Fiscus en RSZ zullen voorlopig geen bedrijven failliet laten verklaren
Minister Van Quickenborne verkiest om het moratorium op faillissementen niet te verlengen. Foto: Belga

De fiscus en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verbinden zich ertoe voorlopig geen bedrijven failliet te laten verklaren die belastings- of sociale schulden hebben. Dat heeft minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) gezegd in de Kamercommissie Economie.

Het moratorium op faillissementen eindigde eind januari, en dat terwijl het parlement nog geen nieuwe wet voor de hervorming van de procedure voor gerechtelijke organisatie heeft goedgekeurd. De amendementen op de tekst werden pas vrijdag ingediend. Sommige parlementsleden vroegen daarom om het moratorium te verlengen tot de nieuwe wet van kracht is. Die wet moet namelijk de procedure voor gerechtelijke bescherming soepeler maken en zo meer bedrijven vrijwaren van faillissement.

De regering wil daar echter niet van weten. Een te lang moratorium dreigt bedrijven die nog gezond zijn in moeilijkheden te brengen en zombiebedrijven in leven te houden. ‘De schuldeisers van vandaag lopen het risico schuldenaren van morgen te worden’, waarschuwde minister Van Quickenborne.

Hij verzekerde, in antwoord op een vraag van Denis Ducarme (MR) en Gilles Vanden Burre (Ecolo-Groen), dat de fiscus en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) geen bedrijven die in gebreke blijven, failliet zullen laten verklaren.

Gesmolten reserves

Die oplossing stelde niet iedereen in de oppositie gerust. ‘Ik ben geschokt door de wending van dit debat. Het is al weken dat we weten dat het moratorium af zal lopen, we moeten nu niet doen alsof we dat nu pas ontdekken’, zei Maxime Prévot (CDH). Die wees ook op het verschil tussen het eerste moratorium in juni, na de eerste golf van de pandemie, en het tweede moratorium. ‘Aan het einde van het eerste moratorium hadden bedrijven nog reserves. Maar nu, in februari, zijn die gesmolten. Veel bedrijven staan nu voor een existentiële vraag: wel of niet hun activiteit voortzetten.’

De commissie besloot woensdag dan ook om snel te werken. Er zal een spoedeisend advies worden gevraagd aan de Raad van State. Op die manier zou op 4 maart al een stemming in de plenaire Kamer kunnen plaatsvinden.