineerd, argumenteert de minister.

De Franstaligen, waaronder Maron en MR-voorzitter George-Louis Bouchez, vindt de selectie van risicogroepen te omslachtig. Bovendien ligt de mogelijke schending van de privacy rond de patiëntengegevens bijzonder gevoelig.

Open VLD-voorzitter Egbert Lachaert sluit zich daarbij aan. Zijn partijgenoot Freya Saeys wees in het Vlaams Parlement op de procedure die artsenvereniging BVAS heeft aangespannen tegen de prioriteit voor risicopatiënten. Ook zij pleitte ervoor om enkel nog volgens leeftijd te werken. ‘Ik snap niet dat men op dit ogenblik, als we in zo’n crisis zitten, een juridische strijd opstart’, antwoordde Beke. ‘Het zorgt voor vertwijfeling, ook bij huisartsen.’

Vaccineren met AstraZeneca

De minister herhaalde in het parlement dat het de bedoeling is om vanaf 15 maart de 85-plussers te beginnen vaccineren, nu blijkt dat dat ook met het vaccin van AstraZeneca kan. Voor de Pfizer-vaccins zal de voorraad worden afgebouwd, omdat er na het advies van de Hoge Gezondheidsraad soepeler kan worden omgesprongen met de tijd tussen de eerste en de tweede prik. ‘Stel dat er misschien hier en daar wat tekorten komen, dan is het geen drama om die tweede prik na bijvoorbeeld 28 in plaats van 21 dagen te zetten’, aldus Beke. ‘We zullen dus maar een buffer van één week meer aanhouden.’