Coronacrisis laat begrotingskrater van 33 miljard euro na
Elio Di Rupo, Alexander De Croo, Jan Jambon. Foto: BELGA

Uit de cijfers van het Federaal Planbureau blijkt dat Belgische overheden dit jaar mogelijk aankijken tegen een gezamenlijk begrotingstekort van ruim 33 miljard euro. Een krater, maar een verwachte krater.

De economische schok van de coronacrisis blijkt kleiner dan gedacht. De nieuwe cijfers van het Federaal Planbureau voor 2020 stellen een krimp vast van het bruto binnenlands product vast met ‘slechts’ 6,2 procent. Ter vergelijking: in september ging het Planbureau nog uit van een krimp met 7,4 procent in 2020, in juni zelfs met 10,6 procent. Maar een puik derde kwartaal – voor de komst van de tweede golf – maakte veel goed. De keerzijde daarvan is dat het herstel in 2021 beperkter blijft tot 4,1 procent (tegenover 6,5 procent in de septemberraming). Ook de klap op de arbeidsmarkt blijkt alles samen beter mee te vallen dan gedacht. De binnenlandse werkgelegenheid zou over beide jaren samen met ‘slechts’ 37.000 personen afnemen.

Op koers

Uit de cijfers kan ook het totale tekort op de overheidsfinanciën afgeleid worden. Voor 2020 landt het tekort op 43,8 miljard euro (9,8 procent van het bbp), voor 2021 op 33,3 miljard euro (7 procent). Dat is in lijn met wat de federale regering vooropstelde bij de begrotingsopmaak van november, toen ze voor 2021 een totaal tekort van 32,8 miljard in de boeken schreef (6,8 procent). In december had ook de Nationale Bank nogmaals een tekort van 6,8 procent geraamd. Voorlopig blijven die verwachtingen dus ‘op koers’. Het slechte nieuws is wel dat de Nationale Bank verwacht dat ook na 2021 het tekort rond de 6 procent blijft schommelen. Dat is nog steeds aanzienlijk groter dan voor de uitbraak van de crisis, toen het tekort 1,9 procent bedroeg. Daardoor klimt de overheidsschuld in 2023 boven 120 procent van het bbp.

De cijfers vormen ook het officieuze startpunt voor de begrotingscontrole van de federale regering volgende maand. De parameters van het Planbureau worden gebruikt door het Monitoringcomité om straks een fijnmaziger berekening te maken van het tekort.