Leerkrachten kunnen sneller benoemd, maar ook sneller ontslagen worden
Foto: An Nelissen

Beginnende leerkrachten kunnen weldra na 360 dagen een vaste benoeming krijgen. Wie niet goed functioneert, kan dan weer sneller ontslagen worden. Dat staat in een akkoord dat koepels, vakbonden en de minister van Onderwijs hebben afgesloten.

Beginnende leerkrachten kunnen na één schooljaar al uitzicht krijgen op een benoeming. Als ze goed beoordeeld worden en er is een vacature, dan stappen ze in een tijdelijke aanstelling (het zogenaamde TADD) en na 360 dagen, tijdens hun tweede schooljaar dus, kan een vaste benoeming er al inzitten. Dat staat in het sociale akkoord dat werkgevers en vakbonden uit het onderwijsveld hebben afgesloten met de minister van Onderwijs, Ben Weyts (N-VA).

Het probleem van de beginnende leerkrachten is een oud zeer. Zij moeten soms zeven, acht jaar wachten op een vaste job. Geen wonder dat liefst 37 procent van hen afhaakt binnen de eerste vijf jaar. Alle nieuwkomers gaan beter begeleid worden. Wie aanvankelijk minder goed beoordeeld wordt, wordt niet meteen doorgestuurd, maar krijgt extra ondersteuning om aan de ‘werkpunten’ te sleutelen. Pas na drie schooljaren moet het duidelijk zijn ‘of ze een toekomst in het onderwijs hebben’. De nieuwe regeling van de vaste benoeming zou in september 2022 ingaan.

Tegelijk hebben de sociale partners een vergelijk bereikt over de evaluatie van leerkrachten. Opmerkelijk daarin is dat leerkrachten die slecht presteren, sneller ontslagen kunnen worden. Na een slechte evaluatie volgen twee coachingsperiodes van 120 dagen. Is er dan geen beterschap, dan wacht hen ontslag. Dat betekent dat de ontslagperiode van drie tot vier jaar naar één jaar wordt teruggebracht, weliswaar over twee schooljaren gespreid. Vandaag is de ontslagprocedure zo omslachtig dat vele directies er niet aan beginnen.

‘Slecht functionerende leraren waren door hun vaste benoeming onaantastbaar en besmeurden zo het imago van hun school en van het onderwijs’, zegt minister Weyts.

Besparing

Het akkoord heeft ook budgettaire gevolgen. Door de snellere vaste benoeming verschuift er een deel sociale lasten van de Vlaamse naar de federale overheid. Dit betekent een jaarlijkse besparing van 60 miljoen euro. Dat geld zou naar het onderwijs terugvloeien.

De sociale partners lieten op een persbriefing vanochtend hun tevredenheid over het compromis blijken. Dat er heel wat administratieve last verdwijnt, juichten ze toe, dat beginnende leerkrachten beter begeleid gaan worden evenzeer. Toch voegden ze er meteen aan toe dat dit een ‘eerste stap is, nog niet de laatste’ naar een modern personeelsbeleid op de scholen en naar het aantrekkelijker maken van het beroep van leerkracht.

Minister Weyts was zichtbaar opgelucht met wat hij het ‘pre-Valentijnsakkoord’ noemde, omdat het op 11 februari werd beklonken. ‘Het was een moeilijk dossier, dat de vergelijking met het Oosterweel-dossier uit de vorige Vlaamse regering kon doorstaan.’