Brusselse burger krijgt meer inspraak, te beginnen met 5G en huisvesting
Themabeeld Brussel.

Om de Brusselaars meer te betrekken bij het beleid, werkt het Brussels Gewest in 2021 met burgercommissies. Die zullen bestaan uit 45 uitgelote burgers en een vijftien parlementairen. De eerste commissies zullen dit jaar zich buigen over 5G en huisvesting.

Het Brussels Parlement heeft de ambitie om de Brusselaars meer te betrekken in het beleid. De inwoners van het gewest worden aangemoedigd om via burgercommissies hun visie te delen. In die commissies worden Parlementsleden en Brusselaars bijgestaan door experten op een bepaald thema, om vervolgens samen de regering te adviseren. In 2021 zullen die eerste gemengde commissies van start gaan, met als thema’s de uitrol van 5G in het Brussels Gewest en de huisvesting van mensen die dakloos zijn in leegstaande gebouwen.

‘Dat aan de aanbevelingen van de burgercommissie een stevig debat vooraf zal gaan, is erg waarschijnlijk’, zegt Groen-Parlementslid Lotte Stoops. ‘Aangezien een onderwerp als 5G voer is voor zowel oprechte bezorgdheden als complottheorieën, waken we er met deze aanpak over dat het debat objectief en feitelijk behandeld kan worden.’

Politieke onmacht tegengaan

Daarnaast werd het thema leegstand door Brusselaars zelf op de agenda geplaatst. ‘De ideeën voor een menselijker Brussel zitten overal, we moeten ze alleen maar aanboren’, vindt Stoops.

Elke Brusselaar vanaf zestien jaar mag zich vanaf nu aan een uitnodiging verwachten om deel te nemen aan zo’n commissie, als hij of zij uitgeloot wordt. Bedoeling is om te komen tot een representatieve groep van 45 burgers, die een verslag opmaakt samen met de Brusselse Parlementsleden van de vaste, bestaande commissie die aanleunt bij het thema. Het verslag – met aanbevelingen – moet vervolgens binnen de zes maanden behandeld worden door het Parlement.

Initiatiefneemster Magali Plovie (Ecolo) zei in december 2019 al dat de ‘afkeer’ tegenover de representatieve democratie ‘een prioritaire uitdaging’ is. ‘De burgers, jong en minder jong, zijn ontgoocheld. Die ontgoocheling zelf zit verankerd in een gevoel van politieke onmacht. Veel burgers verwijten politici dat ze afhangen van electorale cycli.’