Plenaire Kamer keurt resem coronasteunmaatregelen goed waaronder tijdelijke werkloosheid voor ouders met kind in quarantaine
Foto: Photo News

De plenaire vergadering in de Kamer heeft donderdagnacht groen licht gegeven voor een resem coronasteunmaatregelen. Het gaat om de verlenging van een aantal bestaande maatregelen en er zijn ook nieuwigheden.

Het wetsontwerp van de regering-De Croo voert een aantal tijdelijke ondersteuningsmaatregelen in om de fiscale en sociaaleconomische gevolgen van de tweede lockdown te verzachten.

Het klassieke overbruggingsrecht wordt tijdelijk makkelijker toegankelijk voor starters en de pensioenopbouw wordt behouden. Daarnaast wordt de tijdelijke werkloosheid tijdelijk uitgebreid naar ouders met een kind in quarantaine door corona, gaat het aantal toegestane vrijwillige overuren in cruciale sectoren zoals de zorg omhoog van 100 tot 220 uren, komt er een btw-verlaging naar 6 procent voor alcoholgel en mondmaskers, worden de dagen tijdelijke werkloosheid door overmacht gelijkgesteld aan de gewerkte dagen voor de berekening van het vakantiegeld en worden de gratis notariële volmachten verlengd.

Ook de subsidies van de gewesten, gemeenschappen, provincies of gemeenten aan ondernemingen worden vrijgesteld van belastingen tot eind maart volgend jaar. Het percentage van het leefloon dat aan de OCMW’s wordt terugbetaald wordt verhoogd en de regering zal ook de mogelijkheid verlengen om werknemers tijdelijk in de zorg of het onderwijs te laten werken.

Voorts worden ook particulieren met schulden nog tot eind januari beschermd tegen beslag op hun woning of loon. Dat staat in een wetsontwerp met een resem maatregelen om de werking van Justitie soepel te laten verlopen tijdens de coronacrisis.

Tot slot wordt geldigheidsduur van maaltijd-, eco-, sport- en cultuurcheques die door de coronacrisis amper kunnen worden uitgegeven opnieuw verlengd en worden de uren van studenten in de zorg of het onderwijs voor het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 niet meegeteld in de berekening van het jaarlijkse maximum van 475 uren aan studentenarbeid. Om te vermijden dat studenten te veel netto inkomsten optekenen en daardoor niet meer ten laste kunnen zijn van hun ouders, zal geen rekening gehouden worden met hun inkomen uit studentenarbeid in de zorg of het onderwijs.