Proces tegen getuigen van Jehova wordt dinsdag gepleit
Themabeeld. Foto: rr

Het proces tegen de Getuigen van Jehova, die onder meer beschuldigd worden van het aanzetten tot haat tegenover ex-leden, wordt dinsdag behandeld voor de Gentse correctionele rechtbank. Het Interfederaal Gelijkekansencentrum Unia en een vijftiental personen hebben zich burgerlijke partij gesteld in de zaak.

Een ex-getuige van Jehova stapte in 2015 naar het Gentse parket wegens laster en eerroof, beledigingen en inbreuken op de discriminatiewet. Hij stelde dat eens de leden de groep hadden verlaten, ze verstoten zouden worden en sociaal compleet geïsoleerd worden op bevel van de organisatie. Het Gentse parket dagvaardde de Jehova's getuigen voor vier tenlasteleggingen: aanzetten tot discriminatie op grond van geloofsovertuiging tegen een persoon, en tegen een groep, en aanzetten tot haat of geweld tegen een persoon, en tegen een groep.

De zaak werd vorig jaar geleden ingeleid voor de correctionele rechtbank. Een vijftiental personen hebben zich als benadeelde geregistreerd.

Ook Unia is burgerlijke partij in de zaak. ‘In 2019 ontving Unia opnieuw meldingen over de geloofsgemeenschap van Jehova's getuigen. Het sociaal netwerk van Jehovagetuigen is vaak enkel opgebouwd uit leden van de eigen geloofsgemeenschap. Wanneer Jehovagetuigen uitgesloten worden, of zich (al dan niet) vrijwillig terugtrekken, komen ze terecht in een sociaal isolement omdat vanuit de geloofsgemeenschap alle banden met ex-leden worden verbroken’, zegt het Interfederaal Gelijkekansencentrum, dat in 2015 ook al klacht indiende. Volgens Unia zet het uitsluitingsbeleid van de geloofsgemeenschap op een strafbare wijze aan tot discriminatie, haat of geweld.

Dinsdag wordt de zaak normaal gepleit. De enige beklaagde is de vzw Christelijke gemeente van Jehova’s getuigen. Er worden geen verantwoordelijken bij de geloofsgemeenschap vervolgd.