Verenigd Koninkrijk en Frankrijk behouden vertrouwen in vaccin AstraZeneca
De Franse minister van Volksgezondheid Olivier Véran, vlak nadat hij werd ingeënt met het AstraZeneca-vaccin. Hij heeft er vertrouwen in. Foto: AFP

Nadat Zuid-Afrika heeft afgezien van het AstraZeneca-vaccin, bevestigen het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland hun vertrouwen in het medicijn. Een kleinschalige test met tegenvallende resultaten zaait onrust.

Het Verenigd Koninkrijk blijft het vaccin van AstraZeneca gebruiken, ook nadat uit een studie gebleken is dat het vaccin maar beperkt werkzaam is tegen de Zuid-Afrikaanse variant. Dat heeft Nadhim Zahawi, de minister bevoegd voor vaccinaties, gezegd in de krant The Telegraph. Volgens premier Boris Johnson hebben de vaccins al levens gered. ‘In het geval van het AstraZeneca-vaccin is er bovendien overtuigend bewijs dat het besmettingen voorkomt’, aldus de premier. ‘Het vaccin doet besmettingen met 67 procent dalen.’

Johnson krijgt steun van de Franse minister van Volksgezondheid Olivier Véran. Die zei maandag bij zijn eigen vaccinatie met het AstraZeneca-vaccin dat het vaccin volkomen betrouwbaar is en voldoende bescherming biedt tegen vrijwel alle varianten van het coronavirus. Ook de Duitse minister van Volksgezondheid benadrukt dat het veelbesproken vaccin voldoende beschermt tegen ernstige ziekte.

Dat vertrouwen ontbreekt in Zuid-Afrika. Ondanks een levering van ongeveer een miljoen doses vorige week, besloot het land om de uitrol van het vaccin voorlopig te stoppen. De Zuid-Afrikanen zijn verontrust door een kleinschalige test onder ruim 2.000 volwassenen, waaruit blijkt dat het vaccin onvoldoende zou beschermen tegen milde of matige ziekteverschijnselen door de Zuid-Afrikaanse variant. Die variant is in Europa in beperkte mate in omloop.

Uit de studie blijkt dat het vaccin maar voor 10 procent bescherming biedt tegen milde of matige ziekte bij de Zuid-Afrikaanse variant. In de vaccingroep werden 19 mensen ziek, in de placebo-groep 20. Het verschil is statistisch niet significant. Ter vergelijking: de vaccins van Novavax en Johnson & Johnson haalden rond de 60 procent effectiviteit tegen de Zuid-Afrikaanse variant. Hoe effectief het vaccin is tegenover ernstige ziekte moet nog blijken.

Hoe komt het nu dat we zo snel een vaccin hebben? En hoe werken de verschillende vaccins precies? Professor vaccinologie Isabel Leroux-Roels legt het uit in onderstaande video.

Leeftijdsgrenzen

Het AstraZeneca-vaccin wordt al langer met argusogen bekeken. Zo rezen er twijfels bij de effectiviteit van het vaccin bij de oudere bevolking. De eerste testresultaten waren te kleinschalig om daar overtuigende uitspraken over te doen. Het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) besloot bovendien op basis van de klinische proeven dat AstraZeneca bij ‘maar’ 60 procent van de gevaccineerden – ongeacht leeftijd – bescherming biedt tegen een symptomatische (en dus zwaardere) vorm van covid-19. Dat is voldoende voor een goedkeuring, maar de vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna scoren allebei boven de 90 procent. Recente studies bieden dan weer wat tegengewicht. Zo zou de effectiviteit van het AstraZeneca-vaccin fors verhogen wanneer er meer tijd – zo’n twaalf weken – gelaten wordt tussen de twee doses.

In afwachting van definitieve data over de effectiviteit onder de oudere bevolking, stellen verschillende landen een leeftijdsgrens in. Duitsland was de eerste om het vaccin op te schorten voor mensen ouder dan 60 jaar. België volgde iets later. Het AstraZeneca-vaccin gaat bij ons naar mensen jonger dan 56 jaar. Ook Luxemburg neemt een afwachtende houding aan. Mensen ouder dan 65 worden er niet ingeënt met het vaccin van AstraZeneca. Niet zo in Nederland. Daar gaat het vaccin naar zowel zorgmedewerkers als mensen van 60 tot en met 64 jaar. Ook Frankrijk zit op die lijn. Risicopatiënten van 50 tot 65 jaar en zorgmedewerkers krijgen er voorrang.