Britse variant is dominant
Foto: BELGA

Bij meer dan de helft van de nieuwe coronabesmettingen is sprake van de Britse variant. Die mutatie blijft ook aan een opmars bezig. Dat bleek uit de persconferentie van het Crisiscentrum vrijdagochtend.

‘De toename van het aantal besmettingen, binnen een context van minder testen, wijst duidelijk op een hogere circulatie van het virus’, stelt viroloog Steven Van Gucht. Dat kan te maken hebben met de opmars van de mutaties, maar, waarschuwt Van Gucht, ‘ook met het minder strikt naleven van de maatregelen’.

Mensen onderhouden duidelijk meer contacten dan enkele weken geleden. ‘Bij contacttracing rapporteren mensen nu gemiddeld 3,2 risicocontacten, tegenover 2,5 in november. Dat is een stijging van 28 procent.’

Volgens de viroloog ‘kunnen we nog steeds maken dat deze stijgende trend keert en we het plateau van de voorbije vier maanden niet doorbreken’. ‘Het beperken van onze contacten is nog steeds een van de belangrijkste wapens in de strijd tegen dit virus. We beseffen dat dit voor veel mensen moeilijk vol te houden is, maar deze inspanning loont gegarandeerd. Hou dus nog enkele weken vol, betere tijden komen er zeker aan in de lente.’

Voorafgaand aan het Overlegcomité gaf Van Gucht aan dat een versoepeling van de maatregelen nog steeds een delicate zaak is. ‘Gaan we iets te ver met versoepelingen, dan riskeren we een flinke derde golf’, waarschuwt hij. Toch wijst hij een uitbreiding van het aantal contacten buiten niet uit. Hij benadrukt wel dat het in geen geval gaat om een uitbreiding van de ‘bubbel’: afstand houden en eventueel een mondmasker dragen blijft nodig.

‘New Yorkse’ variant

De Britse variant is ondertussen goed voor meer dan 53 procent van de besmettingen, zegt Van Gucht. Daarmee is deze variant ondertussen dominant. De opmars blijft bezig: een week geleden was dat nog naar schatting 38 procent. De Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse mutaties worden veel minder vaak aangetroffen, respectievelijk bij 2,2 en 0,9 procent van de besmettingen.

In de vragenronde ging Van Gucht kort in op de nieuwe ‘New Yorkse’ variant. Die heeft een gelijkaardige mutatie als de Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse, waardoor bepaalde opgebouwde antistoffen het virus niet kunnen herkennen. Daardoor zou wie eerder ziek was, of gevaccineerd is, mogelijk toch nog ziek worden.

Dat die nieuwe variant er is, baart hem op zich weinig zorgen. ‘Er ontstaan wereldwijd aan de lopende band nieuwe varianten.’ Belangrijker vindt hij dat de mutatie vergelijkbaar is met andere varianten die elders opduiken. ‘We moeten in de toekomst misschien wat minder focussen op specifieke varianten, maar kijken naar bepaalde mutaties die kunnen optreden bij eender welke variant en dan een mogelijk voordeel geven aan het virus. Vooral mutaties die het virus kunnen laten ontsnappen aan bepaalde antistoffen zijn belangrijk’.

Geen griep

Volgens Van Gucht hebben de coronamaatregelen tot gevolg dat er dit keer geen griepgolf is. Dat zou voor het eerst sinds de start van het bijhouden van de data in 1985 zijn. Van de mensen die nu met griepklachten naar de dokter trekken, blijkt 40 procent wel besmet met covid-19. Het griepvirus zelf wordt niet aangetroffen. Ga bij klachten dus zeker naar de dokter, is het advies.

Veertigers en vijftigers

De vorige week door Sciensano voorspelde stijging van het aantal besmettingen is er dus wel degelijk gekomen. Momenteel zijn we weer op het niveau van eind januari. De besmettingen doen zich vooral voor bij de actieve bevolking, en is het sterkst bij de veertigers en de vijftigers. Bij tachtigers en negentigers is er een daling. Dat vertaalt zich ook duidelijk in minder ziekenhuisopnames bij inwoners van woonzorgcentra. De daling is daar al duidelijk merkbaar.

Geografisch gezien is de toename momenteel het meest uitgesproken in de provincies Namen en Waals-Brabant, met rond de 40 procent toename. In absolute aantallen zijn er het meeste gevallen in Oost-Vlaanderen.