Eenmalige premie moet boze eigenaars zonnepanelen sussen
Foto: MARC HERREMANS - MEDIAHUIS

De 101.000 gezinnen met zonne­panelen en een digitale meter krijgen een eenmalige financiële tegemoetkoming van de Vlaamse regering. De kostprijs loopt mogelijk op tot 579 miljoen euro.

Na het debacle met de compensatieregeling voor de digitale meter heeft de Vlaamse regering snel een oplossing uitgewerkt. Het systeem dat de vorige Vlaamse regering en het Vlaams Parlement vlak voor de verkiezingen van 2019 nog hadden goedgekeurd, rammelde aan alle kanten en werd donderdag, zoals vooraf was voorspeld, vernietigd door het Grondwettelijk Hof. Daarvan dreigden honderdduizend ­eigenaars van zonnepanelen (PV-eigenaars) de dupe te worden ­(DS 15 januari).

De Vlaamse regering belooft nu een compensatie die een rendement van 5 procent garandeert op een gemiddelde investering in ­zonnepanelen. Dat moet de ­gemoederen bij de boze PV-eigenaars, die zich door de overheid ­bedrogen voelen, sussen. Een rendement van 5 procent zou ver­gelijkbaar moeten zijn met het rendement dat sinds dit jaar geldt onder het nieuwe subsidiesysteem. Tegen eind volgende week zal voor elk installatiejaar worden berekend hoeveel de compensatie zal bedragen (in euro per kilowatt (kW) geïnstalleerd vermogen).

Analyse zonnepanelen | Een gewaarschuwd politicus is er slechts een halve waard

Het kabinet-Demir gaat ervan uit dat installaties vanaf 2013 in aanmerking komen. De berekening voor de compensatie zal ­installatie per installatie gebeuren en onder meer afhankelijk zijn van de subsidies die iemand al heeft ­gekregen. Wie al 5 procent rendement haalde, krijgt met andere woorden geen tegemoetkoming. Maar mensen die onder het ­systeem van groenestroomcerti­ficaten zonnepanelen installeerden, hebben vaak een hoger rendement.

Zelf aanvragen

Eigenaars moeten de compensatie zelf aanvragen. Ook wie een goede zaak doet door over te schakelen naar een digitale meter, krijgt de vergoeding. Volgens de energie­regulator Vreg gaat het om liefst 60 procent van de zonnepanelen­eigenaars. Als een gezin erin slaagt om zo’n 30 procent van de opgewekte energie onmiddellijk te verbruiken, kan het een voordeel doen bij de overschakeling naar een digitale meter. Het moet dan het prosumententarief, een vergoeding voor het gebruik van het elektriciteitsnet, niet langer betalen. ‘De overheid moet zich als ­betrouwbare partner opstellen en voor een redelijke oplossing ­kiezen’, zegt minister van Energie Zuhal Demir (N-VA). ‘Getroffen ­gezinnen worden gecompenseerd, zonder overcompensatie wanneer investeringen al voldoende rendement haalden dankzij subsidies of fiscale voordelen.’

De Vlaamse regering bekijkt nog de mogelijkheid om de vergoeding met 30 procent te verhogen als gezinnen ervoor kiezen om de komende twee jaar te investeren in een batterij of warmtepompboiler. Ze hoopt zo de energietransitie een duw in de rug te geven en over­belasting van het net te voor­komen. Ook de 470.000 gezinnen met zonnepanelen die nog geen digitale meter hebben, krijgen de mogelijkheid om te kiezen voor een eenmalige compensatie, en wel op het ogenblik dat de net­beheerders hen uitnodigen om een digitale meter te plaatsen. Tegen eind 2024 moet bij 80 procent van de Vlaamse ­gezinnen een digitale meter geplaatst zijn, tegen midden 2029 overal.

Iedereen betaalt mee

PV-eigenaars staan wel niet langer bovenaan de lijst van adressen waar digitale meters worden ­geplaatst. Dat was aanvankelijk de bedoeling, met het risico dat eigenaars van zonnepanelen de installateursniet meer binnen willen ­laten, omdat ze dan het voordeel van de terugdraaiende meter verliezen. Voortaan worden de digitale meters straat per straat uit­gerold, ongeacht of de bewoners zonnepanelen hebben.

Tegen 2029 zal de nieuwe regeling volgens het kabinet-Diependaele 445 tot 579 miljoen euro kosten, waarvan 105 tot 136 miljoen euro dit jaar. Ter vergelijking: de Vlaamse regering trekt in 2021 welgeteld 32 miljoen euro uit om een subsidie tot 1.500 euro toe te kennen aan particulieren die zonnepanelen plaatsen. De vergoeding is dus voldoende om tot 18 jaar beleid mee te financieren.

Een kostprijs van 105 miljoen euro dit jaar komt erop neer dat ­gedupeerde PV-eigenaars gemiddeld op een cheque van ongeveer 1.000 euro kunnen rekenen. De Vlaamse regering maakt zich sterk dat het bedrag nog dit jaar wordt gestort, en dat deze regeling de toets van het Grondwettelijk Hof wel zal doorstaan. Het geld wordt niet verrekend in de energie­factuur, maar via het Energiefonds en de Vlaamse begroting betaald. Op die manier betalen alle Vlaamse belastingbetalers mee.