Separatistische en linkse coalitie kunnen in Catalonië
Een verkiezing in coronatijd, zo ziet dat er dus uit in Catalonië. De man die zijn stem indient, werkt ook in het kiesbureau. Foto: Reuters

Volgens de eerste resultaten zijn de linkse Republikeinen van ERC en de socialisten in Catalonië de grootste partijen geworden. Er kan zowel een linkse als een separatistische regering worden gevormd.

De grote winnaar bij de Catalaanse regionale verkiezingen zijn de Catalaanse socialisten (PSC). Volgens de exitpolls gaan zij van 17 zetels in 2017 naar 33 zetels. Hun lijsttrekker, Salvador Illa, was tot voor kort de minister van Volksgezondheid in de nationale regering. Maar de socialistische premier Pedro Sánchez heeft hem naar Catalonië gestuurd om de Catalaanse socialisten op de kaart te zetten. De partij is de op een na grootste geworden.

Ook de linkse republikeinen van ERC zouden 33 zetels hebben gehaald, één meer dan in 2017. Voorlopig is het nog niet duidelijk wie de minister-president zal leveren.

De derde grote partij is Junts per Catalunya, de nieuwe partij van Carles Puigdemont, de voormalige minister-president van Catalonië die door het Spaanse gerecht wordt gezocht omdat hij Catalonië onafhankelijk wilde verklaren. Junts zou twee zetels verliezen ten opzichte van de vorige partij en uitkomen op 32 zetels.

Op ramkoers of ter linkerzijde

Als deze cijfers standhouden, dan zijn er in principe twee coalities die de meerderheid hebben van de 135 zetels in het Catalaanse parlement.

Een regering van Catalaanse nationalisten, samengesteld uit ERC, Junts en de kleine radicale anarchistische CUP. Aangezien Junts zegt dat het alleen genoegen neemt met de onafhankelijkheid, blijft zo’n coalitie op ramkoers met de nationale regering in Madrid.

De tweede optie is een linkse regering, samengesteld uit de linkse Republikenen (ERC), de Catalaanse socialisten (PSC) en En Comú Podem (ECP), een kleine linkse coalitiegroep met onder meer de partij van de Barcelonese burgemeester Ada Colau en Podemos. Deze linkse coalitie is (met uitzondering van ERC) een weerspiegeling van de nationale regering, wat handig is als er binnenkort wordt onderhandeld over de toekomst van de autonome regio. De Spaanse premier Pedro Sánchez is een voorstander van deze coalitie.

Om volledig te zijn: er kan geen meerderheid gevormd worden met de partijen die tégen meer autonomie voor Catalonië zijn. De kloof met de drie grote partijen is te groot. Ciudadanos, de partij die in 2017 nog 36 zetels had, is gedecimeerd en zal met mogelijk zelfs zes zetels kleiner zijn dan nieuwkomer Vox, de uiterst rechtse partij die elf zetels zou behalen.

Strijd met Madrid

De vraag voor de komende dagen is dus of de strijd tegen Madrid opnieuw losbarst dan wel of de politici een brug pogen te slaan om de problemen eindelijk op te lossen.

Kort voor de verkiezingen hebben alle separatistische partijen een pact gesloten waarin ze beloven dat ze geen regering met de Catalaanse socialisten zullen vormen. De grote vraag is wat ERC zal doen, want die partij is de enige die noodzakelijk is voor de twee coalities. Is haar deelname aan het pact een waarschuwing aan Madrid dat er binnenkort zeer hoge eisen op tafel gaan liggen, met andere woorden dat ERC haar vel zeer duur zal verkopen? ERC heeft – los van de eis tot onafhankelijkheid – nog wel andere zaken op haar wenslijstje, zoals de vrijlating van de kopstukken van de partij die jarenlange celstraffen hebben gekregen voor de organisatie van het onafhankelijkheidsreferendum op 1 oktober 2017.