Vlaamse muzieklegende Kris De Bruyne (70) overleden
Foto: Griet Cnudde

De Vlaamse, legendarische singer-songwriter Kris de Bruyne is gisteren op 70-jarige leeftijd in het bijzijn van zijn vrouw en kinderen gestorven na een langdurige ziekte, dat heeft zijn manager Kris Eelen bevestigd aan onze redactie.

Kris De Bruyne zal in Vlaanderens collectieve muzikale geheugen vooral herinnerd worden om ‘Amsterdam’, maar hem daarop vastpinnen, is de man oneer aandoen. De Bruyne staat sowieso te boek als een van Vlaanderens beste liedjesschrijvers, op eenzame hoogte met tijdgenoten als Jan De Wilde en Raymond van het Groenewoud. Hij laat een indrukwekkend oeuvre achter, met onder meer nummers als ‘Lieve Jacoba’, ‘Vilvoorde City’, ‘Je suis Gaga’, ‘Waar ik voor Leef’ en ‘Tijd om te gaan Slapen’.

Wie leest over De Bruyne, leest over een man die erin slaagde om het heilige vuur altijd brandende te houden, die koppig zijn eigen ding deed en er door de jaren heen in slaagde steeds uitgepuurder te worden. Of zoals collega Patrick Riguelle het ooit verwoordde: ‘Kris is de architect van de eenvoud die zijn stem leent aan een lied dat zegt waar het om gaat.’

De Bruyne draagt ook een beetje het etiket mee van rebel. Wannes Van de Velde ontdekte hem in 1968 op het Skifflefestival van Hove, waar hij een satirische bluesversie bracht van het kinderliedje ‘Klein Klein Kleuterke’. Tijdens zijn studies aan het Sint-Lukasinstituut in Brussel een paar jaar later leert hij in de kantine Guido Van Hellemont en Wim Bulens kennen. Voor ze het beseffen, is het absurde trio Lamp, Lazerus en Kris een feit. Ze nemen een plaat op, met daarop onder andere de hits ‘De Peulschil’ en ‘De Onverbiddelijke Zoener’.

Allereerste Nederlandstalige rockplaat

De Bruyne gaat daarna solo, en neemt in 1973 met zijn eerste begeleidingsband (met onder meer Raymond van het Groenewoud) een titelloze debuutelpee op. De plaat klinkt hard en heeft woeste teksten, maar wordt door pers en publiek onder de graszoden geschoffeld. Het album wordt binnen de maand uit de rekken gehaald. Toch wordt de plaat vandaag algemeen erkend als de allereerste, echte Nederlandstalige rockplaat. De Bruyne trad zo toe tot de groep muzikanten die de brug wisten te slaan tussen kleinkunst en rock.

De singer-songwriter werkte tijdens zijn carrière samen met een hele schare muzikanten, onder wie Toots Thielemans, Jo Lemaire, Guy Swinnen, Luc De Vos, Paul Michiels, Jan Hautekiet en de al eerder genoemde Patrick Riguelle. Thé Lau, frontman van The Scene, producet ‘Keet in de Lobby’ uit 1993, volgens De Bruyne zijn ‘meest agressieve plaat ooit’. Voor ‘30 Jaar Zwervend Bestaan’, waarbij hij in 1998 terugkijkt op een carrière van 30 jaar en een deel van zijn liedjes opnieuw opneemt, doet hij voor de productie een beroep op Michel Bisceglia.

Overlijdens van zijn broers

Die is opnieuw van de partij voor ‘Buiten de Wet’ uit 2001, samen met Mauro Pawlowski. Jean-Marie Aerts, bekend van onder meer TC Matic, zit achter de knoppen bij ‘Westende Songs’ uit 2005, een plaat die ‘meer bluesy klinkt dan heel wat bluesplaten’, dixit Aerts, en waarop veel ruimte gelaten wordt om de teksten van de songs volledig tot hun recht te laten komen.

Nog een paar weetjes over De Bruyne. Na een verblijf van twee jaar in de Verenigde Staten om de overlijdens van zijn broers Koen en Joost te verwerken, richt hij in 1983 ‘Acoustics NV’ op, het allereerste audioproductiehuis in België. In die hoedanigheid schreef hij opdrachtmuziek voor radio- en tv-commercials en muziek voor diverse soundtracks. De Bruyne lag ook mee aan de basis van het toonaangevende literaire tijdschrift ‘De Brakke Hond’ en maakte audio-opnames van onder meer Kristien Hemmerechts, Tom Lanoye en Herman Brusselmans.

De Bruyne overleed woensdag op 70-jarige leeftijd in het bijzijn van zijn vrouw en kinderen, na een langdurige ziekte.