‘Zou u tegenover een mannelijke minister ook zo volhardend zijn?’ Dat Kamervoorzitter Eliane Tillieux (PS) applaudisseerde voor dat argument, is bij Theo Francken (N-VA) in het verkeerde keelgat geschoten. Maar zij gaat in de tegenaanval.

- ‘Heb ik het goed gezien, mevrouw de Kamervoorzitter, dat u applaudisseert ...’

- ‘Ja.’

- ‘… voor het seksisme-argument dat nu wordt bovengehaald?’

Een kort fragment uit de plenaire in de Kamer, gisteren. Theo Francken (N-VA) kreeg het er aan de stok met Kamervoorzitter Eliane Tillieux (PS). Die applaudisseerde mee toen CDH-Kamerlid Vanessa Matz tegen Francken zei: ‘Ik vraag me af of u tegenover een mannelijke minister ook zo volhardend zou zijn.’

Schandalig, vond Francken. ‘Echt schandalig, dat u insinueert dat ik mevrouw de minister zou aanpakken, omdat zij een vrouw is en geen man. Dat is wat hier wordt geïnsinueerd en u applaudisseert daarvoor, als Kamervoorzitster, die de werkzaamheden van de Kamer op een neutrale manier moet dienen.’ Op sociale media wordt een filmpje van het incident druk becommentarieerd.

De heisa ontstond na een aanslepende interactie tussen Francken en minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) over het al dan niet organiseren van fysieke testen voor de aanwervingen bij Defensie. Eerder had hij daarover al vragen gesteld in de commissie en gisteren was ook al aangekondigd dat hij dat zou blijven doen.

Dedonder kondigde bij het begin van haar antwoord dan ook aan dat ze het antwoord al eens had gegeven, dat ze het nu opnieuw zou geven en dat ze het ook zou herhalen mocht Francken de vragen opnieuw stellen: neen, er worden op dit moment geen fysieke testen gehouden voor de rekrutering. Francken verweet Dedonder dan dat ze haar dossiers niet kende, omdat kandidaat-officieren wél nog fysieke testen moeten doen. De minister antwoordde dan weer dat Francken zijn dossiers niet kende ...

Kamerleden van verschillende andere partijen kregen het op hun heupen van de botsing en wezen erop dat er een antwoord was gegeven, en dat er nog andere vragen lagen te wachten. Maar toen Matz, met het CDH geen lid van de meerderheid, haar opmerking maakte, gingen de poppen aan het dansen.

‘Neutraliteit is essentieel’

Feit is dat Tillieux zich in een lastig parket heeft gewerkt. Door te applaudisseren na een opmerking gericht tegen een Kamerlid, gaf ze niet de indruk onpartijdig te zijn. Dat wordt nochtans verwacht van een Kamervoorzitter, die eigenlijk de scheidsrechter is van het parlementaire debat. Francken vindt daarom dat de scheids tegen hem fluit.

‘De neutraliteit van mijn ambt is essentieel, en daar zet ik mij ook elke dag voor in’, reageert Tillieux. ‘Tijdens een heftige discussie in de plenaire vergadering heb ik het lid herinnerd aan zijn plicht om op een respectvolle manier het inhoudelijke debat te voeren. Ik heb mijnheer Francken gezegd dat hij overdreven gebruikmaakt van zijn spreektijd. Los van het genderaspect, los van de mannen en vrouwen in de Assemblée, gebruikt hij zijn spreektijd op een ondoordachte manier, alleen om incidenten te creëren. Daartegen protesteer ik ten scherpste als Kamervoorzitster.’

Ze zegt voorts geen respectloze uitspraken te zullen tolereren. ‘In plaats van met een beschuldigende vinger te wijzen naar een kort applaus in het kader van een heftige discussie na urenlange debatten in de plenaire vergadering zou iedereen op een respectvolle manier moeten debatteren over de grond van de dossiers.’

‘Partijdige neutraliteit’

Volgens de gewezen Kamerleden en grondwetsspecialisten Hendrik Vuye en Veerle Wouters is er in het parlement eigenlijk alleen sprake van een ‘partijdige neutraliteit’ omdat het voorzitterschap wordt toegewezen als onderdeel van de regeringsonderhandelingen. Nadien blijft die persoon ook gewoon lid van zijn of haar partij. Ze dienden daarom in 2017 een wetsvoorstel in om de voorzitter te laten verkiezen door de Kamerleden zelf. Voorlopig zonder gevolg.