‘Het Overlegcomité komt op een moeilijk moment, nadat we de lente en de vrijheid hebben geroken.’ De geur van de lente inspireert, maar in de Kamer liet premier Alexander De Croo (Open VLD) verstaan dat maart nog een maand wordt zonder al te grote versoepelingen. ‘We moeten kiezen voor een voorzichtige koers.’

‘De vaccinatiecampagne zal ons de uitweg uit de crisis brengen’, beloofde minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (SP.A) vanmiddag. ‘Een half jaar geleden dacht niemand dat in zoveel landen vandaag al gevaccineerd zou worden. Die snelheid komt met veel verrassingen en ook tegenvallers. We moeten continu evalueren en aanpassen.’

De kritiek op de vaccinatiecampagne ging niet liggen. Het gaat traag vooruit, leveringen volgen niet, systemen haperen om mensen uit te nodigen in de vaccinatiecentra. Kan dat allemaal niet beter, vroegen parlementsleden zich af.

Sommige principes van de Belgische campagne staan echter niet ter discussie. Verbeten herhaalde Vandenbroucke waarom de Belgische keuze om ook twee doses te geven aan wie al eerder besmet was de juiste zou zijn. In Frankrijk krijgt die groep maar één dosis. ‘Wie besmet is, ontwikkelt antilichamen, maar dat is niet blijvend en soms zien we herinfecties’, zei de minister. ‘Het is onduidelijk hoe lang immuniteit duurt na besmetting en de mate waarin dit afhankelijk is van de ernst van infectie. Dat is een van de redenen waarom we bij vaccinatie nog geen rekening houden met voorafgaande infectie. We weten niet of we ons kunnen veroorloven om in dit geval of we maar één dosis kunnen toedienen, er is nog geen wetenschappelijke evidentie. Dat zou ons een probleem van politieke en juridische verantwoordelijkheid opleveren. Dat is niet rond de pot draaien, maar geduld opbrengen voor wetenschappelijke evidentie.’

Vandenbroucke verdedigde ook de beslissing om geen overschotten op te kopen van coronavaccins na verdeling over de Europese lidstaten. ‘Wij hebben beslist geen overschotten op te kopen’, bevestigde de minister. ‘Landen die wel overschotjes opkocht, krijgen die niet meteen, maar pas in een later stadium en wij hebben geoordeeld dat wij dat niet zo interessant vonden. Daarover kunnen we discussiëren, het was een beslissing van alle ministers van Volksgezondheid.’

‘Bijzonder voorzichtig zijn in maart’

Eerder sprak ook premier De Croo in de Kamer, hij blikte vooruit op het Overlegcomité van vrijdag: ‘Het Overlegcomité komt op een moeilijk moment, nadat we de lente en de vrijheid hebben geroken, en ook al bijna één jaar bijzonder moeilijke en dwingende maatregelen moeten ondergaan’, zei De Croo na een reeks vragen van parlementsleden. Hij maakte tegelijk duidelijk dat die vrijheid er nog niet meteen in zit. ‘Begin deze week heb ik de gelegenheid gegeven aan wetenschappers en experten om hun inzichten te geven. Hoewel experten voor de eerste keer hebben aangegeven dat versoepelen in april-mei haalbaar is op een veilige manier, hebben ze ook gezegd dat we de komende weken, in de maand maart, bijzonder voorzichtig moeten zijn. Mochten we nu ondoordachte, roekeloze beslissingen nemen, zetten we dat perspectief op de helling.’

‘Versoepelen kan in april of mei, als we koelbloedig blijven in de komende weken. Dat betekent niet dat in maart niets mogelijk is. We moeten kiezen voor een voorzichtige koers, die er ook voor zorgt dat wie het moeilijk heeft, draagkracht kan behouden.’ Die koers besprak de kern gisterenavond al. De federale regering trekt morgen naar het Overlegcomité met het voorstel om de buitenbubbel te vergroten.

‘Mentaal welzijn en draagkracht moet absoluut iets zijn waar we mee rekening moeten houden, maar wel veilig en verantwoord’, zei De Croo nog. ‘In een moeilijke situatie moeten we kunnen aantonen dat we het hoofd koel moeten houden. De grootste fout zou zijn om roekeloos te zijn.’

‘Jongeren zijn op’

De Croo reageerde daarmee op vragen van alle partijen in het parlement. De druk die buiten het parlement op de regering komt te liggen om te versoepelen, was ook voelbaar in het halfrond. Parlementslid Cathérine Fonck (CDH) om verdere stappen te zetten in de vaccinatiestrategie: ‘Waarom geven de tweede dosis niet na 6 weken. En waarom geven we niet maar één dosis aan wie al eens besmet is geweest, zoals in Frankrijk?’ Bij de fractie Ecolo-Groen klonk de dringende vraag om perspectief: ‘We moeten een kalender geven om activiteiten weer op te starten, liefst buiten en altijd met oog voor de evolutie van de epidemie. Maar onze jongeren zijn op, perspectief is nodig.’

Jean-Marie Dedecker verwoordde het sterker: ‘U moet stoppen met het angstig wanbeleid van het voorbije jaar. Stop de angstcultuur, doe de horeca open en zorg voor de vaccinatie van alle gepensioneerden.’ Raoul Hedebouw (PVDA) ging in dezelfde richting verder: ‘Mensen zijn het kotsbeu, ze willen niet langer opgesloten zitten in één bubbel.’