Als er leerlingen en leerkrachten besmet zijn met het coronavirus, is die maar in 1 op de 5 gevallen opgelopen op school. ‘Deze gegevens bevestigen opnieuw dat scholen geen voorlopers of aanjagers van de epidemie zijn, maar eerder nakomers’, aldus viroloog Steven Van Gucht.

Dat blijkt vrijdag uit een onderzoek van gezondheidsinstituut Sciensano, in samenwerking met onder meer het CLB en PSE/PMS. Het rapport baseert zich op gegevens van dit schooljaar, in de periode van 1 september tot 13 december.

Volgens de verzamelde gegevens op school, werden leerkrachten en ander schoolpersoneel vanaf september 2020 tot het begin van de herfstvakantie vermoedelijk vooral geïnfecteerd door collega’s en minder door leerlingen. Voor de periode nadien zijn er onvoldoende gegevens om hierover uitspraken te doen. Uit de gegevens blijkt verder dat minder dan één op vijf van de gerapporteerde besmettingen waarschijnlijk op school plaatsvond.

Algemene curve

Het rapport toont dat de besmettingen in de scholen de evolutie van de epidemie in de algemene bevolking volgen. Net zoals in de epidemie, zijn er regionale verschillen, ook al worden in beide gemeenschappen gelijkaardige preventieve maatregelen genomen in de scholen. De curve van het aantal gerapporteerde gevallen in het Franstalig onderwijs volgt met andere woorden een andere vorm dan de curve van het aantal gevallen in het Nederlandstalig onderwijs.

Lagere school

Op basis van de gegevensanalyses lijkt er wel een verschil te zijn volgens leeftijd. In december was er een toename van het aantal gevallen onder lagere schoolkinderen, terwijl er voor de meeste andere leeftijdsgroepen nog steeds sprake is van een afname.

Dat verschil zou verklaard kunnen worden door de strenge maatregelen die zijn ingevoerd voor de algemene bevolking, waarvan kinderen onder de 12 jaar grotendeels zijn vrijgesteld, of door het toegenomen aantal testen van asymptomatische kinderen. Het aantal besmettingen in deze jonge groep blijft wel laag in vergelijking met andere leeftijdsgroepen.

Adolescenten

Jongeren (16-18 jaar) en jongvolwassenen (19-25 jaar) kunnen net als volwassenen een belangrijke rol spelen in de epidemie. In het algemeen was er aan het begin de tweede golf eerst een toename van het aantal gevallen bij adolescenten en jongvolwassenen, daarna bij de beroepsbevolking en ten slotte bij jonge kinderen. Ook op de piek lag in alle regio’s de incidentie bij kinderen onder de 16 jaar in alle regio’s lager dan in de algemene bevolking.

‘Geen voorlopers’

‘Deze gegevens bevestigen opnieuw dat scholen geen voorlopers of aanjagers van de epidemie zijn, maar eerder nakomers’, aldus Van Gucht. ‘De situatie leert ons wel dat kinderen van elke leeftijd besmet kunnen worden. Onderwijs is echter een maatschappelijke prioriteit en nul risico bestaat niet. Met gepaste maatregelen is het dan ook mogelijk om van een school een relatief veilige omgeving te maken.’