Laurent heeft geen recht op Libisch geld
Foto: BELGA

Prins Laurent kan zijn schuldvordering tegenover Libië niet opeisen via de geblokkeerde Libische miljarden in Brussel, oordelen de VN.

Bij de Brusselse bank Euroclear staat voor zo’n 15 miljard euro aan Libische tegoeden geparkeerd. Dat geld werd in 2011 op bevel van de VN bevroren na de val van het regime van dictator Moammar Kadhafi. Prins Laurent bracht het bestaan van het geld aan het licht.

In 2008 startte Laurent herbebossingsprojecten op in Libië via zijn vzw GSDT. De Noord-Afrikaanse woestijnstaat verbrak twee jaar later eenzijdig dat contract. In 2014 oordeelde een rechtbank dat de vzw daarom recht heeft op een schadevergoeding van – intussen – vijftig miljoen euro. Laurent probeert al jaren die som te recupereren door beslag te leggen op een deeltje van de bevroren tegoeden.

Voor zo’n vrijgave moet de Belgische regering de toestemming krijgen van de VN. De regering-Michel weigerde dat te vragen, maar in februari richtte de regering-De Croo via Buitenlandse Zaken zo’n verzoek aan het bevoegde sanctiecomité van de VN. Vorige week besliste het comité dat de geblokkeerde fondsen niet mogen gebruikt worden om de vzw van Laurent terug te betalen, meldde Le Soir gisteren.

De bevroren tegoeden behoren toe aan de Libyan Investment Authority (LIA), het investeringsvehikel van het regime-Kadhafi. Het sanctiecomité oordeelt dat de LIA niet samenvalt met de Libische staat, waarvan Laurent geld terug moet krijgen, waardoor de LIA niet gedwongen kan worden om schulden van Libië af te lossen. Voor Laurent is dit een zoveelste tegenslag.

Van 2012 tot 2017 vloeiden 2,1 miljard euro aan interesten en andere opbrengsten van de geblokkeerde fondsen terug naar Libië. Eind 2018 oordeelden de VN dat de EU de sancties fout had geïnterpreteerd en dat België de gelden nooit hadden mogen vrijgeven.