Al één Belg op ­zestig betrapt op corona-inbreuk
Foto: Wim Kempenaers

Sinds het begin van de coronamaatregelen in maart vorig jaar zijn in België al 184.565 personen door de politie betrapt op een inbreuk op de coronamaat­regelen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het openbaar ministerie.

Dat komt ongeveer overeen met een op zestig inwoners. Iets meer dan 20.000 van hen zijn minderjarigen.

60 procent van de verdachten kreeg een minnelijke schikking, van meestal 250 euro. Zo’n 19.000 personen werden gedagvaard om voor de rechter te verschijnen, meestal omdat ze weigerden hun boete te betalen of omdat ze al een inbreuk achter hun naam hadden staan.

Opvallend: voor zo’n 17 procent van de vastgestelde inbreuken, of 27.204 verdachten, besloot het parket dat vervolging technisch onmogelijk was, vooral bij gebrek aan voldoende bewijzen of omdat er geen sprake was van een misdrijf.

Het aantal vastgestelde inbreuken piekte bij de twee coronagolven, maar groeit ook de voorbije weken fors. De afgelopen maand registreerde de politie zo’n 25.000 inbreuken.