Zagen we de Amerikaanse presidente van 2036?
Foto: REUTERS

Het gedicht dat de 22-jarige Amanda Gorman voordroeg tijdens Joe Bidens inauguratie was half af toen op 6 januari de bestorming van het Capitool plaatsvond. De ongeziene gebeurtenissen gaven haar de inspiratie om die dag zelf nog De hoge heuvel die ons wacht af te maken.

‘Ik ben niet van plan om wat we de jongste weken gezien hebben – en ik durf zelfs te zeggen de jongste jaren – te verdoezelen’, had ze vooraf aangekondigd. Amanda Gorman hield woord en droeg op een indrukwekkende manier haar gedicht ‘De heuvel die we beklimmen’ voor. Eind december had ze de vraag gekregen of ze wilde optreden bij de eedaflegging – Jill Biden kende haar en had haar naam gesuggereerd. Ze kreeg alleen het thema van de inauguratie mee: eenheid.

Het ging aanvankelijk moeizaam, vertelde Gorman aan The New York Times, de druk was groot. ‘Het is wellicht een van de belangrijkste dingen die ik ooit in mijn carrière zal doen’, dacht ze. Ze zat halfweg van wat ze voor haar gedicht in gedachten had toen op 6 januari de bestorming van het Capitool plaatsvond. ‘Dat gaf me een nieuwe golf energie om het af te maken.’ Diezelfde nacht nog schreef ze de rest van ‘De heuvel die we beklimmen’.

‘We’ve seen a force that would shatter our nation rather than share it’ – ‘We hebben een kracht gezien die onze natie veeleer zou verscheuren dan ze te delen’, declameerde ze met een bezwerende cadans, terwijl haar dansende handen haar woorden illustreerden. ‘Democratie kan tijdelijk verdrongen worden, maar nooit blijvend verslagen worden.’

Er is altijd licht

Het gedicht sloot naadloos aan bij de boodschap van Joe Biden in zijn speech en sloot hoopvol af: ‘Er is altijd licht. Alleen als we dapper genoeg zijn om het te zien. Er is altijd licht. Alleen als we dapper genoeg zijn om het te zijn.’

Gorman wilde met haar woorden schetsen hoe de diep verdeelde VS alsnog geheeld kunnen worden: ‘Het gedicht doet dat op een manier die de harde waarheden waarmee Amerika zich moet verzoenen, niet uitwist of verwaarloost’, zei ze zelf. Indrukwekkend. Krachtig. Wat een zelfbeheersing. Op de sociale media kwam men epitheta te kort om haar optreden te loven.

Gorman groeide op in L.A. en werd op haar 16de bekroond als ‘Youth Poet Laureate of Los Angeles’. Eenvoudig was het voordragen niet, omdat ze met een spraak­gebrek kampte – vooral de ‘r’ was een probleem, vertelde ze aan de Los Angeles Times: ‘Maar ik zie dat niet als een zwakte. Het maakte me tot de performer die ik ben en de verhalenverteller die ik wil zijn.’

Ze ging sociologie studeren aan Harvard en hield geregeld toespraken over racisme, hardhandig politieoptreden of de opsluiting van ­migrantenkinderen. En ze kondigde aan dat ze in 2036 een gooi wil doen naar het presidentschap. Eerst komen in september haar eerste twee boeken uit – een prentenboek en een dichtbundel met daarin ‘De heuvel die we beklimmen’.

Hieronder vindt u Gormans gedicht. Hier vindt u de Nederlandse vertaling terug.

Letterlijk | Het gedicht

When day comes, we ask ourselves where can we find light in this never-ending shade?

The loss we carry, a sea we must wade.

We’ve braved the belly of the beast.

We’ve learned that quiet isn’t always peace,

and the norms and notions of what “just” is isn’t always justice.

And yet, the dawn is ours before we knew it.

Somehow we do it.

Somehow we’ve weathered and witnessed a nation that isn’t broken,

but simply unfinished.

We, the successors of a country and a time where a skinny Black girl descended from slaves and raised by a single mother can dream of becoming president, only to find herself reciting for one.

And yes, we are far from polished, far from pristine,
but that doesn’t mean we are striving to form a union that is perfect.
We are striving to forge our union with purpose.

To compose a country committed to all cultures, colors, characters, and conditions of man.

And so we lift our gazes not to what stands between us, but what stands before us.

We close the divide because we know, to put our future first, we must first put our differences aside.

We lay down our arms so we can reach out our arms to one another.

We seek harm to none and harmony for all.

Let the globe, if nothing else, say this is true:

That even as we grieved, we grew.

That even as we hurt, we hoped.

That even as we tired, we tried.

That we’ll forever be tied together, victorious.

Not because we will never again know defeat, but because we will never again sow division.

Scripture tells us to envision that everyone shall sit under their own vine and fig tree and no one shall make them afraid.

If we’re to live up to our own time, then victory won’t lie in the blade, but in all the bridges we’ve made.

That is the promise to glade, the hill we climb, if only we dare.

It’s because being American is more than a pride we inherit.

It’s the past we step into and how we repair it.

We’ve seen a force that would shatter our nation rather than share it.
Would destroy our country if it meant delaying democracy.

This effort very nearly succeeded.
But while democracy can be periodically delayed,

it can never be permanently defeated.

In this truth, in this faith, we trust,

for while we have our eyes on the future, history has its eyes on us.

This is the era of just redemption.

We feared it at its inception.

We did not feel prepared to be the heirs of such a terrifying hour,

but within it, we found the power to author a new chapter, to offer hope and laughter to ourselves.
So while once we asked, ‘How could we possibly prevail over catastrophe?’ now we assert, ‘How could catastrophe possibly prevail over us?

We will not march back to what was, but move to what shall be:

A country that is bruised but whole, benevolent but bold, fierce and free.

We will not be turned around or interrupted by intimidation because we know our inaction and inertia will be the inheritance of the next generation.
Our blunders become their burdens.

But one thing is certain:

If we merge mercy with might, and might with right, then love becomes our legacy and change, our children’s birthright.

So let us leave behind a country better than the one we were left.

With every breath from my bronze-pounded chest, we will raise this wounded world into a wondrous one.

We will rise from the golden hills of the west.

We will rise from the wind-swept north-east where our forefathers first realized revolution.

We will rise from the lake-rimmed cities of the midwestern states.

We will rise from the sun-baked south.

We will rebuild, reconcile, and recover.

In every known nook of our nation, in every corner called our country,

our people, diverse and beautiful, will emerge, battered and beautiful.

When day comes, we step out of the shade, aflame and unafraid.
The new dawn blooms as we free it.

For there is always light,

if only we’re brave enough to see it.

If only we’re brave enough to be it.

Correctie 21 januari. In een eerder versie van dit artikel stond dat het de eerste keer was zijn dat Gorman op televisie kwam.

Hieronder ziet u Gorman het gedicht voorbrengen tijdens de inaugratie van Joe Biden.