Brusselse rechter weigert opnieuw om Catalaanse minister uit te leveren
Lluis Puig Foto: EPA-EFE

De Catalaanse politicus Lluis Puig moet niet overgeleverd worden aan Spanje. Dat heeft de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling (KI) donderdag beslist. Het Spaanse gerecht dat daar om gevraagd had, is volgens de KI niet bevoegd.

Daarmee bevestigt de KI een eerdere beslissing van de Brusselse raadkamer. Dat melden de advocaten van de voormalige minister van Cultuur, die sinds 2017 in ons land verblijft.

Vanwege zijn betrokkenheid bij het verboden Catalaanse onafhankelijkheidsreferendum op 1 oktober 2017 wordt Lluis Puig vervolgd voor ongehoorzaamheid en misbruik van overheidsgeld. Spanje vaardigde eerder al Europese aanhoudingsbevelen (EAB) uit tegen de politicus, maar die werden opnieuw ingetrokken of onuitvoerbaar verklaard.

In oktober en november 2019 vaardigde het Spaanse gerecht een nieuw EAB uit, nadat het Spaanse Hooggerechtshof twaalf Catalaanse separatisten veroordeeld had voor hun rol in het onafhankelijkheidsreferendum en de poging tot afscheiding van Catalonië.

Begin augustus had de Brusselse raadkamer geoordeeld dat Puig niet kon overgeleverd worden aan Spanje omdat de gerechtelijke autoriteit die het EAB had uitgevaardigd, het Spaanse Tribunal Supremo, daarvoor niet bevoegd was. Het Brusselse parket was daartegen in beroep gegaan. Volgens het openbaar ministerie waren de feiten immers ook in België strafbaar. De verdediging was het daar niet mee eens.

De advocaten van de Catalaanse politicus hadden aangevoerd dat het Spaanse Tribunal Supremo niet bevoegd is om een Europees aanhoudingsbevel uit te vaardigen. De onderzoeksrechter die het EAB heeft uitgevaardigd, is verbonden aan dat Tribunal Supremo en als Puig aan Spanje wordt overgeleverd, zal hij voor dat rechtscollege moeten terechtstaan. Volgens zijn advocaten was echter enkel een Catalaanse rechtbank bevoegd om de man eventueel te vervolgen.