Jan Bakelants zal zijn carrière beëindigen bij Intermarché-Wanty Gobert
Jan Bakelants: ‘Ik ben blij dat ik nog eens naar de Tour mag trekken en niet in functie van een kopman.’ Foto: BELGA

Jan Bakelants (34) zat eind 2019 lange tijd zonder ploeg en maakte vorig jaar pas laat de overstap naar Circus-Wanty Gobert, intussen Intermarché-Wanty Gobert. Hij tekende toen begin januari een contract. ‘Ik was heel blij dat ik verder kon koersen. Ik voel me hier heel goed in de ploeg en hoop om me in 2021 opnieuw vaker te laten zien.’

Bakelants, 35 in februari, tekende intussen een contract tot eind 2022 bij het team. ‘De ploeg was tevreden over me en ik kon snel een verlenging tekenen. Vorig jaar was het allemaal wat last minute toen ik erbij kwam, maar intussen zijn we een jaar verder en voel ik me hier goed. Dat vertrouwen doet me goed. Ik koers hier nog twee jaar en ik zal hier ook wel mijn carrière beëindigen’, vertelt hij op trainingsstage in Spanje. ‘Dat zie ik hier wel gebeuren. Het is niet echt de bedoeling om daarna nog naar een andere ploeg te zoeken, dan ben ik al 37 (lacht).’

Maar Bakelants heeft dus nog twee seizoenen waarin hij zich wil tonen. ‘2020 was een raar jaar’, zegt hij. ‘Veel wedstrijden vielen weg. Toen het seizoen dan herstartte, ging heel veel aandacht naar de Tour, een wedstrijd die we niet mochten rijden. Dan vallen andere wedstrijden minder op. Ik heb de Tour wel gemist, ik denk dat elke renner die de Tour niet reed die wel gemist heeft, want die ging met alle aandacht lopen. In de wedstrijden die ik wel heb kunnen rijden, ging het goed. Ik was in de Ronde van Luxemburg een paar keer dicht bij de zege, eindigde vierde op het BK, in de Settimana Internazionale Coppi é Bartali reed ik een sterke rittenkoers. Ik heb niets te klagen.’

Uitkijken naar de Tour

Zijn team maakte de overstap naar WorldTour en daar is Bakelants bijzonder blij mee. ‘De opportuniteit deed zich voor om de licentie van CCC over te nemen, we hebben een goede slag geslagen en de kans gegrepen. Dankzij dat nieuwe statuut hebben we enkele interessante transfers kunnen doen in de staf en het management met Aike Visbeek en Valerio Piva. De ploeg is erop vooruitgegaan.’

Al kwamen er niet gek veel versterkingen of grote namen in de ploeg. ‘Die licentie kost natuurlijk ook veel geld, je kan een euro maar één keer uitgeven. Het is roeien met de riemen die we hebben. Ik denk dat we zeker geen mal figuur zullen slaan in de koersen, maar we gaan inderdaad af en toe een beetje meeval moeten hebben. Dan kan het best een goed jaar worden. Je moet ons niet evalueren naar de maatstaven van Ineos of Deceuninck-Quick Step. Op het eind van het jaar zullen we tevreden mogen zijn als we in één grote ronde een rit hebben gewonnen. Dat is een realistische ambitie en daarnaast moeten we hier en daar nog wat overwinningen sprokkelen en genoeg punten verzamelen voor de WorldTour om onze licentie veilig te stellen.’

Zelf kijkt hij enorm uit naar de Tour de France, in 2013 won hij een rit in de Tour. ‘Ik ben blij dat ik er terug kan keren. Ik krijg er een vrije rol en mag er jagen op een ritzege. Ik ben blij dat ik nog eens naar de Tour mag trekken en niet in functie van een kopman zoals Romain Bardet bij AG2R vroeger. Pas op, ik wil gerust werken voor een kopman. Maar het is ook fijn om je eigen kansen te mogen gaan en in de bergen voluit te mogen aanvallen dan te moeten koersen voor iemand die misschien op het podium kan eindigen.’