Voormalig lid Syrische geheime dienst veroordeeld tot celstraf in Duitsland
Eyad al-Gharib in de rechtbank. Foto: AFP

In Duitsland is een voormalig lid van de Syrische geheime dienst veroordeeld tot een celstraf van 4,5 jaar voor zijn rol in de folteringen door het Syrische regime. Het is de eerste keer dat een agent van het Syrische regime veroordeeld wordt.

Eyad al-Gharib heeft zich volgens de rechter in Koblenz schuldig gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid. Hij was lid van de Syrische geheime dienst en was naar Duitsland gevlucht, waar hij in 2019 werd opgepakt. Hij werd schuldig bevonden aan het mogelijk maken van de foltering en vrijheidsberoving van minstens dertig mensen, nadat hij manifestanten naar een gevangenis in Damascus had gebracht in 2011.

Het regime van Bashar al-Assad trad in die tijd zeer repressief op tegen antiregeringsprotesten, aan het begin van de Syrische burgeroorlog.

Veel Syrische vluchtelingen getuigden in de rechtbank over de martelingen die ze moesten ondergaan in de beruchte al-Khatib gevangenis. Velen van hen deden dat anoniem, uit angst voor de veiligheid van familieleden die nog in Syrië wonen. In de Syrische gevangenissen zijn sinds 2011 duizenden mensen doodgemarteld of uitgehongerd.

De advocaten van al-Gharib wilden dat hij werd vrijgesproken, omdat hij zichzelf en zijn familie in gevaar bracht als hij zijn orders niet uitvoerde in 2011.

Universele jurisdictie

In april wordt het vonnis verwacht van de hoofdbeklaagde in de zaak, Anwar R., die destijds een verantwoordelijke was van de geheime diensten. Hij wordt ervan beschuldigd minstens 4.000 mensen te hebben gefolterd in de gevangenis van Damascus en moet zich verantwoorden voor 58 aanklachten van moord.

De rechtbank in Koblenz berecht de twee op basis van het principe van universele jurisdictie, dat sinds 2002 deel uitmaakt van het Duitse wetboek tegen internationale misdaden. Daardoor kan een nationale rechtbank optreden bij beschuldigingen rond genocide, oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid als de internationale rechtbanken niet in aanmerking komen.

Steeds meer vergelijkbare zaken duiken op in Europa. Zo lopen er ook rechtszaken in Frankrijk en Zweden.