In de haven van het Spaanse Cartagena ligt een schip aangemeerd met 864 mannelijke kalveren aan boord. De dieren waren bestemd voor Turkije, maar werden daar niet toegelaten omdat er gevreesd werd dat ze besmet waren met het blauwtongvirus. De kalveren begonnen sindsdien aan een helse terugtocht over de Middellandse Zee, waarbij ze verschillende keren afgewezen werden door andere landen.

De runderen leven in erbarmelijke omstandigheden op het schip. Nu het schip terug in het land van herkomst ligt, moesten enkele dierenartsen over het lot van de dieren beslissen.