Raadkamer beslist op 24 februari over doorverwijzing verdachten aanslagen Parijs
De zitting vond plaats op de Justitia-site, in de voormalige gebouwen van de Navo in Haren Foto: BELGA

De Brusselse raadkamer zal op 24 februari beslissen welke verdachten in het Belgische luik van het onderzoek naar de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs voor de correctionele rechtbank zullen moeten terechtstaan. Dat melden de advocaten van de verdachten na afloop van de zitting. Het federaal parket wil in het dossier veertien verdachten laten terechtstaan, en vraagt de buitenvervolgingstelling of de afsplitsing voor zes anderen.

Op 13 november 2015 pleegden drie commando’s van negen mannen aanslagen op verschillende plaatsen in de Franse hoofdstad. Op 22 maart 2016 sloeg de terreurcel achter die aanslagen ook toe op de luchthaven van Zaventem en in de metro in Brussel. Bij de aanslagen in Parijs vielen 130 doden, bij die in België 32.

Meteen na de aanslagen in Parijs ging een grootscheeps gerechtelijk onderzoek van start, zowel in Frankrijk als in België. Al snel was immers gebleken dat de daders van de aanslagen zich in de Brusselse regio hadden voorbereid en schuilgehouden. Verschillende verdachten werden geïdentificeerd en opgepakt. De belangrijkste van hen zijn inmiddels overgeleverd aan de Franse justitie en zullen daar terechtstaan voor hun rol in de aanslagen.

Daarnaast heeft het Belgische federaal parket nog een twintigtal andere personen geïdentificeerd die ook op een of andere manier bij de voorbereiding van die aanslagen geholpen zouden hebben, zonder noodzakelijk te weten dat er een aanslag werd voorbereid. Voor veertien van hen zal het federaal parket nu de doorverwijzing naar de correctionele rechtbank vorderen.

Het gaat om Sammy Djedou, Youssef en Ayoub Bazarouj, Abid Aberkan, Ibrahim Abrini, Mohamed Rabhioui, Soufiane Al Aroub, Abdoullah Courkzine, Smaïl Farisi, Youssef El Ajmi, Zakaria Jaffal, Rafik El Hassani, Lazez A. en Meryem E.B.

Syriëstrijders

Elf van de veertien worden beschouwd als deelnemers aan de activiteiten van een terreurgroep en één als leidinggevend figuur van een terreurgroep, de Belgische Syriëstrijder Sammy Djedou. Djedou vertrok in 2013 naar Syrië en zou daar onder de naam ‘Abou Moussab’ bij IS een hoge functie vervuld hebben. Hij zou in nauw contact hebben gestaan met Oussama Atar, die beschouwd wordt als een spilfiguur achter de aanslagen in Parijs en Brussel. Djedou kwam naar alle waarschijnlijkheid in december 2016 om het leven kwam bij een drone-aanval op Raqqa, maar zijn overlijden werd nooit officieel vastgesteld.

Ook Youssef Bazarouj, die in juli 2014 naar Syrië trok, zou daar om het leven gekomen zijn, maar wordt nog steeds vervolgd. Hij zou de rechterhand geweest zijn van Abdelhamid Abaaoud en Oussama Atar, beschouwd als spilfiguren in de aanslagen van 13 november. Net als hen zou Youssef Bazarouj een cruciale rol gespeeld hebben bij de voorbereiding van de aanslagen.

Zijn broer Ayoub zou dan weer vanuit België Facebook- en Whatsapp-accounts had gemaakt langs dewelke Youssef Bazarouj kon communiceren, en zou Salah Abdeslam geholpen te hebben uit de handen van het gerecht te blijven. Zo zou hij in contact gestaan hebben met Abid Aberkan, in wiens woning Abdeslam op 18 maart 2016 uiteindelijk opgepakt werd.

Aberkan en Ayoub Bazarouj maken ook deel uit van de veertien verdachten die het federaal parket wil vervolgen. Datzelfde geldt ook voor Ibrahim Abrini, de jongere broer van Mohamed Abrini, en Mohamed Rabhioui en Soufiane Al Aroub, twee kennissen van Abrini.

Nog op de lijst staat Abdoullah Courkzine, Smaïl Farisi en Youssef El Ajmi. Courkzine stond na de aanslagen van 13 november in contact stond met Hasna Ait Boulahcen, de nicht van Abdelhamid Abaaoud, tot zowel Abaaoud als Ait Boulahcen op 18 november om het leven kwamen tijdens een politiebelegering in Saint-Denis. Farisi en El Ajmi duiken ook op in het onderzoek naar de aanslagen van 22 maart 2016 in Brussel en Zaventem omdat Farisi zijn flat had uitgeleend aan de broers El Bakraoui, spilfiguren van die aanslagen, en El Ajmi vaak in die flat kwam. Zakaria Jaffal en Rafik El Hassani zouden tenslotte ook hebben deelgenomen aan de activiteiten van de terreurgroep.

Lazez A. en Meryem E.B. moeten volgens het federaal parket enkel vervolgd worden omdat ze voor wapens of valse documenten hebben gezorgd.

‘Onvoldoende duidelijk’

De advocaat van Abrini, meester Edouard Huysmans, verwacht alvast dat het federaal parket meer duidelijkheid verschaft over wat zijn cliënt precies verweten wordt.

‘Het federaal parket moet zich loyaal tonen, zijn vordering is op dit moment onvoldoende duidelijk’, zegt de advocaat. ‘Als dat niet verandert bij de dagvaarding voor de correctionele rechtbank, zal ik pleiten dat de strafvordering onontvankelijk is. Het dossier telt meer dan 200 kartons, de tenlastelegging is heel breed, ik wil weten wat mijn cliënt precies wordt verweten.’

Abrini zou onder meer een aantal spullen van zijn broer, waaronder een computer, verhuisd hebben.