Mathieu Van der Poel rijdt Ronde van Frankrijk wellicht niet uit
Foto: BELGAIMAGE

Kersvers wereldkampioen veldrijden Mathieu van de Poel haalde eerder al aan dat hij de Olympische Spelen verkiest boven de Tour de France, maar dat hij in het belang van het team en de sponsors de Tour wel zal rijden. ‘Al bestaat de kans wel dat ik er uitstap na de tweede rustdag’, vertelde hij maandag op een online persmoment.

Van der Poel heeft dit seizoen een paar grote doelen: de regenboogtrui in het veld heeft hij al op zak. Nu volgen de klassiekers, daarna zijn de Spelen de grote ambitie. ‘Ik heb al gezegd dat ik erover heb nagedacht om de Tour over te slaan’, herhaalde hij.

‘De Spelen zijn voor mij belangrijker dan de Tour en die Tour is niet de beste voorbereiding op de Spelen. Als ik top wil zijn, doe je dat beter via een andere weg. Maar de sponsors en de ploeg willen dat ik erbij ben en dat begrijp ik. Zij betalen mijn loon en af en toe moet je als sporter ook water bij de wijn doen. Ik ben een renner die al veel vrijheden krijgt, meer dan andere renners in andere teams. Ik mag al drie disciplines combineren, dus ik weet dat geprivilegieerd ben.’

‘Het is niet dat ik met tegenzin start in de Tour, het is geen straf om die te rijden’, stelde hij nog. ‘Maar ideaal is het niet. Oorspronkelijk was het plan om de Tour uit te rijden, maar als ik dat doe riskeer ik om niet super te zijn op de Spelen, dus ja de kans bestaat dat ik er vroeger uitstap. Op de tweede rustdag bijvoorbeeld’, beaamde hij de vraag van een journalist.

Na het klassieke blok verlegt Van der Poel de focus naar het mountainbiken. ‘Zoals het er nu uitziet rijd ik drie Wereldbekers’, legde hij uit. ‘En dan volgt een lang trainingskamp in Livigno waar de mountainbike centraal staat. Ik zal me dus voorbereiden op de Tour met de mountainbike (de stage eindigt ongeveer voor de Ronde van Zwitserland die 6 juni begint, red.). Dat is misschien niet ideaal voor de Tour, maar zoals ik al zei: de Spelen zijn het belangrijkste. Het is overigens niet de eerste keer dat ik dat doe. Toen ik nationaal kampioen werd op de weg een paar jaar geleden deed ik dat ook via een trainingsstage met de mountainbike in Livigno. Ik ben iemand die gemakkelijk van de ene naar de andere fiets springt, dus ik zie het probleem niet. Die mountainbike is echt belangrijk, ik moet met het oog op de Spelen mijn ‘skills’ echt weer aanscherpen, want vorig jaar heb ik niet genoeg getraind met die fiets en ik voelde daarna al snel dat mijn gevoel niet hetzelfde was.’