camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

nooit gedacht dat ...

… het kantoor een bevrijding zou zijn

zaterdag 26 december 2020 om 3.25 uur

 Getty Images

’s Morgens gaat papa achter de deur. Als je erachter kijkt, is hij er niet meer, hij is naar het werk. ’s Avonds opent papa de deur. Hij was achter de deur, maar je zag hem niet omdat hij er­achter zat.

In de film Toto le héros (1991) van Jaco Van Dormael geeft de kleine Thomas zijn ontwapenende visie op het werk van zijn vader. Je verdwijnt een tijdje uit het huis, daarna kom je terug, maar altijd blijft de stress buiten voor de deur, en het hele huis is vrolijk, op de tonen van Charles Trenet. ‘Boum, quand notre cœur fait boum.’

Hoe anders was dat in 2020, toen we met zijn allen thuis gingen zoomen. Ik herinner me dat wij (eind­redacteur, leraar Spaans, student) dat in het begin nog grappig vonden. Ik volgde mee de eerste lessen van mijn dochter. Ik zag mijn man weleens voorbijwandelen met een pompoen, omdat hij zijn cursisten op Zoom de opdracht had gegeven om iets oranje te zoeken in hun huis. ­Haha, zeg anders dat ze iets met paarse strepen zoeken, dan kun je langer pauzeren!

Geleidelijk aan werd de lucht dikker. Niet dat we nooit eerder thuis hadden gewerkt, maar alles wat dat vroeger zo leuk maakte (de stilte, de vrijheid, het vooruitzicht om in de gewonnen tijd iets leuks te doen met vrienden) ­verdween. Het huis was vol en ­rumoerig, er zoomde altijd wel ­iemand, en wij stelden vast dat we geen degelijke deuren hebben. We liepen vloekend door de ­kamer als het internet weer eens wegviel. We deden de deur open voor de buurvrouw die kwam ­vragen of wij ook zonder internet zaten. We probeerden de hond stil te krijgen. We verloren elk ­gevoel voor efficiëntie, we ­verloren het gevoel dat efficiëntie er nog toe deed, we waren uitgeput na dagen zonder echt contact.

Als ik naar kantoor mocht, dan voelde dat steeds vaker als een ontsnapping. Een plek hebben waarnaar je onderweg kunt zijn, het is een ­onderschatte luxe. Het werd een voorrecht om naar een gebouw te gaan waar andere gezichten zijn, lichtere gesprekken, verhalen die je nog niet kent, drukte en gewemel die toch ergens toe lijken te leiden. Het was dit jaar het nieuwe uitgaan.

Nooit hing Charles Trenet in de lucht als ik na zo’n dag het huis ­binnenging. Op het gezicht van mijn dochter las ik alleen maar gemis, nu al bijna een jaar. Het slingerde zich rond haar als een anaconda. Vroeg ik haar hoe haar dag was geweest, dan keek ze me woordeloos aan. Hoe zou hij geweest zijn, moeder? Ze was zo lief om me dan toch nog te vragen: ‘En hoe was jouw dag?’ Ik loog, altijd. Ik zei dat het zo zwaar was geweest op het werk, man, niet te geloven. Omdat ik dacht dat alleen al het idee van de lichtheid van mijn bestaan, daar achter de kantoordeur, voor haar nu ondraaglijk moest zijn.

De podcasts van De Standaard